
Is er in de hedendaagse media nog een leven na je momentum? Ik vrees van niet, maar Paul Jambers zoekt het heden uit. Ongeveer twintig jaar na datum, belt hij opnieuw aan bij dramatis personae uit ‘Jambers’, die hij altijd al ‘getuigen’ heeft genoemd. Ooit was ‘Jambers’ roemrucht: het programma wekte vaak verontwaardiging op bij ’t zelfverklaarde puikje du jour, maar evengoed kon het je meedogenloos bij de keel grijpen, om de juiste redenen dan nog wel.
Ik heb het altijd jammer, en ook wel onverdiend gevonden dat Paul Jambers voortdurend in de verdediging moest gaan. Ik denk dat hij nog steeds geneigd is zich publiekelijk te rechtvaardigen. Het is, onder druk van de omstandigheden, zijn tweede natuur geworden.
In ‘Jambers: het leven gaat voort’ kletterden er geen rolluiken neer toen hij naderde; er werden zelfs geen overgordijnen schielijk dichtgetrokken, en er klonk geen geblaf van gevaarlijke honden op. Er kwam ook geen inderhaast opgeroepen politiecombi de straathoek omgezwenkt, en er wolkte geen traangas op.
De mensen bij wie hij zich aanmeldde leken oprecht blij dat ze hem, Pol, terugzagen: de ouders van Rudy bijvoorbeeld, een man die in 1991 na een motorongeluk in coma was geraakt. Nu, goed twintig jaar later, is hij opnieuw onder de levenden, zij het met mate: in zijn rolstoel beziet hij de wereld met opengesperde ogen, schrikogen welhaast – dezelfde blik waartoe hij als comapatiënt al veroordeeld was.
Een hersenbeschadiging zit communicatie in de weg, en soms was het alsof hij, geen vin verroerend, zijn uiterste best deed om iets mee te delen, op het wanhopige af. Plant met mensenogen. Het was bijzonder aangrijpend, en de onvoorwaardelijke liefde van zijn ouders was dat ook. Nobele, heldhaftige mensen, inmiddels behoorlijk op jaren, die zich nooit op hun noblesse en hun heldhaftigheid zouden laten voorstaan, terwijl ze volgens mij veel heroïscher zijn dan dwazen die in Afghanistan in het zand bijten, nadat ze nog één keer om hun moeder hebben geroepen, of om hun herinnering aan God.
Die ouders zeiden ook niet dat de zorg voor hun zoon een fluitje van een cent was, wat ik ook al heroïsch vond. Rudy had een dochter – ze studeerde kunstgeschiedenis – die haar vader nooit anders had gekend dan als roerloze man in een rolstoel, die, in een zo goed als verstarde expressie, aanhoudend grote ogen opzet. Toen ze bij hem ging zitten – ‘Moet ik luider spreken?’ – leek hij uit alle macht een teken van blijdschap te willen tonen.
Een donderwolk van een vraag was: ‘Wat moet er met Rudy gebeuren als zijn ouders er niet meer zullen zijn?’ Ze bleef onbeantwoord, maar die ouders wilden in geen geval hun kleindochter met haar vader belasten: ‘Ze moet onze rol niet overnemen.’ Daar ga je, Rudy. Het mag niemand verbazen dat ik die zin al vaak voor me uit heb gemompeld, en niet alleen voor het bungeejumpen.
De twee andere reportages van de eerste aflevering van ‘Jambers: het leven gaat voort’ waren minder pakkend: een stichtelijk verhaal van een wegens doodslag veroordeelde man: een roofmoord die hem destijds zegge en schrijve zeshonderd frank had opgeleverd.
Door bemiddeling van zijn vrome vriendin loofde hij ondertussen de Heer in een evangelisch kerkgenootschap. Met een enkelband om. Over de ruimte waarin je in de gevangenis van Oudenaarde in intieme sfeer je vrouw kunt ontmoeten, zei hij: ‘Precies een hotelkamer.’ Je hoort het zelden.
Paul Jambers had Frederik Deberdt uit Izegem als twaalfjarige al gefilmd. Een schattig, merkwaardig welbespraakt jongetje. Dat mannetje deed er toen al alles aan om later balletdanser te worden, en gaf daarbij blijk van een allermerkwaardigste doelgerichtheid, ook al was zijn vader meer voor voetbal geporteerd.
Tegenwoordig danste Frederik Deberdt bij het Malandain Ballet in de mediterrane stad Biarritz. Tussen twee grand jetés door sprak hij: ‘Om België te missen moet je eerst even in Frankrijk gaan wonen.’ Je hoort het zelden.
Naar het voorproefje van de aflevering van volgende week te oordelen, naderen er bontgekleurde malloten in ‘Jambers: het leven gaat door’. Die zie je tegenwoordig ook al in ‘Het dorp’ van ‘Man bijt hond’, waar ze iets meer salonfähig lijken dan destijds bij ‘Jambers’. Twintig jaar is langer dan ik doorgaans denk. Ik blijf kijken, misschien nog het meest for old time’s sake. Ik ben net oud genoeg om me dat te kunnen permitteren.




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


1 reactie
reageer ookNathalie.Dewalhens
Dinsdag 17 januari 2012 - 20u50
mediterrane stad Biarritz Dwarskijker?
Reageer ook