
Philippe Petit «Zoals elk kind hield ik van klimmen en klauteren, maar ik wilde wel telkens dat ene stapje verder gaan. Ik spande bijvoorbeeld een touw tussen twee bomen, en wandelde er vervolgens overheen. Dat was helemaal geen stunt voor mij: het voelde net heel natuurlijk.
»In 1968 las ik in de krant over de WTC Towers die opgetrokken zouden worden in New York. Ik wist meteen: daar wil ik naartoe. 't Had niets te maken met effectbejag, of met de drang om records te breken: ik voelde dat ik daar moést zijn. Balanceren tussen die twee torens zou me gelukkig maken.»
- In januari 1974 arriveerde u in New York...
Petit «... en gedurende zeven maanden bereidde ik me minutieus voor. Elke dag sloop ik de gebouwen binnen, verkleed als kantoorpik of werkman. Heel erg moeilijk was dat doorgaans niet: de bovenste verdiepingen werden in die periode net afgewerkt, en niemand keek dus vreemd op van een man die de torens met een notitieboekje en een camera binnenwandelde. Op een bepaald moment deed ik me samen met enkele vrienden voor als een Franse cameraploeg die een reportage kwam draaien. Konden we ongestoord de punten filmen waar de kabel moest worden vastgehecht (lacht).
»Het klinkt allemaal très James Bond, met dat verschil dat ik geen coole superspion was, maar een naïef, verwonderd, dromend jongetje, dat die droom ook effectief najoeg.»
- Op 6 augustus 1974 was het dan zover. Vertelt u 's?
Petit «'s Namiddags ging ik samen met m'n vriend Jean-François Heckel de zuidelijke toren binnen. We hadden valse identiteitsbadges gemaakt, en met al ons materiaal trokken we naar de 110de verdieping. Jean-Louis Blondeau en Alan Welner, twee andere kameraden, deden hetzelfde in de noordelijke toren. We wachtten tot de nacht viel, en begonnen toen de twee torens met elkaar te verbinden met die ijzerdraad. Tegen het ochtendgloren, toen de échte werklui binnendruppelden, waren we klaar, en kon ik aan mijn oversteek beginnen.
»Het was fabuleus. De eerste minuten voelde ik angst, ja, maar daarna verwierp ik die gewoon en genoot ik van de heerlijke rust daarboven. Het was alsof ik in een andere dimensie leefde dan de rest van de planeet: even was ik boven alles verheven. En toen ik uiteindelijk van m'n kabel geplukt werd door boze politieagenten en hyperventilerende veiligheidsmensen, begreep ik helemaal niet waarom ze zo opgewonden waren. Het was daar zo mooi!»




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook