
Een onverwoestbaar instituut, zou je denken, maar toch: de krant moest in 2009 250 miljoen dollar lenen van een Mexicaanse miljardair om niet in troebel financieel vaarwater terecht te komen, en vorig jaar nog werden meer dan honderd mensen ontslagen.
De instortende advertentiemarkt, het veranderde leespatroon van jongeren en de digitalisering hebben ook de Times midden in de struggle for life van de printmedia gedropt.
Hoe de redactie daarmee omgaat, werd door regisseur Andrew Rossi in een uniek document gegoten: 'Page One: Inside the New York Times', vanavond in Panorama. Een jaar lang volgde Rossi vier NYT-journalisten, om uiteindelijk een slim en spannend portret van moderne krantenmakers in elkaar te boksen.
Opvallendste figuur: columnist David Carr - ex-junk, nu één van de sterjournalisten van de beste krant ter wereld.
David Carr «Aanvankelijk was ik eerder sceptisch: ik zei Andrew dat hij er nooit een documentaire zou uitkrijgen. Een hoop mensen die in een groot kantoor zitten te typen: je gelooft toch nooit dat daar cinema inzit? Maar 't bleek verdorie de perfecte stuff voor een spannende film! Ik ben maar een stoethaspel, maar op het scherm lijkt het wel alsof ik Batman ben (lacht).
»Fantastisch hoe Andrew het heeft aangepakt. Hij zat daar de hele tijd met van die grote, onschuldige ogen te kijken - zoals een koe naar een trein gaapt. En vaak waren wij met interessante dingen bezig, maar even vaak was 't gewoon boring crap. Andrew bleef altijd zitten, en weefde er vervolgens een waanzinnig interessant verhaal van.»
- Zeg jij het eens: wat is kwaliteitsjournalistiek?
Carr «Je eigen bureautje uitstappen. Naar buiten gaan, en mensen vinden die interessanter zijn dan jijzelf. Ik vind het geweldig om op grote Hollywoodfeestjes op te duiken in mijn luizige huurautootje. Dat is journalistiek voor mij: jezelf onderdompelen in een milieu, zonder deel uit te maken van dat milieu.»
- De Times mag dan wel een instituut zijn, er was de afgelopen jaren ook behoorlijk wat kritiek.
Carr «Dat krantje bashen is niet nieuw: 't heeft altijd al in het DNA gezeten van onze relatie met de Amerikaanse lezer. Voor veel mensen is de Times niet gewoon een nuttig ding, wel een passie. Dat brengt hoge verwachtingen met zich mee. Als het land zich dan bijvoorbeeld in een discutabele oorlog in Irak stort, zien lezers dat ook als onze verantwoordelijkheid - en rekenen ze ons daar op af.»
- De printmedia staan onder druk, en dus ook de journalisten die de inhoud leveren. Hoe uit zich dat concreet?
Carr «Als productiviteit boven kwaliteit gaat, wordt van journalisten verwacht dat ze alleskunners zijn die voortdurend inhoud leveren in alle mogelijke vormen. Je moet een stuk schrijven, dat ook nog eens herwerken tot een blogpost, er ook nog een videofilpje van maken, en de boel vervolgens promoten via Twitter.
»Allemaal boeiend en nuttig, maar de consequentie is wel dat je geen tijd meer hebt om een gedachte uit te werken. Om verder te kijken dan je neus lang is, en kritisch de dingen uit te vlooien.
»Maar geen paniek: de Times is een sterk beestje, en ik geloof dat ze altijd wel een onwrikbaar onderdeeltje van de Amerikaanse democratie zal blijven.»
Bekijk de trailer »




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook