
Presentator en cartoonist Jean-Marc van Tol praat onder meer met tekenaar Joost Swarte, behalve van zijn eigen werk ook bekend van zijn fantastische Humo-covers en de ontwikkeling en inrichting van het Hergé-museum in Louvain-la-Neuve.
Joost Swarte «Ik heb Industriële Vormgeving gestudeerd, maar dat vond ik eigenlijk een beetje saai: voor expressie was er niet zoveel aandacht – je mocht er bijvoorbeeld maar één lettertype gebruiken. Ik las toen veel Amerikaanse undergroundstrips en zag dat die tekenaars alle vrijheid namen.
»Dat inspireerde mij. Maar na verloop van tijd was ik niet meer zo gecharmeerd door die manier van tekenen, en ben ik ’s goed om me heen gaan kijken. Ik kende Hergés strips uit mijn jeugd, en zijn rationele, filmische oplossingen bleken buitengewoon goed te werken. En toen heb ik hem als mijn meester genomen.
»Nu, als tekenaar vertel je natuurlijk je eigen verhaal. Hergé tekende voor een breed publiek, ik voor mijn soortgenoten – mensen die vrijheid voorstonden. Dus kreeg je in mijn werk een hele merkwaardige combinatie: de seks en politiek van de underground, gecombineerd met de stijl die de meeste mensen kenden uit hun kindertijd. En dat sloeg aan.»
HUMO Herinnert u zich nog de eerste keer dat u een Kuifje-album in handen had?
Swarte «Ik denk dat ik een jaar of elf was toen ik ‘De krab met de gulden scharen’ las, en het sloeg in als een bom: een prachtig, coherent verhaal. Later ben ik ook heel erg gaan houden van ‘De blauwe lotus’: een spannend avontuur met vreemde personages. Die Chinees die half gek is en probeert Kuifje de kop af te hakken!
»In 1976 heb ik Hergé een paar keer ontmoet, toen ik meewerkte aan de tentoonstelling ‘Kuifje in Rotterdam’. Ik heb toen nog een soort miniatuur Kuifje-boek gemaakt met voorlopers, tijdgenoten en navolgers van Hergé, geselecteerd op hun tekenstijl. Daarvoor bedacht ik de titel ‘De klare lijn’, en op één of andere manier is die term blijven hangen.»
HUMO Denkt u dat de Kuifje-strips tijdloos zullen blijven?
Swarte «Ja, want de kwaliteit ervan zit niet alleen in het tijdsbeeld dat ze neerzetten, maar vooral in de manier waarop het verhaal verteld wordt. Wat Hergé probeerde, was film op het papier krijgen. Na het zien van Spielbergs film heb ik zijn strips opnieuw ter hand genomen, en toen viel het me weer op hoe filmisch ze gemaakt zijn.
»In een film bepaalt de regisseur het tijdsverloop, maar in een boek bepaalt de lézer dat. Hergé speelde daarop in: sommige sequenties zijn bijna animatieplaatjes die hij achter elkaar worden plaatste om een beweging te suggereren, terwijl andere plaatjes juist compleet verstild zijn. Hij heeft dat samenspel tussen de wetten van boek en film vervolmaakt: ik denk dat zijn werk nog lang vers zal blijven.»




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook