
De kranten zien hun verkoopcijfers dalen, en de advertentiemarkt stort in, met honderden ontslagen tot gevolg.
De malaise treft niet enkel de zwakkeren: zelfs een instituut als The New York Times (onder nieuwsfreaks bekend als The Old Gray Lady) heeft op de rand van het faillissement gestaan. In de documentaire ‘Page One: Inside The New York Times’ kunt u zien hoe de krant knokt om te overleven – pas nadat ze de digitalisering voluit had omarmd, ging het weer de goede kant uit. Columnist David Carr geeft tekst en uitleg.
David Carr «Je gaat me niet horen vertellen dat de digitale revolutie geen voordelen heeft: het is een meerwaarde dat we op onze site foto’s en video’s kunnen posten om het nieuws beter te duiden. Maar eigenlijk is de NYT een paar jaar een non-profitorganisatie geweest: hoewel ons aantal onlinelezers groeide, gingen we bijna failliet.
»Toen zelfs de onlineadvertenties niet veel meer opbrachten, hebben we besloten de bezoekers van onze site geld te vragen. Lezers die geabonneerd zijn op de papieren versie van de NYT, hoeven daar uiteraard niets voor te betalen, en verder zijn we nog redelijk soepel: mensen die minder dan twintig artikels per maand lezen op de site, doen dat eveneens gratis.
»Maar van regelmatige bezoekers verwachten we toch een bijdrage – die de meerderheid van de lezers trouwens met plezier betaalt. We hebben ongeveer driehonderdduizend onlineabonnees: toch niet niks. Onze abonnementen gaan van vijftien over twintig tot vijfendertig dollar per maand – afhankelijk van de apps die de lezer wenst.»
- Die onlineabonnementen zijn dus de oplossing?
Carr «Het gaat de goede richting uit, maar volgens mij kunnen we nog een stap verder gaan: waarom zouden we geen bijdrage per artikel vragen? Zo kunnen vaste lezers artikels kiezen die ze interessant vinden, zonder daarom meteen een maandbijdrage te hoeven betalen. Dat zou goed kunnen werken: Steve Jobs heeft bewezen dat mensen 99 cent voor een liedje willen betalen.
»Aanvankelijk steigerden de platenmaatschappijen: ‘99 cent? Een belachelijke prijs!’ Maar vóór het iTunes-tijdperk werd er wel massaal illegaal muziek gedownload. De platenmaatschappijen zijn misschien wel afgeslankt, maar ze hebben het tenminste overleefd. Waarom dan niet hetzelfde proberen met kranten en magazines?»
- Journalist Michael Hirschorn zat er dus naast toen hij in het weekblad The Atlantic het einde van The New York Times voorspelde?
Carr «Ik zal niet ontkennen dat we het even moeilijk gehad hebben, maar we weten ons wel te redden. We bereiken ongeveer achtendertig miljoen lezers, en dat aantal is niet gedaald sinds we geld aanrekenen voor online abonnementen.
»In dat artikel werd ook beweerd dat het niet eens erg zou zijn als The New York Times zou verdwijnen: de lacune zou volgens Hirschorn opgevuld worden door de tweets en blogs van gewone burgers. Je reinste onzin: wie wil er nu gratis zijn leven gaan riskeren in pakweg Afghanistan?
»Ook voor kleinere verhalen lijkt het me nonsens: journalistiek is misschien niet zo moeilijk als kernfysica, maar je moet toch heel wat tijd en geduld hebben om een zaak tot op het bot uit te spitten. Beroepsjournalisten worden net betaald om tientallen telefoontjes te plegen en de waarheid aan het licht te brengen: dat vind ik toch waardevol.
»En dan zwijg ik nog over het verschil in expertise: wij hebben journalisten die gespecialiseerd zijn in politiek, sport, cultuur, beursnieuws – noem maar op. Onze krant heeft verdorie honderdenzes Pulitzer-prijzen gewonnen! En dat zou allemaal zomaar overboord gegooid kunnen worden? Nog in geen honderd jaar.»
Bekijk de trailer:




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook