
Starend naar boekenruggen mag de ware lezer graag ongebreideld hunkeren - bijvoorbeeld naar een kruising tussen de twee beste boeken van James Ellroy, het met de nagedachtenis van JFK rotzooiende 'Amerikaans riool' en het in Ellroys eigen duistere verleden duikende 'Mijn moordkuil'.
Uitgerekend die motherfucker van een roman heeft The Demon Dog of American Literature zopas afgeleverd: 'Het bloed kruipt' (Atlas), na 'Amerikaans riool' en 'Zes ruggen' het slotdeel van de USA Underworld-trilogie.
'Het bloed kruipt' speelt in het Amerika tussen 1968 en 1972, dat we volgen via de door diverse drugs aangescherpte blik van drie helden-tegen-beter-weten-in. FBI-agent Dwight Holly infiltreert in opdracht van J. Edgar Hoover in zwarte vrijheidsbewegingen; oud-agent Wayne Tedrow, bekend en berucht van 'Zes ruggen', stapt in een monsterverbond tussen de maffia en magnaat Howard Hughes dat in de Dominicaanse Republiek een reeks casino's wil bouwen; vrijbuiter Don Crutchfield werkt zich steeds dieper in nesten bij het beoefenen van gevaarlijke hobby's als pathologisch gluren, de detective uithangen en snel geldgewin najagen.
Crutch overleeft (om het allemaal te kunnen opschrijven, zo blijkt) dankzij het groeiende inzicht dat levens, belangen en plotlijnen zich op soortgelijke wijze plegen te verstrengelen: 'Het gaat erom wie je kent, wie je verwent en hoe je met elkaar verbonden bent.'
De drie krijgen met elkaar, een mythische overval op een geldwagen en het noodlot te maken via de extreem-linkse intrigante Joan Klein. Deze roodharige pasionaria, het oog van een storm van complotten en gewelddadige excessen, dient de goede zaak met de hulp van twee hartsvriendinnen en beproefde technieken als voodoo, smokkel en witwasoperaties.
De rode godin plaatst het alweer onbedwingbaar alle kanten opschietende testosteron in een verrassend perspectief. Zo licht Ellroy niet alleen de schedelpan van zijn protagonisten, maar ook van zichzelf: niet toevallig resoneert zijn uit 'Mijn moordkuil' bekende jeugd in die van Crutch, deelt hij met Wayne ideologische en andere onduidelijkheden, en vallen zijn relationele besognes samen met die van Dwight.
Die psychologiserende, menselijke en haast gevoelige dimensie pompt bloed in het proza van Ellroy - écht bloed, want aan gargantuesk in het rond spattende rode verf was nooit gebrek.
Het spreekt voor het immense vakmanschap van Ellroy dat 'Het bloed kruipt' desondanks weer de vertrouwde hypnotiserende en verslavende wervelwind is. Zo is het beginhoofdstuk, de overval op een transport van geldzakken en een partij smaragden, een actiescène uit de duizenden. Zo maakt hij intelligent en overrompelend gebruik van het feit dat de historische werkelijkheid 'm meer speelruimte biedt dan in de JFK-episode. Zo heeft hij zijn inventieve gebruik van slang, alliteraties en rijmen na de ontsporende overdaad in 'Zes ruggen' geperfectioneerd - dit is nauwelijks nog schrijven te noemen, 't is hardboiled mokeren met dwangneurotische doortastendheid. Actie, taal, plot: moeiteloos gooit James Ellroy het allemaal in overdrive.
'Het bloed kruipt' is de ultieme Ellroy, een must voor elke boekenplank.
dit artikelHumo Selecteert
Tagcloud Boekenreviews
Facebook, Netlog, Twitter:Humo ziet, volgt en toont u