Theo Maassen  Beeld © VRT
Theo MaassenBeeld © VRT

comedianTheo Maassen

Comedian Theo Maassen: ‘Wat als er oorlog komt? Dan zitten we hier, met onze genderneutrale toiletten’

Zelf zit hij in wat hij ‘fijn vaarwater’ noemt. Zijn nieuwe show wordt goed bezocht, zijn gezin gaat goed, zijn huwelijk idem – ‘halleluja’. Toch blijft cabaretier Theo Maassen (55) kritisch. ‘Ik ben een zesje, en dan rond ik af naar boven, geen haar beter dan de rest.’

Lisanne van Sadelhoff

Theo Maassen gooit de deur van zijn werkruimte in Eindhoven open. Het is er gigantisch en het galmt er. De cabaretier kocht de voormalige autogarage bijna twee jaar geleden. Er zit een eenbaans-bowlingbaan in (niet dat hij een fervent bowler is, maar toch), er staat een sporttoestel (zou hij iets mee kunnen doen, ja, in theorie), er hangen tal van kunstwerken, hangplanten, posters, er staat een grote boekenkast, en er is een bar op de begane grond (‘daarover doe ik geen uitspraken’). Via een ijzeren trap kom je op de eerste verdieping met een tv, twee luie fauteuils en een bed – ‘voor als ik ruzie heb met mijn vrouw’. Daarna: ‘Grapje, grapje.’ Naast het bed staat een bureau met een elektrisch kacheltje en stapels kranten, boeken, tijdschriften. Hier schreef hij afgelopen jaar aan zijn nieuwe show ‘Onbekend terrein’.

Het is een ode geworden aan de levenslust, zo van: we mógen weer, nadat het land zo’n twee jaar op slot zat. Hij voelde zichzelf als een koe die weer de wei in werd gelaten, blij, vrij, en er sloop – hij vindt het een duf woord, maar vooruit – een hernieuwde dankbaarheid in hem. Hij is sinds de jaren negentig een van de meest toonaangevende cabaretiers van Nederland en begon het een beetje normaal te vinden, optreden in volle zalen. Maar nadat het een tijd niet kon, besefte hij ineens: ‘Fucking hell, al deze mensen hebben dertig euro betaald om mij te kunnen zien.’ Het is ook een show waarin Maassen zijn zorgen uit. ‘We zijn onze weerbaarheid kwijt. We kunnen niks meer hebben.’

‘Lust jij een croissantje? Ik heb nog niet gegeten.’ Hij ploft neer op een van de luie stoelen, benen over de rechterleuning, en begint te eten.

- Waarom zijn we niet meer weerbaar?

MAASSEN «We leggen rubberen tegels in de speeltuin zodat onze kinderen zich niet bezeren. We zijn hypersensitief voor verkeerd woordgebruik, we zijn veel te politiek correct, grenzend aan waanzin. We zeggen niet meer ‘ik ben zwanger’, maar ‘wij zijn zwanger’. Flikker toch op man! Je zegt toch ook niet ‘Wij zijn ongesteld?’ Dit jaar wakkerde bij mij ook de angst aan dat we als land niet weerbaar genoeg zijn: toen die oorlog in Oekraïne uitbrak, schoten er allemaal what if-scenario’s door mijn hoofd. Doodeng. Wat als ze hierheen komen? Wat als er hier oorlog komt en wij moeten vechten? Zitten wij hier, met onze genderneutrale toiletten! We zijn ons realiteitsbesef aan het verliezen. En we doen er allemaal aan mee. Het is een van onze grootste angsten: om verstoten te worden uit de groep. Gecanceld te worden.»

- Heb jij die angst ook?

MAASSEN «Nee, ik ben wel benieuwd wat er dan gebeurt. Ik ben cabaretier, permitteer mezelf daarom een soort autonomie. Bovendien ben ik altijd een buitenstaander geweest en daar ben ik comfortabel mee. Ik hoef nergens bij te horen, en ik voel me niet comfortabel in grote groepen. Verschrikkelijk. Dat heeft ook te maken met hoe vaak ik verhuisd ben: ik kom nergens vandaan. Ik woon wel in Eindhoven maar ik ben geen Brabander. Ik ben niet eens een Nederlander, ik leerde lezen en schrijven in Duitsland, groeide vervolgens op in Brabantse gehuchten waar ze dialect spraken en ik niet.»

Maassen werd geboren in Oegstgeest en groeide op met zijn drie jaar oudere zus Judith en broertje Rudy. Ze woonden in Duitsland en toen Theo zeven was, belandde het gezin in Zijtaart – een dorpje in Brabant. Zijn vader werkte als inkoper in de Mars-fabriek in Veghel. Hun jeugd was goed, maar er was ook verdriet: Rudy werd op zijn veertiende ziek, leukemie, hij overleed anderhalf jaar later. ‘Daar staat-ie,’ zegt Maassen, wijzend naar de balustrade. Al het verlies staat daarop samengevat, boven de trap op een plank, drie zwarte urnen naast elkaar. ‘Mijn vader, mijn moeder en Rudy.’ Zijn moeder overleed in 2002, zijn vader drie jaar later. Ook allebei kanker.

- Ben je bang voor de dood door het verlies van je broertje en ouders?

MAASSEN «Het verdriet is er al heel lang niet meer elke dag. Ik zit nu in een fase in mijn leven dat ik denk: oeh, ik kan het me niet permitteren om dood te gaan. Ik heb kinderen. En die hebben mij nodig.»

- Je zei ooit dat je heel lang niet zo goed wist waar je tijdens de feestdagen heen moest. Omdat je wees was. Heb je dat gevoel nog steeds?

MAASSEN «Nee. Dat is het mooie van een gezin: ik weet precies waar ik moet zijn.»

Na de middelbare school ging Theo naar de Academie voor Drama in Eindhoven. Zijn vader zag hem liever economie of handel studeren, want dan zou hij ‘goed verdienen’. ‘Eigenlijk was dat heel goed, want door dat obstakel voelde ik sterk: ik wil dat helemaal niet, bekijk het maar. Ik wil iets creatiefs doen. Als je tegen een kind zegt wat heel veel ouders nu tegen hun kind zeggen: ‘Als jij maar gelukkig bent,’ dan voel je helemaal niet zo duidelijk: wát maakt mij dan gelukkig? Aan de andere kant: zo’n ouder ben ik ook, hoor. Het lijkt mij verschríkkelijk als een van mijn kinderen depressief zou zijn. Of gepest zou worden. Echt verschrikkelijk. Maar ze mogen wel wat harder worden. Hier, heb je het weer. Die weerbaarheid.’

- Hoe maak je je dochters weerbaar?

MAASSEN «Door ze te pesten. Verbaal. En dat ze dan wat terugzeggen, mij voor lul zetten – daar geniet ik van.»

- Werkt het?

MAASSEN «We gingen laatst een keer eten met de crew, hier in Eindhoven, en toen gingen mijn kinderen mee. Mijn lichttechnicus, jonge gast van 25, vroeg iets over ouder worden. Ik zei van: ‘Ja, het voelt wel goed, ijdelheid speelt geen rol meer, ik ben content met mezelf.’ En toen reageerde mijn jongste – tien jaar hè: ‘Maar je hebt het er wel vaak over.’ Iedereen keihard lachen, ik bijna een rode kop omdat ik zo voor lul werd gezet. Fantastisch.»

- Wat voor een vader ben je?

MAASSEN «Mijn kinderen zijn tieners, er worden nu dingen van me gevraagd waar ik goed in ben: stoeien, praten, knuffelen, helpen met huiswerk. Maar de wording van mijn vaderschap is wel een moeilijk proces geweest, mijn vrouw was daar de dupe van. Die heeft, toen de kinderen klein waren, veel gedaan. Ik vond het zo moeilijk, dienstbaar zijn. Ik kan me niet zo goed aanpassen, ik krijg dat gewoon niet voor elkaar.»

Hij zegt het wel een paar keer tijdens dit interview. We zijn eigenlijk allemaal maar een zesje. Of een 6,5, op z’n hoogst. ‘Neem bijvoorbeeld mensen met overgewicht. Er zijn nu dikke mensen die zichzelf proud fatters noemen. Dat is idioot. Dik zijn is niet iets om je voor te schamen, maar ook niet iets om trots op te zijn. Jezelf die term aanmeten, dat is een truc. Een truc om de illusie te creëren dat we een 8 of 9 zijn. Hetzelfde doen we met Instagram-filters en via sociaal geaccepteerd gedrag. Maar we zijn niet meer dan oké. Daarom vind ik het ook zo leuk om het over poepen te hebben in mijn show. We doen allemaal alsof we lekker ruiken, niet poepen, alsof we goede mensen zijn, alsof we ’s ochtends fris uit bed komen. Néé. Dat is niet zo! Ik wil dat laten zien aan de mensen. Waarom bestaan er geen datingsites waarbij je adverteert met je slechte kanten?’

- Wat zou er bij jou staan?

MAASSEN «Ik ben wel een zeur, man, ik moet altijd de dingen waar ik last van heb hardop uitspreken. Dat ik last heb van mijn rug, bijvoorbeeld. Ik ben ook overgevoelig. Als ik in een café kom en er is muziek die me niet aanstaat, moet ik weg. Onmiddellijk. Karakterologisch ben ik een moeilijk mannetje, alles komt bij mij nauw: ik heb veel nodig om te zorgen dat ik het leuk heb, en er is weinig voor nodig om te zorgen dat ik het niet meer leuk heb.»

- Typisch een 6.

MAASSEN «Túúrlijk. En dan rond ik af naar boven, hè. Geen haar beter dan de rest. Het zou zoveel schelen als we dat zouden accepteren. En als we onszelf niet zo serieus nemen, dan maken we misschien nog kans dat cijfer op te hogen.»

- Hoe dan?

MAASSEN «Nou, afgelopen WK bijvoorbeeld, de Japanners hadden gewonnen van Duitsland. Grote sensatie. Maar wat ik dus zo mooi vond, was een foto van hoe die Japanse voetballers de kleedkamer achterlieten. Spic en span. Geen afval, geen rondslingerende spullen, niks. Ze hadden zelfs origamivogeltjes gevouwen van de tape die ze hadden gebruikt. Dat ontroerde me. Die mensen gaan wel richting de 8 hoor.»

- Probeer jij weleens richting de 8 te gaan?

MAASSEN (grijnst)«Ja. Ik heb een Oekraïens jongetje leren fietsen. Dacht ik.»

Het ging zo: zijn buren hadden drie Oekraïense vluchtelingen in huis genomen (‘ook al van die mensen die richting de 8 gaan’). De buurvrouw had Maassen verteld dat het zoontje, een jongetje van een jaar of zeven, wel wilde leren fietsen. Dus de cabaretier regelde een crossfietsje. Hij met dat jochie op pad, en dat fietsje onder de arm – ‘en ik hád al rugpijn hè’ – naar een parkeerterrein. Een verlaten plek, zodat dat jongetje, als hij zou vallen, niet voor schut zou staan. ‘Wat denk je?’

- Je liet hem vallen?

MAASSEN «‘Nee! Hij ging op die pedalen staan en sjéésde ervandoor! En die buurvrouw stond er ook zo bij te kijken van: ja, he told me he couldn’t bike. Rotjochie, dacht ik, daar gáát mijn poging om mijn zelfbeeld op te vijzelen!»

De oorlog in Oekraïne begon toen Maassen net klaar was met Onbekend terrein. Klaar met het schrijven, schaven, schrappen. ‘Toen de Russen Oekraïne binnenvielen, wist ik meteen: die oorlog, die moet erin. Die kan ik niet onbesproken laten.’ Terwijl zijn dochters meteen aan de slag gingen met stoepkrijt achter het huis om blauw-gele vlaggen te tekenen, boog Maassen zich weer over zijn teksten. Bijna alles wat hij schrijft, probeert hij uit op het podium in comedyclub Toomler in Amsterdam, op donderdagavond, twaalf minuutjes. ‘Dat maakt ook dat ik grappiger op het podium ben dan in het echt, omdat je, als je een show maakt, de tijd neemt veel dieper na te denken dan je normaal doet.»

- Word je onzeker als niemand lacht?

MAASSEN «Nee. Het hoort erbij. Die avonden in Toomler zijn mijn stok achter de deur, dan ga ik iets op papier zetten. Omdat ik anders met mijn mond vol tanden sta.»

- Dat kan ik me niet voorstellen…

MAASSEN «Jawel hoor. Als ik zó op het podium word geschoven, onvoorbereid, dan weet ik het niet zo goed.»

Er zit een discrepantie in hoe het jaar was, qua gebeurtenissen, en hoe Maassen het ervoer. Hij zit in wat hij zelf ‘fijn vaarwater’ noemt. Zijn show, de elfde alweer, wordt goed bezocht. Zijn gezin gaat goed, zijn huwelijk idem – ‘halleluja’. Aan de andere kant: ‘Er zijn zo veel mensen, vooral kinderen, klote uit die coronaperiode gekomen. Dat vind ik iets verdrietigs.’

En er was meer ‘grimmigs’ gaande. Klimaatzorgen en nieuwe grensoverschrijdende schandalen. 2022 kende inflatie, snel stijgende energieprijzen, polarisatie. Woningnood. ‘Ik heb allemaal vrienden met kinderen in de twintig die nog thuis wonen. Dan komt op een gegeven moment toch die vraag – en de vraag of de vraag überhaupt gesteld moet worden – is Nederland niet vol? We lopen tegen de 18 miljoen aan, zijn één van de dichtstbevolkte landen van Europa.’

- Een gevaarlijke vraag.

MAASSEN «Hij is eng, hè? Vind ik ook. Alleen geloof ik ook dat het een belangrijke vraag is. Niet om mensen buiten te sluiten, en niet voor ons als individu, maar wel voor politici, want ik heb ook wel het idee dat het succes van de extreemrechtse partijen voortkomt uit het feit dat de linkse partijen die vraag niet durven te stellen en al helemáál niet durven te beantwoorden.»

Het heeft te maken, denkt hij, met ons zelfbeeld: durven we nog realistisch naar onszelf te kijken? ‘Dat vergt lef. In die zin is het ook symbolisch dat ik mezelf voor de spiegel zet in mijn show. Het ís niet allemaal mooi wat je ziet. Het is de kunst daar met mildheid naar te kijken, en dan vervolgens te kijken: hoe moeten we verder? In plaats van net doen alsof het allemaal perfect is wat je ziet.’

Maar goed: makkelijk lullen. Hij maakt er grappen over, prikt even in wonden, maar hoeft het beleid niet te maken. ‘Ik ben maar een gekke creatieveling die tekeergaat over alles.’ Het is soms, denkt hij, een kwestie van bereid zijn offers te tonen. ‘Bij zo’n WK, bijvoorbeeld hè, met die One Love-band, die dan uiteindelijk niet werd gedragen door Oranje. Je kan niet alleen maar principieel zijn als het comfortabel is. Dus pak dan maar die gele kaart.’

Duitsland deed tenminste íéts, vindt Maassen. De spelers hielden voor de wedstrijd tegen Japan demonstratief de hand voor de mond. ‘Dat is de kracht van expressie. De vertaling van een emotie naar een vorm. Zelfs de omgekeerde vlag die de boeren gebruiken is daar een voorbeeld van – ongeacht of ik het met de boodschap eens ben of niet. Je moet bij geweld wegblijven, je moet hoogwaardiger vormen van expressie vinden. Humor is mijn middel. Mijn medicíjn, zou ik haast zeggen. Ik sta op het podium te springen om mijn ongenoegen te uiten. Daar word ik nog steeds blij van.’

- Heb je eigenlijk nog goede voornemens?

MAASSEN «Ik heb geen goed voornemen, want ik rook niet. Rookte ik maar: dan zou ik meteen stoppen. Ik heb een dropverslaving, pinpassen, ik heb hier een hele doos staan, zal er je zo een meegeven.’ Even is hij stil. Dan: ‘Misschien, als ik dan toch een voornemen moet noemen… neem ik mezelf voor, dat ik een voorbeeld neem aan die Japanners. Die origamivogeltjes vouwden na hun wedstrijd. Dat vind ik een mooi streven: de kleedkamer ietsje mooier achterlaten dan hoe ik hem aantrof.»

(AD)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234