Boeken Beeld HUMO
BoekenBeeld HUMO

humo gidst

Een klassenmigrant, een neoklassieke liefdesdichter, een maoïstische militante en goedbedoelende heren: Humo’s boeken van de week

Redactie

Édouard Louis: ‘Veranderen: methode’ ★★★★★

Toen ik Édouard Louis vorige zomer interviewde over zijn moederboek ‘Strijd en metamorfose van een vrouw’ was hij nog geen 30 en had hij al vier boeken over zichzelf, zijn jeugd en zijn familie gepubliceerd. ‘Bent u niet bang dat uw autobiografische materiaal uitgeput zal raken?’ vroeg ik.

Zonder een zweem van twijfel antwoordde hij: ‘Nee, mijn grootste vrees is dat ik aan één leven niet genoeg ga hebben om alles te vertellen wat ik nog wil vertellen. Ik moet nog schrijven over de mensen die ik in Parijs ben tegengekomen, over mijn ontdekking van de bourgeoisie en de literaire wereld, over mijn homoseksualiteit.’ En toen spoedde hij zich naar zijn appartement, waar hij naar eigen zeggen de laatste hand legde aan een nieuw boek.

Ik dacht dat hij blufte. Wat kon hij nog toevoegen aan het grote fresco over zijn ellendige jeugd in een gat in Noord-Frankrijk, dat hij zo trefzeker had geschilderd in ‘Weg met Eddy Bellegueule’, ‘Wie heeft mijn vader vermoord?’ en ‘Strijd en metamorfose van een vrouw’? Hoeveel armoede, geweld, drankmisbruik, racisme, misogynie, homofobie, schuld en schaamte hield hij nog achter de hand? En hoe zou het verhaal van zijn vlucht naar Parijs en zijn klim naar het literaire sterrendom zo diep kunnen snijden als de verhalen over zijn miserabele jeugdjaren?

Ik dwaalde. Want nu is dat nieuwe boek er, ‘Veranderen: methode’, het boek over de vlucht. Het boek over de transformatie van Eddy Bellegueule in Édouard Louis, eerst geestelijk, dan administratief en ten slotte ook fysiek. Édouard Louis, zo leren we, is meer dan een nom de plume, meer dan een nieuwe huid voor Eddy Bellegueule. Het is de nieuwe naam van een nieuw wezen, met een nieuwe identiteit, een nieuw lichaam: ‘Kort na mijn twintigste had ik bij een rechtbank mijn naam veranderd, mijn voornaam veranderd, mijn gezicht aangepast, mijn haarinplant gecorrigeerd, verschillende operaties ondergaan, een nieuwe manier van bewegen, lopen en spreken bedacht en het Noord-Franse accent van mijn kinderjaren afgeleerd.’

‘Veranderen: methode’ is in feite Louis’ eerste boek. Het boek waarin de schrijver zichzelf creëert en tezelfdertijd genadeloos ontmaskert. Het boek dat nog veel pijnlijker, schaamtelozer en onthullender is dan de boeken over Eddy Bellegueule.

Want in zijn zoektocht naar een nieuwe identiteit, in zijn verlangen om herboren te worden als een mooie, jonge, gecultiveerde intellectueel, is Louis heel ver gegaan. En heel diep.

Zijn ‘methode’ om te veranderen bestond, kort samengevat, uit diefstal en prostitutie. Hij sloot vriendschappen met mensen uit betere milieus dan het zijne, stal hun ideeën en hun cultuur, en liet ze daarna verweesd achter. Hij papte aan met schrijvers en intellectuelen die hem konden klaarstomen voor de aartsmoeilijke ingangsproef aan dé elite-universiteit van Frankrijk. Hij stelde zijn jongenslichaam ter beschikking van edellieden en rijke bourgeois die bereid waren in zijn levensonderhoud te voorzien, en liet zich diners in sterrenrestaurants, nachten in luxehotels en vluchten met privéjets welgevallen. Hij naaide en liet zich naaien.

Maar daarnaast getuigt ‘Veranderen: methode’ ook van een schier bovenmenselijk doorzettingsvermogen, een fenomenale absorptiekracht en een opmerkelijke trouw. Louis kotst zijn verleden letterlijk uit – zijn klasse, zijn familie, zichzelf – maar valt het uiteindelijk niet af. De klassenmigrant wordt nooit een klassenverrader.

Eigenlijk bekent Édouard Louis in ‘Veranderen: methode’ dat hij in oorsprong een imitatie is, een kopie bij gebrek aan een origineel. Of liever: een heel copycenter, een collage van geleende en gepikte identiteiten. Het grote wonder is dat zijn ‘methode’ heeft geleid tot het aangrijpendste en authentiekste schrijverschap van deze eeuw. (Danny Ilegems)

Koenraad Goudeseune: ‘Nagelaten gedichten’ ★★★½☆

Nadat hij terminaal ziek was verklaard, koos dichter Koenraad Goudeseune kort voor zijn 56ste verjaardag voor euthanasie. Tot de dag voor zijn dood bleef hij gedichten plaatsen op zijn Facebookpagina. Zijn schrijversloopbaan omspande bijna dertig jaar. Hij maakte naam als neoklassieke liefdesdichter, maar laat ook een handvol verhalen na en drie brievenboeken, geroemd om hun stilistische brille. Op het einde van zijn leven had Goudeseune nog honderd liefdesgedichten in de lade liggen, waar hij in de dagen voor zijn dood een twintigtal ‘Laatste woorden’ aan toevoegde. Allemaal sonnetten, maar dan vrij geïnterpreteerd. Bezorgers Benno Barnard en Rob Schouten selecteerden voor deze ‘Nagelaten gedichten’ de helft van de liefdessonnetten en vulden ze aan met de ‘Laatste woorden’. Opvallend zijn de mild religieuze inslag, de berusting in het lot en het onwankelbare geloof in de liefde en de taal. Hoewel zijn heengaan naderde, draagt Goudeseune in deze ultieme gedichten een nederig makende levensvreugde uit: ‘Mijn einde komt met vlinders in de buik.’ Vooral de ‘Laatste woorden’ overdonderen, de dichter kijkt er de dood onverschrokken in de ogen: ‘Dit was ik, / dit is van wat mij mijn hele leven bezighield de finale.’ Met deze imposante zwanenzang heeft Goudeseune zich de onsterfelijkheid in geschreven. (ldm)

Leslie Kaplan: ‘Het exces/De fabriek’ ★★★★☆

‘De fabriek, de grote fabriekskosmos, die ademt in jouw plaats.’ Met die beginregel is meteen de toon gezet van ‘Het exces/De fabriek’, een nu pas voor het eerst vertaalde tekst uit 1982 die de Franse auteur Leslie Kaplan schreef over haar ervaringen in een fabriek. Kaplan werkte er eind jaren 60 als maoïstische militante, maar de literaire en ook politieke kracht van dit boek schuilt er net in dat van politiek geen sprake is. Geen parolen over uitbuiting en dies meer dus, maar een koele registratie van de ruimte van de fabriek, een ruimte waarin het individuele leven van de arbeiders wordt vermorzeld en een ding tussen de dingen wordt: ‘Onderdelen, stukken en leven, de fabriek, en ijzer en ijzer en leven en leven…’ In een lethargisch ritme en een bewust onpersoonlijke schriftuur toont Kaplan adequaat de doodse, mechanische wereld van de fabriek. Het is een plek die de mens verhindert volwaardig mens te zijn, om te denken, te verlangen, zich te verzetten en met anderen solidair te zijn.

Wie denkt dat deze veertig jaar oude tekst niet meer van deze tijd is, bevelen wij ‘Seizoenarbeid’ van de Duitse schrijfster Heike Geissler aan, uit 2020: een boek over een groot Amazon-magazijn dat ‘ademt in haar plaats’. (kvb)

Atte Jongstra: ‘Cholerastad’ ★★★★☆

Rond 1850 maakte een grote cholera-uitbraak in Amsterdam duizenden slachtoffers. De stad zuchtte onder een hittegolf en de stank die uit de grachten wasemde was onverdraaglijk. In zijn nieuwe roman ‘Cholerastad’ duikt Atte Jongstra in die periode. Met behulp van honderden krantenberichten vertelt Jongstra een verhaal van twee Amsterdamse heren, de archivaris Boevers en de boekhandelaar Peek, die kennelijk echt bestaan hebben. Samen vormen ze een Club die de argeloze Amsterdammers wil informeren over de dodelijke ziekte, terwijl ze zelf van toeten noch blazen weten. Dat het de goedbedoelende heren niet voor de wind zal gaan met hun Club is wel duidelijk. Tussen hun perikelen door vinden we telkens weer die krantenberichten: nieuws, personalia, roddels, advertenties en wat al niet. We leren dat nepnieuws in de 19de eeuw ook welig tierde en dat artsen alle zeilen moesten bijzetten om de Amsterdammers van de drank te houden (want nee, alcohol hielp niet tegen cholera). De personages zijn heerlijk in hun zelfgenoegzame streven naar het goede, het taalgebruik is rijk, het ademt Multatuli en Flaubert. Behalve die mondkapjeshandel en de desinformatie rond de ziekte duiken in het boek overal parallellen op met de coronapandemie, en iedere keer doen ze je glimlachen. Atte Jongstra op z’n best. (gvdw)

HUMO GIDST NOG MEER:

De beste poptunes van het moment, een heerlijk ouderwets klinkende plaat en een conceptuele identiteitscrisis: dit zijn de platen van de week

Vlaanderens mooiste, stilmakende melancholie, prille liefdesperikelen en een crowdpleaser: dit zijn de bioscoopfilms van de week

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234