Boeken van de week Beeld Humo
Boeken van de weekBeeld Humo

humo gidsthumo gidst

Humo’s boeken van de week: een nieuwe geschiedenis van de mensheid, een dubbelspion en een goochelaar

Redactie

David Graeber & David Wengrow: ‘Het begin van alles: een nieuwe geschiedenis van de mensheid’ ★★★☆☆

In 2020 overleed David Graeber, één van de grootste anarchistische intellectuelen van onze tijd. Met een bestseller als ‘Zinloos werk’ woog de hoogleraar aan de London School of Economics wereldwijd op het maatschappelijke debat. Het status quo ging hij ook als activist te lijf: hij nam mee het initiatief voor Occupy Wall Street. Die dubbele pet van academicus en activist draagt hij ook in ‘Het begin van alles’, het nieuwe, postume boek waarin hij samen met archeoloog David Wengrow in de politiek, economie en cultuur van prehistorische samenlevingen duikt. Beide heren presenteren een kleurrijk palet aan fascinerende prehistorische gemeenschappen. Die zijn in hun ogen opvallend vaak georganiseerd volgens het anarchistische ideaal van een vredevolle en gedecentraliseerde samenleving: vrije, gelijke en autonome individuen besturen zichzelf zonder centrale autoriteit.

Geïnspireerd door het anarchistische gedachtegoed betogen beide auteurs dat onze evolutie niet wordt bepaald door economie, geografie of technologie, maar door collectieve besluitvorming van zelfbewuste mensen. Een brede waaier aan vastgeroeste ideeën counteren ze met opmerkelijke tegenvoorbeelden. Eén daarvan is de evolutie van jager-verzamelaar naar landbouwer. Graeber en Wengrow tonen aan dat mensen eerder ‘ludiek’ met landbouw omgingen: ze bewerkten de natuur om hogere opbrengsten te krijgen, maar vestigden zich niet op één vaste plek. Deden ze dat uitzonderlijk toch, dan was dat meestal omdat alle vruchtbare grond al was ingenomen door jager-verzamelaars. Evenmin was het gesettelde boerenbestaan een noodzakelijke voorwaarde om monumenten of steden op te richten. Rondtrekkende groepjes hazelnootverzamelaars werkten 3.000 jaar voor Christus tenslotte al samen om Stonehenge te bouwen.

Hun punt is duidelijk: landbouwers staan niet hoger op de beschavingsladder dan jager-verzamelaars. Wanneer de twee Davids aan de hand van die prehistorische gemeenschappen gangbare interpretaties van beschaving, gelijkheid en macht ter discussie stellen, glijdt geschiedenis naadloos over in filosofie. Zo kan macht gebaseerd zijn op de controle over geweld, op persoonlijk charisma, maar ook op de kennis om specifieke rituelen uit te voeren. Als iedereen gelijke toegang heeft tot de belangrijkste rituelen, vragen ze zich af, is iedereen dan gelijk?

Deze ‘nieuwe geschiedenis van de mensheid’ is boven alles een spitante maatschappijkritiek. De prehistorische geschiedenis was een ‘carnavalsoptocht van politieke vormen’ die scherp contrasteert met de hedendaagse politieke eenheidsworst. Door het schoolbord af te vegen dat de ontwikkelingsstadia van de mens weergeeft, willen de auteurs onze toekomst openbreken. Ze roepen op om verloren prehistorische vrijheden te heroveren: de vrijheid om bevelen te weigeren, de vrijheid om zich in een andere samenleving te vestigen en de vrijheid om het bestuur van de samenleving zelf in te richten.

Geschiedenis wordt vaak voor politieke karretjes gespannen. De prehistorie leent zich daar al helemaal toe, omdat het weinige bronnenmateriaal voor veel interpretaties vatbaar is. De resten van een grote zaal worden zo door Graeber en Wengrow beschouwd als een historisch parlement, terwijl andere archeologen er een troonzaal in zien. De auteurs laken terecht dat de inheemse Amerikanen die over vrijheid en gelijkheid filosofeerden onfair als ‘nobele wilden’ te boek werden gesteld, maar bestrijden dat vooroordeel met een karikatuur van de ‘westerse’ politieke filosofie. De verlichting is volgens Graeber en Wengrow grotendeels ontstaan onder invloed van inheemse Amerikaanse denkers. Daarmee vegen ze al te vlot de humanisten onder de mat. Ze herleiden het Europese denken van die periode tot de jezuïeten en een paar conservatieven. En de Europese interpretatie van vrijheid wordt wel heel sterk vereenzelvigd met het principe van privé-eigendom. Hadden ze ‘Vrijheid’ van Annelien De Dijn gelezen, dan hadden ze geweten dat vrijheid in de westerse ideeëngeschiedenis werd beschouwd als zelfbestuur door het volk. Die vrijheid zijn we, in tegenstelling tot wat de auteurs beweren, gelukkig nog niet kwijt. Niels Morsink

Viet Thanh Nguyen: ‘Vietnamees in Parijs’ ★★★½☆

De verteller in ‘Vietnamees in Parijs’ is de Noord-Vietnamese dubbelspion die we leerden kennen in ‘De sympathisant’, Viet Thanh Nguyens bekroonde debuut uit 2016. Anno 1981 komt de innerlijk verscheurde Vo Dahn met zijn communistenvretende ‘bloedbroeder’ Bon in de lichtstad aan. Door een baantje in ‘het slechtste Aziatische restaurant in Parijs’, dekmantel van de criminele organisatie van ex-landgenoot ‘Boss’, raken de twee, als huisdealers van de Parijse bohemienintellectuelen, verzeild in de hasjhandel én in een bloedige bendeoorlog. Voer voor een plot vol cartoonesk ‘Reservoir Dogs’-geweld, martelscènes en droge ironie. Maar die thrillerplot is bijzaak: ook dit keer draait het om de voortratelende innerlijke monoloog van de verteller. Over de abjectheid van kapitalisme, kolonialisme en racisme. Over de vraag of hij, bastaardzoon van een Franse priester, deels verantwoordelijk is voor wat ooit een beschavingsmissie heette; over het failliet van idealen, de waarde van engagement en oneindig veel meer. Zijn gedachtestroom is doorspekt met oneliners (’Ah, tegenstrijdigheid! De eeuwige lichaamsgeur van de mensheid!’) en citaten van Marx, Sartre en De Beauvoir. Je zou het een satirisch-filosofische misdaadroman moeten noemen. Knettergek, waarschijnlijk deels mislukt, maar uitermate interessant en prikkelend tegelijk. (dja)

Tim Foncke: ‘De wegwijzers mogen weg’ ★★½☆☆

Schrijvers met een alcoholprobleem, je zou er een hele bibliotheekvleugel mee kunnen vullen. Tot voor kort zou ook Tim Foncke (ex-stand-upcomedian en lid van Moedig Achterwaarts, het collectief waarvan ook Delphine Lecompte, Piet De Praitere en Joke Van Caesbroeck deel uitmaken) daar staan prijken. Tot voor kort dus, want sinds ‘De wegwijzers mogen weg’ heeft Foncke de fles naar eigen zeggen definitief afgezworen. Als schrijver werd hij vooral bekend met zijn brievenromans die al eens een relletje à la flamande veroorzaakten. ‘De wegwijzers’ is opnieuw zo’n brievenroman, waarin Foncke aan zijn lieven, ex-lieven en jeugdvrienden verslag doet van zijn dagen. Die bestaan voornamelijk uit wandelen, mijmeren over het verleden, brieven schrijven en drinken. Véél drinken. Qua toon krijg je als lezer wat je zou verwachten van een ‘literair stand-upper’: brutaal, een tikje stoer en niet te beroerd om zichzelf geregeld in de zeik te zetten. Soms werkt dat, vaker missen het dronkenmansverdriet en de humor een standvastig promillage. Naar het einde toe kruipt er meer tevredenheid en kwetsbaarheid in de brieven, wat het niveau ten goede komt. Foncke schrijft innemender als hij de alcohol, ‘zonnebril voor de ziel’, durft af te zetten. Dat belooft. (mke)

Malte Herwig: ‘De grote Kalanag’ ★★☆☆☆

Wat literatuurcriticus en Peter Handke-biograaf Malte Herwig heeft bezield om het levensverhaal op te tekenen van de Duitse goochelaar Kalanag (1903-1963), wil me ook na lectuur van zijn boek niet helemaal duidelijk worden. De succesvolle illusionist mag dan creatief geweest zijn in het verdoezelen van zijn naziverleden, een uitzondering was hij daarin niet. Ook zijn persoonlijkheid heeft nauwelijks belang. Hoezeer de biograaf ook zijn best doet om ons Kalanag voor te toveren als een fascinerend vat vol tegenstrijdigheden, een figuur die ‘meedogenloos, malicieus en slinks’ was en toch ‘een miljoenenpubliek over de hele wereld betoverde’ (alsof die twee niet juist heel goed samengaan), hij blijft een lege huls, een opportunistische blaaskaak zoals die in heden en verleden bij bosjes te vinden zijn. Het verbaast dan ook niet dat Herwig het verhaal van deze banale man interessanter probeert te maken dan het was. Hij vervalt geregeld in de sensatiebeluste boulevardbladstijl waarmee hij tijdens zijn uitvoerig archiefonderzoek in de variétésector blijkbaar besmet is geraakt. Aan het eind schrijft de auteur over de doodzieke en uitgetoverde goochelaar: ‘de grote Kalanag keek achter de schermen van zijn eigen leven en ontdekte daar een grote leegte’. De lezer kende die intussen helaas al veel te lang. (kvb)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234