null Beeld Herman Selleslags
Beeld Herman Selleslags

De roesSchrijvers over hun druggebruik

‘Ik erger me aan het onsterfelijkheidsidee van niet-rokers en andere gezondheidsfreaks. Ook zij gaan vroeg of Iaat dood’

Onderstaande tekst was al persklaar toen ons het droeve nieuws uit Lissabon bereikte. We publiceren ‘m alsnog, omdat Herman zonder enige twijfel hetzelfde zou hebben gedaan én omdat de mooie tekst een waardige afsluiter is van de reeks bijdragen die hij Humo door de jaren heen geschonken heeft en waarin hij, zoals beloofd achterin zijn debuut ‘De lenige liefde’, de taal dynamiteerde tot een gebeurtenis waar veel mensen naar zouden komen kijken.

Herman De Coninck

Ik zal wel eens in een Humo-interview aan Wilfried Hendrickx bekend hebben dat ik tijdens mijn nachtelijk schrijven een Duvel per uur tot me nam. Dat interview zit nu in elke knipselmap van elke journalist die nog eens om een vraaggesprekje komt. Ik rook bij die Duvels (of whisky’s) ook tamelijk wat sigaretten, schrijvers zijn de laatste verwoede rokers overal ter wereld. Het zal wel een soort zelfbeloning zijn, voor al die eenzame uren voor het witte blad. Maar het is geen gedrag dat ik aan zou willen moedigen.

Ik ben destijds opgevoed tot roken, zoals je nu wordt opgevoed tot niet-roken. Toen ik een jaar of vijftien was en op zondagse familie-uitstap meeging, kreeg ik van mijn vader wel eens een sigaret aangeboden, om te laten blijken dat ik ‘groot’ werd. Ik vrees dat ik onmiddellijk héél groot wou worden. Het was ook de manier waarop pastoors of priesters-leraren je, als je bij hen op de kamer moest komen, probeerden op je gemak te stellen: ‘Neem een sigaret. En hoe gaat het met je zuster?’ Ik ben niet trots op mijn tabaksverslaafdheid. Ik word wel wrevelig bij een al te groot anti-rokers-fanatisme, als ik bijvoorbeeld hoor dat je in Central Park in New York boos wordt aangesproken zodra je een sigaret opsteekt, daar in de open lucht temidden van duizend uitlaatgassen per minuut.

Ik erger me vooral aan het onsterfelijkheidsidee van niet-rokers en andere gezondheidsfreaks. Volgens mij gaan ook zij vroeg of Iaat dood. Zij zullen dan wel zeggen dat een kankerpatiënt qua geneeskundige zorgen zoveel honderdduizenden kost aan de maatschappij. Maar iemand die zonder sigaretten twintig jaar langer blijft leven, kost qua pensioen nog véél meer aan de maatschappij. Ik begrijp dat hele onsterfelijkheidsidee niet. De maatschappij is niet voorzien op mensen van meer dan vijftig, en probeert ze allemaal honderd te laten worden. (Ik begrijp eigenlijk niet waarom er geen rokerssubsidie komt.) Onlangs sprak ik een stevig paffende docente Neerlandistiek, die als toegevoegde stelling bij haar docotoraat had geponeerd: ‘Toen iedereen nog rookte, had niemand er last van.’

Zo is dat. Zo zal ik ook wel tot drinken opgevoed zijn, op Vlaamse Kermissen voor de goede zaak, later in het leger, nog later toen ik ontdekte dat een lichte beneveling me iets minder verlegen maakte, zeker als ik met meisjes wou praten. Beide, tabak en alcohol, horen bij mijn schrijfritueel - maar met inspiratie denk ik eigenlijk niet dat ze iets te maken hebben. Andere rituelen zijn het uitkiezen van de juiste vulpen, en als het niet wil vlotten: het proberen van een andere vulpen. Vandaag zou ik moeten zeggen een andere tekstverwerker, maar dat is financieel niet meteen haalbaar. Er is ook niks zo opluchtend als een mislukte kladversie van een gedicht verfrommelen en in de papiermand mikken, maar ook dat kan met een tekstverwerker niet. De vooruitgang maakt veel ritueel ongedaan. Inspiratie echter komt van andere dingen. Van stilte. Van een deadline. Van géén telefoon. Van géén vrouw en kinderen in de buurt. Van een genadige snelheidsbeperking van het gedachte-leven, zodat je je gedachten een beetje één voor één kunt bekijken.

Ik wou nog iets kwijl over het jolige toontje van deze enquête. Ik vind het nogal cynisch om als verslavingen chocolade, alcohol en heroïne naast elkaar te zetten. Chocoladeverslaving is niet leuk, want wordt vooral beoefend door vijftigjarige vrouwen die besloten hebben even dik te worden als ze vroeger mooi waren. Alcoholisme is niet leuk, maar als sociaal drinker kun je het redelijk lang volhouden. Een sociaal heroïnespuiter daarentegen bestaat niet. Wie zich aan de heroïne begeeft, houdt op een sociaal wezen te zijn. Kijk naar de film - of lees het boek - ‘Trainspotting’. Jonge moeder heeft al 24 uur geen spuit meer gehad, en is daar zo door geobsedeerd dat ze niet in de gaten krijgt dat de baby al 48 uur geen eten meer gehad heeft. Baby sterft. Kortom, het nonchalant-doen over hard drugs dat uit deze enquête blijkt, maakt me tamelijk boos. Een joint verhoudt zich tot een shot heroïne zoals een waterpistool tot de atoombom. Ik vind dat men die joint moet legaliseren, en daaronder een hele dikke streep zetten: daarna niks meer. Zo was ik onlangs ook verontwaardigd bij de handtekeningenactie van een aantal Hollandse intellectuelen, Kees van Kooten voorop, die pleitten voor een vrij drugscircuit. Zij wisten wel wat ze deden, als ze al eens een lijntje coke snoven. Dat moest maar mogen. Ja, maar ik weet niet of vijftienjarige scholieren die heroïne aangeboden krijgen, en er nooit van hun leven nog van af geraken, weten wat ze doen. Mensen die zoiets aanbevelen zou ik opsluiten. In het Gooi, bijvoorbeeld. Je hoeft daar geen tralies omheen. Als je daar één keer woont, kom je er toch nooit meer uit.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234