Laura De Weerdt: ‘Soms denk ik: waarom doe ik dit nog? Ben ik mezelf nu in een burn-out aan het werken voor een stukje papier?’ Beeld Damon De Backer
Laura De Weerdt: ‘Soms denk ik: waarom doe ik dit nog? Ben ik mezelf nu in een burn-out aan het werken voor een stukje papier?’Beeld Damon De Backer

coronavirusmentaal welzijn

Jongeren zien hun coronaleven steeds minder zitten: ‘Op de omslagfoto van onze Facebook-groep staat het nummer van de zelfmoordlijn, just in case’

Lockdownangst en examenstress vormen voor heel wat studenten een uitdagende combinatie. Hoe gaat het met hun mentale gezondheid? En vinden ze, als het misloopt, de weg naar de juiste hulp? ‘Ik kan me nauwelijks nog concentreren.’

Stijn De Wandeleer

“Het is een moeilijk jaar geweest”, zucht Laura De Weerdt (22), studente aan de lerarenopleiding van de Howest. Ook voor dit virus vorig jaar zijn intrede deed, worstelde Laura al met mentale klachten, maar de pandemie heeft die alleen maar verergerd. Vooral de eenzaamheid valt haar zwaar, zegt ze, zeker nu al haar lessen sinds enkele weken weer online georganiseerd worden. “Ik zit alleen op kot, en naast dit interview en af en toe eens een gesprek met vrienden, zwijg ik het grootste deel van de dag. Ik loop hier maar wat doelloos rond en voel de muren op me afkomen. Als student moet je je soms echt optrekken aan de steun van je vrienden en medestudenten om te slagen aan het einde van het jaar, maar door corona heb ik vaak het gevoel dat ik er alleen voor sta.”

Dat ze voor leerkracht in het secundair onderwijs studeert, een sector die tegenwoordig de ene uppercut na de andere te verwerken krijgt, maakt de uitzichtloosheid alleen maar pijnlijker. De werkdruk op school is hoog, stages vallen weg bij de zoveelste virusuitbraak, en er zijn nauwelijks mogelijkheden om te ontspannen. “Dat is zo frustrerend aan deze periode: de focus ligt volledig op presteren, en er is geen ruimte voor een leven naast mijn studie. Soms denk ik: waarvoor doe ik dit nog? Ben ik mezelf nu in een burn-out aan het werken voor een stukje papier, waarmee ik later een onzekere toekomst tegemoet kan?”

De druk en onzekerheid van het voorbije jaar hebben hun tol geëist.

Een zware depressie was het oordeel van haar psycholoog. Sindsdien moest Laura twee stages afzeggen omdat de mentale druk te groot was geworden. Ook rondom zich ziet ze medestudenten trappelen om het hoofd boven water te houden, waardoor ze eerder dit jaar met enkelen van hen een digitaal zelfhulpgroepje oprichtte. “Op de omslagfoto van onze Facebook-groep staat het nummer van de zelfmoordlijn, voor als iemand het echt moeilijk zou krijgen. “Ik weet dat dat heftig klinkt, maar het is dan ook een intense periode geweest.”

Over de mentale gezondheid van studenten wordt nochtans weleens schamper gedaan. Waar kunnen jonge mensen, vaak zonder grote verantwoordelijkheden die eigen zijn aan het leven als volwassene, het nu moeilijk mee hebben? “Die opmerking krijg ik ook geregeld als mensen me naar mijn baan vragen”, zegt studentenpsycholoog Suzy Even (UGent). “Dat maakt me kwaad, want studenten komen met dezelfde problemen in aanraking die we in de rest van de samenleving tegenkomen. We zien bij hen bijvoorbeeld vergelijkbare cijfers wat angst- en stemmingsstoornissen betreft, en ook relationele problemen komen in die leeftijdsgroep even vaak voor.

“Tegelijkertijd komen studenten in aanraking met problemen specifiek voor hun leeftijd: ze worstelen nog volop met hun identiteit, wie ze horen te zijn in de wereld. Ook suïcidale gedachten zijn het hoogst in de leeftijdsgroep van 18 tot 24 jaar. Na verkeersongevallen is zelfdoding de grootste doder in die leeftijdsgroep.”

Abdulhalim Shirzai: 'Ik kom uit Afghanistan, dus de taal speelt me parten. In de aula kun je meteen hulp vragen aan een docent, thuis gaat dat niet.' Beeld Damon De Backer
Abdulhalim Shirzai: 'Ik kom uit Afghanistan, dus de taal speelt me parten. In de aula kun je meteen hulp vragen aan een docent, thuis gaat dat niet.'Beeld Damon De Backer

Rustig hadden de psychologische hulpverleners op hogescholen en universiteiten het sowieso al niet, ook niet toen ‘corona’ nog gewoon de naam van een biertje was. Toen klopten studenten vooral aan met problemen rond faalangst, uitstel­gedrag en sociale angsten.

De coronacrisis heeft het aantal studenten dat aan de alarmbel trekt alleen maar de hoogte in gejaagd. Bij de Universiteit Antwerpen stappen al drie jaar op rij meer studenten naar de studentenpsycholoog, en uit een onderzoek bleek dat aan het einde van vorig academiejaar 45 procent van de studenten met depressieve gevoelens kampte, en 42 procent van hen zich meestal of vaak geïsoleerd voelde.

Ook de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) voerde dit jaar een grootschalig onderzoek en botste op gelijkaardige bevindingen: meer dan de helft van de bevraagde studenten gaf aan zich slechter in zijn vel te voelen in vergelijking met de periode voor de pandemie. Eén student op de vijf kampte zelfs met zelfmoordgedachten.

Zorgwekkende cijfers zijn het, die volgens Suzy Even vooral te wijten zijn aan de onvoorspelbaarheid en het aanslepende karakter van dit volhardende virus. “Daardoor merkten we al na de tweede coronagolf dat kwetsbaarheden die anders pas later naar boven zouden komen, plots hun weg naar buiten vonden. Studenten meldden zich aan met angststoornissen, depressies en zelfs eetstoornissen. Vaak waren het mensen die mensen hier nog niet gestaan zouden hebben als de stress van corona niet op hen had gewogen.”

Mentaal drijfzand

We hebben nu eenmaal allemaal kwetsbaarheden die opborrelen wanneer we worden blootgesteld aan de juiste hoeveelheid stress. Daar kan ook Mila Noor De Baere (22), masterstudente conflict and development aan de UGent, van meespreken. Na een moeilijke periode vorig jaar merkt ze dat ze stilaan opnieuw wegzakt in mentaal drijfzand. Haar concentratie is in grote mate zoek nu er weer thuis gestudeerd moet worden, zegt ze. En ook de angst om net als vorig jaar haar studentenjob in de horeca te verliezen, waar ze financieel afhankelijk van is, creëert grote kopzorgen.

Bij haar leidde al die stress tijdens de eerste lockdown tot het ontwikkelen van een OCD (dwangstoornis), een hele resem aan tics en beklemmende routines die haar een gevoel van controle geven, maar die vooral veel tijd opslokken. “Die OCD zat waarschijnlijk altijd al in mij, maar tijdens de eerste lockdown is hij pas naar boven gekomen. Nu de UGent alle lessen sinds kort weer online laat plaatsvinden, merk ik dat mijn situatie weer aan het verergeren is. Binnen zitten is voor mij de hel, want dan heb ik alleen maar meer tijd om met mijn tics bezig te zijn, en kom ik dus moeilijker aan studeren toe. Daar voel ik me dan óók weer schuldig over.”

Mila Noor balde haar frustraties en zorgen vorig jaar al samen in een opiniestuk voor Humo (Lees hier: ‘Ik durf voor het eerst in mijn leven luidop te zeggen: ik ga eraan onderdoor’), waarin ze een lans brak voor meer aandacht voor het mentaal welzijn van studenten. In die opinie gaf ze voor het eerst toe dat het niet goed met haar ging, en dat het haar veel tijd heeft gekost om dat ook zelf onder ogen te zien. “Uit schaamte, denk ik, maar ook uit angst voor de reacties van mijn omgeving. Jongeren werden toen veel met de vinger gewezen: wij mochten niet klagen, want wij kónden tenminste nog studeren. Daardoor voelde ik me bijna schuldig om toe te geven dat het eigenlijk helemaal niet zo goed ging met mij.”

Het is tekenend aan een periode waarin sterftecijfers en ziekenhuisopnames dagelijks het nieuws halen: wie met — op het eerste gezicht — mildere klachten kampt, schuift die in eerste instantie onder de mat. Dat merkt ook expert jongerenwelzijn Shari Robijns van het Jongerenaanbod CAW (JAC) op. “Studenten trokken tijdens de pandemie vaak pas later aan de alarmbel wanneer ze merkten dat het mentaal wat moeilijker ging, vanuit de idee dat wat ze zelf meemaakten niets voorstelde in vergelijking met waar anderen op dat moment mee worstelden. Veel jongeren gingen hun problemen internaliseren, en zochten naar manieren om hun zorgen te verdoven. Daardoor zien we een stijging van zelfdestructief gedrag zoals automutilatie en eetstoornissen, maar ook een toename van alcoholgebruik bij studenten.”

Door de pandemie ontbreekt het heel wat jongeren vandaag ook aan een sociaal vangnet, klinkt het nog. Iemand die op café even kan vragen hoe het gaat, en die mentale problemen kan signaleren nog voor ze volledig uit de hand lopen. “We merken dat jongeren nu vaak alles op eigen houtje proberen op te lossen. Wanneer ze dan toch de stap naar professionele hulp zetten, zijn hun problemen vaak al geëscaleerd. Maar in de gespecialiseerde hulp zit je dan weer snel met wachttijden van zes maanden, en in sommige regio’s zelfs twee jaar.”

Sociaal vangnet

Toch valt er ook een beetje goed nieuws te rapen. Er is ook een aanzienlijke groep studenten die aangeeft dat hun studie sinds de pandemie eigenlijk beter loopt dan vroeger, omdat ze zich beter kunnen concentreren door thuis de lessen te volgen, zo weet Elhasbia Zayou, studentenbegeleider aan de Thomas More-hogeschool in Mechelen. “Ik denk dat we soms in de veronderstelling leven dat de pandemie voor iedereen ontzettend moeilijk is geweest, maar daarin zien we toch grote individuele verschillen.”

Ook wie zich vandaag wél slecht voelt, kan tenminste rekenen op een cultuur waarin dat soort problemen al een pak gemakkelijker te bespreken is dan pakweg tien jaar geleden. Onder andere door sociale media, waar zulke mentale euvels lang niet meer zo taboe zijn als vroeger. De voorbije jaren zijn ook alleen maar meer boegbeelden opgestaan die openlijk over hun mentale worstelingen praatten.

“Denk maar aan StuBru-presentatrice Gloria Monserez, die vorig jaar op Instagram in tranen vertelde over hoe zwaar de pandemie haar viel, of Jens Dendoncker die openlijk sprak over zijn angsten en zijn opname in de psychiatrie”, zegt Robijns. “Dat soort getuigenissen mist zijn effect niet: we merken dat die erg drempelverlagend werken om jongeren tot bij de juiste psychologische hulp te krijgen. Ze denken: als zíj het ook mentaal moeilijk hebben, is het misschien niet abnormaal als ik zelf niet goed in mijn vel zit.”

Tegelijk moet ook studentenpsycholoog Suzy Even iets van het hart, over diezelfde sociale media, en de impact daarvan op het mentaal welzijn van jongeren. “Ik doe dit vak nu al zestien jaar, en wat me opvalt is dat studenten veel moeilijker met frustraties en negatieve emoties omgaan dan voorgaande generaties”, klinkt het. Ze benadrukt niet tégen sociale media te zijn, maar ziet er toch een risico in voor jonge, beïnvloedbare mensen.

“Op Instagram lijkt het alsof iedereen voortdurend een spannend leven leidt. Als studenten merken dat hun leven niet past binnen dat perfecte plaatje, schieten ze in paniek. Het gebeurt dat studenten naar mij komen nadat hun lief het net heeft uitgemaakt. In dat soort situaties geef ik dan wat psycho-educatie over hoe negatieve emoties in die context niet meer dan normaal zijn. Maar voor een deel van de studenten lijken negatieve emoties geen normaal onderdeel van het leven te zijn. Voor hun persoonlijke problemen belanden ze soms zelfs sneller op de zetel van een psycholoog dan dat ze er met een vriend op café over zullen beginnen.

“Iedereen is uiteraard meer dan welkom bij ons, maar ik vind het toch een zorgwekkende evolutie dat er over dat soort problemen moeilijker gepraat wordt met leeftijdsgenoten. Het delen van je eigen zorgen is juist goed om verbondenheid te stimuleren, en een goede remedie tegen eenzaamheid.”

Aan initiatieven om studenten aan het praten te krijgen is er nochtans geen gebrek. Heel wat hogescholen en universiteiten zetten sinds de pandemie meer in op psychologisch welzijn van hun studenten, en introduceerden zelfs apps om studenten met gelijkaardige interesses met elkaar in contact te brengen. Jongerenplatform WatWat lanceerde dit jaar dan weer het kaartspel ‘Donkere gedachten’, dat studenten over hun innerlijke wroegingen moet helpen praten, en bij het JAC introduceerden ze vorig jaar nog de campagne #Roby (kort voor ‘the reality of being young’) waarmee ze studenten aanmoedigden om wat vaker beelden op sociale media te delen die stroken met de minder gepolijste realiteit.

Geen concentratie

Abdulhalim Shirzai (22) is student bedrijfsmanagement en kan gelukkig wel rekenen op een goede vriendengroep, maar heeft zich het voorbije jaar toch allesbehalve denderend gevoeld. Door corona moest hij een groot deel van zijn lessen van thuis uit volgen, wat hem zwaar is gevallen. “Ik ben afkomstig uit Afghanistan, dus de taal speelt me nu extra parten. Als andere studenten één uur nodig hebben om de leerstof te verwerken, ben ik daar gemakkelijk twee of drie uur mee kwijt. Als je in de aula met een vraag zit, kan je snel hulp vragen aan een docent. Maar als je je docent mailt, moet je soms twee of drie dagen op een antwoord wachten.”

Mila Noor De Baere: 'Vorig jaar werden jongeren veel met de vinger gewezen. Ik schaamde me ervoor om toe te geven dat het niet goed ging.' Beeld Damon De Backer
Mila Noor De Baere: 'Vorig jaar werden jongeren veel met de vinger gewezen. Ik schaamde me ervoor om toe te geven dat het niet goed ging.'Beeld Damon De Backer

Ook de zorg voor zijn twee zieke ouders komt voor een groot deel op zijn schouders terecht, en tegelijkertijd maakt hij zich grote zorgen over zijn familie die is achtergebleven in Afghanistan, waar de taliban eerder dit jaar aan de macht kwamen. “Heel wat Afghanen leven daar nu in financiële moeilijkheden, soms zelfs zonder dak boven hun hoofd. Om toch iets te kunnen betekenen voor de Afghanen die hulp nodig hebben, ben ik van plan om deze winter een inzamelactie te organiseren. De moeilijkheden in Afghanistan baren me grote zorgen, en ik lig er regelmatig wakker van. Daardoor kan ik me natuurlijk ook minder goed concentreren op school.”

Als vrijwillig tolk bij het CAW heeft hij de voorbije jaren wel wat trucs geleerd om beter met die kopzorgen en stress om te gaan. “Er zijn wel wat ademhalingsoefeningen die ik regelmatig probeer toe te passen, en die de stress wat verlichten”, zegt Abdulhalim. “Ik ga nu sowieso de komende tijd op mijn examens focussen. De eerste twee semesters zijn niet verlopen zoals ik had gedacht: ik had veel herexamens, waardoor ik tijdens de zomervakantie bijna alleen maar moest studeren. Dat heeft er ook voor gezorgd dat ik al even niet zo goed in mijn vel zit. Hopelijk zijn mijn resultaten dit jaar beter, zodat ik wél van een beetje vakantie kan genieten.”

Volgens de VVS lopen niet alle studenten evenveel kans om met mentale klachten in aanraking te komen: studenten met een migratieachtergrond, lgbtq-studenten en jongeren die het financieel met minder moeten doen zijn op dat vlak een pak kwetsbaarder. “Zij hebben het in de samenleving vaak ook al moeilijker, en verdienen dus extra aandacht. Maar vaak zijn het ook die studenten die moeilijker bij de juiste psychologische hulp terechtkomen”, zegt Julien De Wit, bestuurder van de Vlaamse Vereniging van Studenten. Hoe kunnen we dat beter aanpakken? Wat moet er veranderen om ervoor te zorgen dat studenten niet eerst lange tijd op hun eentje watertrappelen voor ze de nodige hulp krijgen? “Er moet meer preventief gewerkt worden”, zegt De Wit. “Door bijvoorbeeld een sterkere studentengemeenschap te vormen, en ervoor te zorgen dat er genoeg verbindende initiatieven zijn. Nu is het vaak zo dat we wachten tot het probleem er is, voor we beginnen met het op te lossen.”

Iedereen geholpen

De drempel naar psychologische hulp moet dus lager, stelt De Wit. Hoewel er daar de voorbije jaren veel verbeterd is, door bijvoorbeeld de introductie van online chatboxen waar studenten anoniem hun verhaal kunnen doen, vindt ook vandaag een op de drie studenten met psychische klachten de weg naar de juiste hulp niet. “Door schaamte, maar ook financieel is psychologische hulp niet voor elke student realistisch. ‘Voor elf euro naar de psycholoog’ kopten alle Vlaamse media eerder dit jaar, maar in de realiteit is daar nog niet veel van in huis gekomen”, zegt De Wit. “Om recht te hebben op dat bedrag zou je ook aan strikte voorwaarden moeten voldoen. Dat probleem stelt zich vandaag ook al: er zijn studenten die tussen de steunmaatregelen in vallen, omdat ze niet arm genoeg zijn om er recht op te hebben, maar ook niet genoeg geld hebben om hun psychologische begeleiding te kunnen betalen.

“Ik herinner me een studente die maandelijks een vast bedrag van thuis meekreeg, en die moest kiezen tussen een gezond eetpatroon en psychologische hulp. Dus kocht ze elke week een pak appels en wat diepvriespizza’s, zodat ze haar psycholoog kon betalen.”

De Wit herinnert zich ook verhalen van studenten die vreesden dat hun gesprek met de studentenpsycholoog op hun diploma zou belanden, of dat hun ouders verwittigd zouden worden van hun afspraak. “Er is dus nog werk om studenten juist te informeren over de realiteit van psychologische begeleiding.”

Maar ook meer middelen om de al overbelaste mentale zorg voor studenten te ondersteunen zijn broodnodig. “Er vloeit vandaag nog steeds meer geld naar de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen dan naar die voor jongeren”, weet jongerenexperte Robijns. “Dat zouden we graag anders zien.” De Wit sluit zich daarbij aan: “Ik heb al verhalen gehoord van studentenpsychologen die ook met Kerstmis zouden gaan doorwerken, uit eigen wil, om de vraag van studenten te kunnen bijhouden. Die mensen werken zichzelf in het rood, daar mag ook wel eens wat aandacht voor zijn.”

Volgens De Wit moeten we opletten dat we, met het invoeren van nieuwe maatregelen om de pandemie in te dijken, niet ook het sociaal weefsel tussen studenten volledig doorsnijden. “Je hoort soms: als thuiswerk dan toch de toekomst is, gooi de campussen dan ook maar dicht. Ik vind dat het tegengeluid minstens even luid mag klinken: onze campussen zijn juist ontmoetingsplaatsen waar in deze periode extra veel nood aan is.” Abdulhalim en Mila Noor beamen dat het contact met medestudenten en vrienden een grote troost is in deze onzekere dagen. Dat het vangnet dat zij uitspannen hen ervan weerhoudt nog veel harder tegen de grond te smakken.

Ook Laura heeft de voorbije maanden veel gehad aan het online en telefonische contact met de mensen in haar zelfhulpgroepje. Het is aan die zeldzame lichte momenten dat ze zich nu extra hard vastklampt. “Als iemand in ons groepje het echt moeilijk heeft, zeggen we: zullen we nog eens een sessie inplannen? En dan bellen we soms wel zes uur aan een stuk met elkaar, tot een van ons in slaap valt. We hebben ons voorgenomen om tijdens de moeilijke periode die nog voor ons ligt over elkaar te waken. En dat gaan we doen ook.”

Wie met vragen zit over zelfdoding ­ kan terecht bij de Zelfmoordlijn: zelfmoord1813.be of bel het nummer 1813.

(DM)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234