null Beeld RV
Beeld RV

Dienstplicht?

Miliciens over hun legertijd: ‘Een jongen van wie ze veronderstelden dat hij homo was, hebben ze uitgekleed, op zijn bed gedrukt en een borstelsteel in zijn aars geduwd’

Als het van Michel Hofman, stafchef van het Belgische leger, afhangt, wordt de militaire dienstplicht opnieuw ingevoerd. De laatste milicien vertrok in 1995 uit de kazerne en dat zorgt voor het gevaar dat er met enige mildheid wordt teruggekeken op die vervlogen tijd. Daarom zocht Humo zijn eigen ‘Dossier Troep’ terug, een zevendelige serie uit 1987 waarin zestien miliciens vertellen hoe zij het legerleven ervaren hebben. De meesten waren net afgezwaaid. Hun herinneringen waren nog vers, en rauw.

Jan Hertoghs

Pro memorie: tot 1995 beschikte onze landsverdediging niet alleen over een beroepsleger, maar ook over een jaarlijkse lichting van 39.000 dienstplichtigen of miliciens, jonge mannen die verplicht dienst moesten nemen in het leger. Ze waren tien maanden soldaat in België of acht maanden strijdkracht in een Belgische kazerne in Duitsland.

Tussen 1945 en 1995 zijn bijna twee miljoen jonge Belgen ‘onder de wapens’ gegaan, en jongemannen in uniform behoorden vijfentwintig jaar geleden evenzeer tot het straatbeeld als roltabak en stempellokalen. De zin om dat uniform te dragen was vaak even groot als de soldij van zo’n milicien. In 1987 kreeg hij 75 à 100 Belgische frank per dag (100 frank= 2,50 euro).

ENTREE IN DE KAZERNE

KOEN «Ik ging met tegenzin, ik had wel wat beters te doen.»

SERGE «Ik was onzeker, angstig bijna. Wat stond mij te wachten? De legermentaliteit schrikte mij af: je leert er roken, je leert er drinken, je moet er stoer doen, je krijgt er op je donder van oversten. Dat kwam allemaal op mij af, en ik wist er geen raad mee.»

GEERT «Ik was vijf minuten in de kazerne en ik besefte al wat het leger mij in de komende maanden te bieden had: wachten,wachten en nog eens wachten. Het leger is één grote wachtzaal. Wachten op eten, wachten op kledij, wachten op een oefening, wachten op een bevel. Door al dat wachten voel je haarscherp aan: ik heb hier niks meer te zeggen over mijn doen en laten. Anderen bepalen je leefritme. Je hebt honger, maar anderen bepalen wanneer er gegeten wordt. Je hebt nog geen slaap, maar anderen bepalen wanneer er geslapen wordt. Enzovoort. Eén grote les in onzelfstandigheid.»

CIS «Je komt aan. Losse sfeer op het paradeplein. Miliciens en ouders onder elkaar. Top30-muziek uit de luidsprekers. Na een kwartier nemen de ouders afscheid en verlaten ze de kazerne. De muziek wordt met een harde knak afgezet, in de versterkers kraakt het nog even na. Je gaat in rijen naar de kamers en daar brult een overste: ‘De eerste die zijn bakkes opendoet, blijft dit weekend binnen.’ Je wéét: nu ben ik in het leger.»

KAKKERLAKKEN À VOLONTÉ

FRANK (Brasschaat) «’s Maandags worden geschilde aardappelen geleverd... voor een hele week. De aardappelen van vrijdag stonden dus al van maandag in het water. Dat gist, daar drijft een vette schuimlaag op,maar voor de keukenoverste was dat geen probleem, ‘want ze worden toch gekookt’.

»En dan de kakkerlakken! Die troffen we geregeld aan in de slakom. In het begin draaide mijn maag zich om, ik liep de refter uit. Kakkerlakken zijn toch kevers die het daglicht schuwen?! Daar kropen ze ook overdag rond, traag en vet gevreten. Eentje kroop over het schuifvlak van de zelfbediening. Ik heb ’m moeten aanporren met m’n dienblad!»

CHRIS (Brasschaat) «Er was een milicien die er plezier in schepte’s morgens de keuken te betreden zonder licht te maken. Hoe smakelijk kraakten de kakkerlakken onder zijn voeten!»

LUC (Leopoldsburg) «In die tien maanden zijn ze slechts twee keer kakkerlakken komen verdelgen in de keuken waar ik werkte. Niet dat het veel hielp. Ze zaten met honderden tegelijk in de kast waar de borden voorverwarmd werden. Ze kropen zelfs over de voorgerechtjes. In het begin was ik er vies van. Maar op de duur dacht ik: ‘Laat ze maar kruipen, dat eten is toch voor de boefers (= beroepssoldaten).’ En als zo’n boefer weer eens om meer mayonaise kwam zeuren, dan vulden we dat potje en draaiden d’r een kakkerlak in.»

null Beeld © VRT
Beeld © VRT

DRILLEN EN BRULLEN

GEERT «Eén van de domste en meest voorkomende bevelen is het verplicht schoonmaken van een gang die net schoongemaakt is. Dat is om je bezig te houden. Tegelijk leer je dat zij de baas zijn en dat een bevel een bevel is. Tegenspraak wordt niet geduld.»

CARL «Nog zo’n pesterij was het verzamelen op de koer. Zij riepen: ‘Verzamelen!’ En of je nu rap of heel rap van de kamers naar beneden liep, in hun ogen was er altijd iemand te laat en kon je met de hele groep opnieuw naar boven sjokken. Om het opnieuw te proberen.»

PETER «Je wordt ook opgejaagd als wild, zeker in je opleiding. Alles moet in looppas gebeuren. Opstaan om halfzes, lopen naar de wasbakjes, teruglopen naar de kamer, haastig je bed dekken, de gang schoonmaken, alles gebeurt in een hels tempo. Ontbijt opschrokken, lopen naar het leslokaal – oef, even rust.

»En dan het brullen. De grote brullers zijn de korporaals en sergeanten, die nauwelijks een trapje hoger staan dan de milicien. Maar zij willen dat kleine verschil al brullend opblazen tot de grootst mogelijke kloof. Hogere officieren, die veel verder van de milicien afstaan, blijken helemaal geen brullers. Zij weten dat de hiërarchische afstand gerespecteerd wordt.»

GEERT «Brullen heeft vooral met niksdoen te maken. Wanneer er vijf kilometer gemarcheerd moet worden en in het bos een tent moet worden opgeslagen,dan heeft die groep een doel en dan wordt brullen haast overbodig. Brullen is als fluiten in het donker. Met het ene verberg je angst, met het andere verberg je het feit dat er niks tedoen is.»

TIJD DODEN

PETER «De zwaarste job is het doden van de tijd, het bestrijden van de verveling. Dagen, wéken zat je daar te suffen onder de golfplaten van dat magazijn. Ik kroop ’s middags meestal in de laadbak van een camion met camouflagenetten. Maffen van één tot vijf, en daarna kwamen ze me wekken.»

JOS «In twee uur tijd was ons werk gedaan. Daar zaten we dan. We mochten niet lezen, niet puzzelen. We mochten alleen op werk wachten. Dat toch niet kwam. Wij vochten om ’s middags de vaat te mogen doen. Die borden werden niet afgedroogd, maar gebóénd om toch maar de tijd te rekken. Soms was er ook typwerk. Ik deed er een halfuur over om één bladzijde te typen. In de laatste regel maakte ik een fout, en dan moest ik – helaas– opnieuw beginnen.»

PETER «Om ons bezig te houden, moesten we tenten opstellen. Om te zien of ze niet lek waren. Daarna afbreken en weer de tentzak in. De week daarop moesten die tenten weer recht. En zo ging dat weken door: op en af, op en af.»

KOEN «Ik was een bezig baasje, maar eens in het leger leek niks nog vooruit te gaan. Ik liet alles op zijn beloop omdat elke dager eender uitzag. Elke dag was ik er tegen mijn zin. Ik werd er hypergevoelig, lichtgeraakt en ook vlugger slechtgezind.

»In het leger kruip je in een luie schelp. De buitenwereld lijkt ver weg: kranten, tv en radio dringen er amper door en interesseren je ook nog nauwelijks. Je raakt uitgepraat tussen al die anderen die ook zitten te suffen. Ik werd een complete lamzak. In het weekend waren we zelfs te moe om te gaan eten, ook al lag die refter maar op 300 meter van onze kamer.»

HUILEN MET DE PET OP

JOS «Er was een vrij grote solidariteit onder de miliciens. Iedereen zat in dezelfde boot en we gingen het elkaar niet nog moeilijker maken. Ook al was ieders achtergrond heel verschillend. Gewone jongens, punkers, hardrockers, zelfs twee Antwerpse snobs. In de burgerij zou dat op een rel zijn uitgedraaid. Daar niet. Samenleven was mogelijk.»

GEERT «Hoe broos die solidariteit is, wordt telkens weer duidelijk wanneer de pineut van het peloton weer eens belachelijk wordt gemaakt door de sergeant en iedereen gemakkelijk meelacht. Tegen dat beetje verdeel-en-heerspolitiek is die solidariteit al niet bestand.»

PETER «Je hield de moed erin met een eigen groepshumor en grappen die alleen in het leger grappig zijn. Tegen de Walen ‘koperen pan’ zeggen in plaats van ‘comprends pas’. En zij beteuterd kijken en wij ons ziek lachen! Wij hebben enorme lol gemaakt. Dat was een verweer, een soort gekheid om niet gek te worden. Het verstand op nul en uit de bol gaan: heroïsche watergevechten, bloot door de gang marcheren met enkel onze sokken aan.»

LEO «Je ging tegen een muur staan met het hoofd in de armen, en wanneer iemand vroeg wat er scheelde, zei je snikkend: ‘Ik zit ier nie geire!’ (lacht) Van de domste dingen maakten we een sport.»

HEIMWEE NAAR HUIS

LEO «Vrijdagnamiddag om vijf uur worden de namen van de onfortuinlijke blijvers afgeroepen, zij die geen verlof krijgen. En dan is het bang afwachten tot je die verlofkaart echt in je hand hebt. Je graait je sportzak van je bed, en eens buiten de kazernepoort valt er een gewicht van je af en gaat het juichen in je binnenste. Naar huis, eindelijk naar huis!»

JOS «Je bent blij dat je thuis bent. Maar je ouders verwachten weer die jongen die zij hebben zien vertrekken, en dat kan gewoon niet. Dat leger blijft doorwerken in je hoofd. Je hebt het afgeleerd om initiatief te nemen, je bent luier geworden, je wacht alles zo’n beetje af en dat kan je omgeving maar moeilijk begrijpen. Gevolg: wrevel, misverstanden, conflicten. En zo vertrek je ontgoocheld en mismoedig terug naar de kazerne. Het weekend was weer niet wat je ervan verwacht en verlangd had.»

null Beeld © VRT
Beeld © VRT

GROOTSCHEEPSE LEVERMANOUVRES

JOS «In de kantine kostte een pint tussen 10 en 15 frank (10 frank = 0,25 euro). Dat leidde niet tot drinken, maar tot zuipen. De drank als uitlaatklep en tegelijk als schuimlaag die weerbarstige gevoelens smoort.»

LEO «Omdat de kantine al om tien uur sluit, wordt er in hels tempo gedronken. Dat is hijsen,soms twintig pinten per uur. Die stonden in rijen op toog en tafels.»

PETER «De Walen hadden daar een mooi woord voor: une charrette, een oplegger pinten.»

POLLE «In mijn laatste 180 dagen ben ik toch 150 dagen zat in mijn bed gekropen. Wat moest je anders doen?! Ik was lid van de Zuipschuiten. Wie gemiddeld 25 pinten dronk op een avond, was onze brigadegeneraal. Wij hielden ook manoeuvres om ter meest drinken. En onze gevleugelde uitspraak was: ‘Mannen! Vanavond vechten we tegen de bierkaai!’»

CIS «Ik was barman in de officiersmess en daar draaide drinken meestal uit op tieren, brullen en ruziemaken. Of spelletjes bedenken. Op de houten lambrisering plaatsten ze eerst lege en daarna ook volle pinten. En ze gooiden ernaar met zware glazen asbakken, als in een ballenkraam. Soms gingen ze gewoon glazen tegen de muur aan diggelen gooien. Zo’n officier ‘trakteerde’ dan tien of vijftien glazen aan zijn maten. Het opruimen was natuurlijk voor de miliciens.»

HET RECHT VAN DE STERKSTE

CHRIS «Wij zaten met een ‘oudere’ kamer tussen allemaal jonge kanonniers van achttien. Wij waren de brains, de intellectuelen, en dus: de ‘flauwe mannen’. Zij waren de body, de spieren, de armen met tatoeages, de grove bakkesen en de droge levers. Hun ‘zware’ gedrag was in onze ogen kinderachtig. Ons rustige gedrag zinde hen niet, en dus werden we gepest. Wij doofden rond twaalf uur het licht. Zij kwamen rond drie, vier uur luid roepend binnen. Lichten aan, kabaal, emmers water over slapende koppen, en bedden in ‘geef acht’: ze namen dan het bed bij het voeteneind en zetten het overeind, zodat de slaper brutaal met z’n hoofd op de vloer terechtkwam.»

GEERT «Die gasten kruipen de hele dag door het slijk terwijl ze worden afgeblaft en ’s avonds zoeken zij op hun beurt een uitlaatklep, een boksbal, een zondebok.»

WALTER (Stockheim) «Een milicien die ze ’t Snulleke noemden, werd elke avond gepijnigd, om niet te zeggen, gemarteld. ’t Was een mager ventje, en altijd aan het praten, babbelen en kwebbelen. In het atelier hebben twee boefers hem een keer tussen een bankschroef geperst omdat ze hem ‘beu waren’. Een andere keer zaten ze op zijn bed terwijl ze op zijn ribben deukten. Toen hij gedoopt werd, hebben ze hem uitgekleed en gemasturbeerd. Hij móést klaarkomen. Ze hebben hem ook in zijn polsen gesneden.

»De Smalle was een andere zondebok. Op een keer ging eentje hem wurgen, handen om de hals en zo opheffen. En twintig man rond hem, en allemaal grinniken, en allemaal roepen: ‘We gaan u kapotmaken! Ge gaat eraan! Ge gaat kapot!’

»Bij Eric hebben ze z’n broek afgestroopt en z’n reet vol tandpasta gespoten. Met schuurpapier rond een borstelsteel hebben ze zijn billen ‘geboend’. Die kon de eerste dagen niet meer zitten.

»Stanny was een jongen met X-benen. Hij werd bij het marcheren vaak langs achteren aangetrapt, en als hij viel, uitgemaakt: ‘Lomperik, zie waar je loopt!’ Als horzels zaten ze achter hem aan.

»Intimidatie, bedreigingen,geweld, zo was de sfeer in Stockheim. Een jungle, een hel. Veel miliciens hadden de eerste maanden radeloze brieven naar huis geschreven. Eén milicien had zijn lief zelfs laten weten ‘dat hij zich ging ophangen’.»

null Beeld © VRT
Beeld © VRT

STIEREN, DAT ZIJN WIJ

FRANK «Wanneer je niet over een muur kon, dan was het: ‘Vooruit, erover, ge zit hier niet op uw lief, hè!’ Die korporaals en sergeanten hebben het nooit over vrouwen, ze hebben het alleen over seks: ‘Die van mij, daar ga ik straks nog eens goed op zitten.’»

POLLE «Veel relaties springen af tijdens de diensttijd. Tom, een joviale, toffe gast, kreeg een brief van zijn lief dat het af was. Die kalme jongen begon van de ene dag op de andere verschrikkelijk te zuipen, zo hadden we hem nog nooit gezien.»

BERNARD «In alle kamers en zalen hingen pin-ups. Tijdens de weekendwacht werden er stapels pornocassettes binnengebracht. Dat was zuchten en kreunen van ’s morgens tot ’s avonds.»

LEO «Posters van Rambo, Madonna en goedkoop bloot uit de Kwik. Wij hebben ooit een kruistocht tegen die zedenverwildering gehouden. Op die posters hadden we de tieten en kutten weggeknipt. Zelfs de Rambospieren hadden we gekortwiekt. Groot schandaal. Iedereen razend. Het was alsof we in hún vlees hadden gesneden.»

HOMO’S

HERMAN «Ik verborg dat ik homo was. Na het weekend waren er de klassieke verhalen, wie er allemaal ‘goed gepoept’ had, en aan mij vroegen ze hetzelfde. Ik zei dat ik geen lief had. Dat maakte je verdacht, natuurlijk. Een andere homo speelde het spel mee. Hij vertelde fictieve verhalen over ‘zijn meisje’. Haar foto hing zelfs in zijn kast.»

LEO «Als ze nog maar dáchten dat je homo was, dan had je het zitten. Een jongen die zich ‘verwijfd’ gedroeg, hebben ze wel tien keer gedoopt met klodders tandpasta, choco, confituur en schoensmeer.»

SERGE «Omdat ze veronderstelden dat hij homo was, hebben ze hem met vier man uitgekleed, op zijn bed gedrukt en een borstelsteel in zijn aars geduwd. Die gast moest meteen naar het hospitaal. Het was te ernstig, de darmen waren beschadigd. De daders zijn voor de krijgsraad verschenen en gestraft.»

AFZWAAIEN

LEO «Hoe harder de opleiding en het legerleven, hoe bruter de afzwaai. Toen de compagnie tankjagers afzwaaide, werd de kantine gesloopt. Dat was een bal geweld die uit elkaar spatte.»

PETER«Bij elke afzwaai waren er vechtpartijen, zelfs in onze bedaarde logistiek compagnie. Het leed is geleden, de drank vloeit met beken, de gemoederen raken verhit en dan is het ogenblik van de langgekoesterde wraak en de afrekening daar. Dan keert men zich ineens tegen De Pestkop, bijvoorbeeld. Ik heb gezien hoe een dronken milicien boven op ‘dat stuk venijn’ sprong dat gewoon in zijn bed lag. Dat was koudweg aftroeven, dat gezicht moest tot moes, die tronie moest gewoon kapot. Waren we niet tussenbeide gekomen, dan was dat doodslag geweest.»

null Beeld © VRT
Beeld © VRT

COMING HOME

POLLE «Wat ik geleerd heb? Ik heb aan een Land Rover leren werken, ik heb veel platen goedkoop kunnen aanschaffen en ik heb een beetje geld verdiend met sigarettensmokkel.»

BERNARD «Ik heb er vrienden gemaakt. Echte vrienden. Mensen die ik nu nog opzoek. Omdat je daar de tijd hebt om elkaar rustig te leren kennen.»

KOEN «Ik heb één of twee vrienden gemaakt. Maar dat kan je buiten het leger ook.»

POLLE «Die eerste maand thuis was afkicken. Het leek of ik van een andere planeet kwam. Voor ik vertrok, kon ik goed opschieten met mijn ouders, maar na het leger hadden we bijna dagelijks ruzie. Ik heb die weerbots nooit goed begrepen. Ik was thuis, ik kon uitslapen, lekker eten, muziek beluisteren zo veel en zo hard als ik wou... En toch voelde ik me leeg en in de war.»

SERGE «Achteraf begin je je vragen te stellen. Wat heb ik in feite gedáán in al die maanden?! Je zit met een kater. je hebt acht maanden van je leven zien voorbijvliegen. Je hebt er geen vat op gehad. Je hebt ze verloren.»

PETER «Maanden na mijn legerdienst heb ik me nog intens gelukkig gevoeld. Door dat besef dat ik opnieuw kon gaan en staan waar ik wou! Een onbeschrijfelijk gevoel van vrijheid was dat. Een gevoel dat ik zonder het leger nooit gekend zou hebben. Ik ben ze daar ook dankbaar voor. Meer dan een jaar heb ik wel nog van dat leger gedroomd: ik marcheerde, zat in een leslokaal of lag op mijn legerbed. Zalig was dan het ontwaken: ik lig in mijn eigenste bed! (Juichend) Ik ben al maanden uit het leger, ik ben thuis!»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234