Geert Dom: ‘Gelijke kansen, zowel op jonge leeftijd als tijdens de volwassenheid, zijn veel krachtiger dan eender welke therapie. We moeten veel vroeger ­interveniëren.’ Beeld Rebecca Fertinel
Geert Dom: ‘Gelijke kansen, zowel op jonge leeftijd als tijdens de volwassenheid, zijn veel krachtiger dan eender welke therapie. We moeten veel vroeger ­interveniëren.’Beeld Rebecca Fertinel

verslavingsexpert geert dom

‘Twintig procent van de bevolking is verslaafd aan nicotine, wat vele malen dodelijker is dan drugs of alcohol’

Coke die van terrastafels gesnoven wordt, dronken bestuurders die vluchtmisdrijven ­plegen of een suikertaks in de strijd tegen obesitas: verslavingen zijn hot nieuws. Professor Geert Dom vertelt wat een verslaving is, hoe je die krijgt en of je er ook van kunt afraken.

Ann Van den Broek

Drugs en alcohol, dat is zijn leven. Oké, dat klinkt een beetje fout, maar we verklaren ons nader. Al meer dan dertig jaar behandelt Geert Dom (64) mensen met ernstige verslavingen. Sinds vijf jaar is hij medisch directeur van psychiatrisch ziekenhuis Multiversum, dat in Boechout de grootste campus voor verslavingszorg van het land telt.

Hij wijst de vier verschillende afdelingen aan, wanneer we door de tuinen van de campus naar zijn kantoortje stappen. Honderdvijftig bedden verdeeld over verschillende behandelprogramma’s hebben ze hier, en in het dagcentrum worden dagelijks ook nog eens twintig à veertig patiënten ambulant behandeld. Verslavingszorg op die schaal op één locatie, het is behoorlijk uniek in West-Europa.

Wie hier behandeld wordt, die is ‘einde rit’, zegt Dom. Dat is de harde kern van de ernstige gebruikers. Ongeveer 1 procent van de bevolking kan vandaag beschouwd worden als ernstig verslaafd aan illegale drugs, 3 tot 4 procent aan alcohol. Nog geen derde ervan komt ook in de hulpverlening terecht. En dat zijn bijna uitsluitend mensen die kampen met een combinatie van gemiddeld drie tot vijf verslavingen, gecombineerd met andere psychiatrische problematieken of gedragsproblemen. Vaak zitten ze hier in gedwongen opname door het gerecht, anderen hebben zelf naar de laatste strohalm gegrepen.

En ze mogen hier dan wel intensief begeleid worden, van een verslaving afraken is niet evident, stelt Dom. ‘Dat wil ook zeggen dat de behandelcijfers die we kunnen voorleggen niet hopeloos zijn, maar ook niet geniaal. Ongeveer een derde van de patiënten krijg je echt beter, en die zijn ook op lange termijn in staat een stabiel leven uit te bouwen. Ongeveer een derde verbetert substantieel, maar zal zeker niet van alle problemen verlost zijn. En een derde gaat verder achteruit, ondanks de behandeling.’

- Is er een correlatie met duur van gebruik? Heeft iemand na pakweg een jaar verslaving meer kans om er van af te raken dan na twintig jaar?

‘Hoe langer je gebruikt, hoe groter de accumulatie van schade kan zijn. Aan je lichaam, aan je brein, aan je omgeving. Het is geen slim idee om heel lang verslaafd te zijn. Maar het is heel moeilijk om op individuele basis te voorspellen: na zóveel jaar loopt het fout af. Ik zie daar zoveel verschillen tussen mensen. Er zijn mensen met een hele korte verslavingscarrière waar het verschrikkelijk slecht mee gaat, en andere die een half leven verslaafd zijn en zich toch nog herpakken.’

‘We weten wel: vrouwen kennen een kortere verslavingscarrière dan mannen: bij hen gaat het veel sneller veel slechter. Beginnen meneer en mevrouw op dezelfde dag te drinken, dan zal mevrouw haar levercirrose na gemiddeld vijftien jaar krijgen, tien jaar eerder dan meneer. Voor drugs zien we een gelijkaardig patroon: bij vrouwen escaleert het gemiddeld sneller.’

‘En vergeet niet: mensen met een ernstige verslaving leven gemiddeld twintig jaar minder dan hun verslavingsvrije buur. Verslaving is een behoorlijk dodelijke aandoening. Borstkanker heeft bijvoorbeeld een veel betere prognose qua verlies aan levensjaren.’

- Alleen zal van borstkanker niemand zeggen: herpak uzelf eens, toon wat karakter en dan bent u ervan af.

‘Klopt. Maar ik hoop dat we voorbij die oeroude discussie zijn: is het een zieke of een wilszwakke? Ik pleit daar al dertig jaar voor, om dat beeld te doorbreken.’

‘Wat niet wegneemt dat er bij recreatief gebruik wel meer een keuze is. Bij ernstige verslaving is dat repertoire aan keuzemogelijkheden heel wat beperkter, doordat ze heel vaak ook moeten opboksen tegen slechte leefomstandigheden en kampen met bijkomende psychische aandoeningen.’

- Van een drug als cocaïne hebben we nochtans niet het beeld van de sociaal achter­gestelde gebruiker. Antwerps burgemeester Bart De Wever zei het onlangs ook nog in het kader van het drugsgeweld in zijn stad: coke is overal, in het zakenleven, bij de politie, in de advocatuur, de media- en cultuursector en ook in de politiek. Maar dat zijn niet de mensen die u hier over de vloer krijgt?

‘O, soms wel, hoor. Ik heb hier hooggeplaatste mensen zien passeren. Het is een heel complex verhaal. Sommige producten zijn al zo verslavend op zich, dat ze enorme risico’s inhouden. Op dit moment maken in de gayscene nieuwe cathinonedrugs zoals 3-MMC en 4-MMC opgang, in de context van chemsex-avonturen. Dat zijn synthetische partydrugs waar mensen onwaarschijnlijk snel aan blijven plakken. Die producten zetten een enorme hunkering in gang.’

‘De manier van gebruiken maakt ook een verschil: snuif je cocaïne, of base je? Basen, cocaïne roken, is veel verslavender. Het geeft ook veel heftigere gevoelens, de roes is veel intenser. Bij snuiven gaat de cocaïne eerst in de adertjes, vervolgens naar de lever, waar het product al een stukje wordt afgebroken, en dan bereikt het via je hart en longen je hoofd. Dat is een lange weg, met veel afbraakplekken op de weg. Maar als je rookt, gaat het product via de longen recht naar je hoofd. We zien het daardoor ook vaak heel snel uit de hand lopen wanneer iemand de stap zet van coke snuiven naar coke basen.’

‘Daarbij komt dat onze drugs in de loop van de geschiedenis veel sterker geworden zijn. Honderd jaar geleden werden er ook drugs gebruikt, maar ze waren verre van zo sterk als nu. Roesmiddelen en verslavingen zijn van alle tijden, maar we hebben ons gespecialiseerd in het ontwikkelen van technologieën om die chemische producten sneller in het brein te krijgen. Daar is een gevaarlijke evolutie bezig. De sterkte van de producten en de optimalisering van de manieren om de roes intenser te ervaren, maken dat het risico op verslaving vandaag groter is dan ooit.’

- Zijn er verslavingen die ontwrichtender zijn dan andere?

‘Natuurlijk. Heroïne staat daar toch heel erg hoog. Ongeveer 30 procent van de gebruikers die daarmee start, blijft er ook aan plakken en wordt er lichamelijk afhankelijk van. Alcohol staat op plaats vier of vijf, in de buurt van cocaïne. Xtc en cannabis staan heel wat lager.’

‘Maar vraag aan de Wereldgezondheidsorganisatie wat het echte probleem van verslaving is, en iedereen zal tabak roepen. Twintig procent van de bevolking is verslaafd aan nicotine. Dat is weliswaar minder ontwrichtend op financieel en familiaal vlak, maar het is – bekeken over de hele bevolking – vele malen dodelijker dan drugs of alcohol, en de impact op uw gezondheidssysteem is fenomenaal. Alleen is het niet gedragsverstorend.’

- Wie loopt het meeste risico om verslaafd te geraken?

‘Het aandeel gebruikers ligt bij jongeren – en dan spreken we over 15 tot 34 jaar – altijd hoger. Kijken we naar de Vlaamse cijfers, dan heeft 1,7 procent van de volwassenen het afgelopen jaar cocaïne gebruikt. Maar bij de 25-34-jarigen is dat 8 procent. Voor alcoholproblemen spreek je bij jongeren zelfs over 20 à 25 procent.’

‘Maar je gaat mij niet horen zeggen dat een kwart van de jongeren verslaafd is aan alcohol. Dat is niet zo. Jongeren gaan gemiddeld wel makkelijker experimenteren. En als ze experimenteren, zullen ze ook makkelijker uit de bocht vliegen en in de problemen komen. Tijdelijk. Van 16-17 jaar tot 22-23 jaar, dat noemen we de high drinking years. Daarna daalt dat serieus en vinden de meeste mensen een weg in het leven. Wat we wel heel duidelijk zien, is dat heel veel mensen die later ernstige drugs- en alcoholproblemen ontwikkelen, daar al heel vroeg mee begonnen zijn. Vroeg in contact komen met die producten is een risicofactor om later door te schuiven naar zwaar middelenmisbruik.’

- Recreatief middelengebruik, dat bestaat?

‘Zeker. Het wil zeker niet zeggen dat iemand die begint met drugs te gebruiken of alcohol te drinken, onvermijdelijk zal eindigen als zwaar verslaafde. Er is een hele waaier, van de eenmalige gebruiker tot de ernstig verslaafde. Die laatste is de uitzondering.’

- Wat maakt dat persoon X regelmatig kan drinken zonder ooit een probleem te ontwikkelen, en persoon Y een verslaving zal ontwikkelen?

‘Het risico om ernstig verslaafd te geraken is voor ongeveer 50 procent genetisch bepaald. We zien dat sowieso bij alle chemische verslavingen, om het zo te noemen, maar bij gokken zien we die belangrijke genetische component bijvoorbeeld ook. Dat wil niet zeggen dat je als kind van verslaafde ouders gedoemd bent om ook verslaafd te raken. Het is geen voldongen feit. Het is wel een heel reëel gevaar.’

‘Het beeld dat drugs zeer schadelijk en levensgevaarlijk zijn, is mee gecreëerd door de alcoholsector, om de aandacht van zichzelf af te wenden.’ Beeld Rebecca Fertinel
‘Het beeld dat drugs zeer schadelijk en levensgevaarlijk zijn, is mee gecreëerd door de alcoholsector, om de aandacht van zichzelf af te wenden.’Beeld Rebecca Fertinel

- En dus blijven zij best ver weg van verslavende producten?

(beslist) ‘Ik raad het wel af, ja. Er zijn zeker mensen die perfect recreatief kunnen gebruiken, ondanks de erfelijke belasting. Maar ik zal hen altijd duidelijk maken dat er een goede kans is dat ze op een bepaald moment in hun leven de controle zullen verliezen. Zeker wanneer het leven wat minder lief zal worden.’

‘Genetische belasting is zeker geen fataliteit, maar combineer het met de andere grote risicofactoren en dan wordt het al een ander verhaal. Slechte leefomstandigheden zijn eveneens heel bepalend voor het ontwikkelen van een verslaving. Opgroeien in moeilijke omstandigheden is een van de slechtste hypotheken die je kunt meekrijgen. Wie ernstig verslaafd is, heeft daarbovenop heel vaak ook nog eens andere psychische problemen, zoals posttraumatische stress, depressie of aanleg tot psychoses.’

- Is verslaafd zijn aan suiker eigenlijk te vergelijken met alcohol of drugs?

‘Dat blijft wat onduidelijk. We zien wel steeds meer dat er in de ontwikkeling van obesitas mechanismen een rol spelen die sterk vergelijkbaar zijn met die van verslaving.’

-De cijfers voor alcohol- en drugsverslaving zijn de afgelopen tien jaar lichtjes toegenomen. Nochtans lijken zeker drugs veel aanweziger dan vroeger, toch?

(haalt de schouders op) ‘Het hangt er maar van af in welk milieu je zit. Ik weet niet of dat zo hard veranderd is. Er waren heel wat milieus waar twintig, dertig jaar geleden ook veel gebruikt werd. Misschien wordt het nu wat meer gebruikt in middens die ‘meer geciviliseerd’ zijn, om het zo te zeggen.’

‘Ik vergelijk het met mentale problemen: mensen zijn daar veel meer open over dan vroeger, gelukkig. Dat maakt ook dat je het idee krijgt dat het veel aanweziger is. Met drugs is dat net hetzelfde. Mensen lezen graag over drugs, dus wordt er ook meer over geschreven. Maar daarnaast zijn er krachten in de maatschappij die graag hebben dat er over drugs wordt gesproken.’

- Hoezo?

‘Het is toch geen geheim dat de alcoholindustrie in het verleden weleens durfde te betalen om negatieve verhalen over drugs te verspreiden? Dat beeld, dat drugs zeer schadelijk en levensgevaarlijk zijn, is mee gecreëerd door de alcoholsector, om de aandacht van zichzelf af te wenden. En onze politiek is daar heel vlot in meegegaan.’

- Zijn drugs dan ook niet veel schadelijker dan alcohol?

‘Daar kun je over gaan discussiëren, hoor. Is cannabis zoveel slechter dan alcohol? Ik wil niet iedereen oproepen om cannabis te gebruiken, maar puur uit medisch standpunt is het echt veel veiliger en minder schadelijk om wekelijks te blowen, dan om ieder weekend tien pinten te drinken. Ik vertel hier niets nieuws, dat weten we al vijftig, of zelfs honderd jaar. Alleen dringt dat enorm slecht door. Het aantal doden door overmatig gebruik van paracetamol, een simpele Dafalgan, is vele malen groter dan dat door xtc.’

‘Het zou heel interessant zijn om eens na te gaan in de geschiedenis: waarom zijn die producten ooit illegaal verklaard in de VS? Was dat echt uit bezorgdheid voor de gezondheid, of was dat eerder racistisch gekleurd om bepaalde groepen in de maatschappij beter te kunnen controleren? Ik denk dat er dan heel veel zaken boven komen, waarbij het medische aspect maar een erg beperkt deel van het verhaal is.’

- Horen we hier een voorzichtig pleidooi voor legalisering?

‘Nee. Ik heb me daar al heel vaak het hoofd over gebroken, maar ik raak er ook niet uit. Het is een makkelijk woord, legalisering, maar wat betekent dat dan? Als verkoop en gebruik niet meer strafbaar zijn, wie mag het dan verkopen? En wie zorgt voor de kwaliteitsbewaking? En vrije verkoop gaat er niet voor zorgen dat het gebruik spectaculair zal stijgen, maar het zal zeker niet dalen.’

‘Decriminaliseer de gebruiker, dat hoor je me wel heel zeker zeggen. Niemand die kampt met een ernstig drugsprobleem is ooit al geholpen geweest door in de gevangenis terecht te komen vanwege die problematiek.’

- Welke behandelingen bieden jullie hier aan?

‘We proberen om te beginnen aan goede diagnostiek te doen, zodat we heel goed weten welke onderliggende problemen er schuil gaan bij iemand die lijdt aan verslaving. En dan zijn de grootste pijlers in de behandeling psychotherapie en farmacologie. Bij een aantal verslavingen, zoals die aan alcohol en heroïne, geeft medicatie best goede resultaten.’

‘Daarnaast zijn we hier in huis ook bezig met contingency management: zwaar verslaafden die cleane urine inleveren, krijgen een financiële beloning. Dat is vaak gecontesteerd, zeker in rechtse hoeken: ‘We gaan mensen toch niet betalen om clean te zijn, zeker?’ Maar internationaal blijkt dat wel zeer duidelijk een succesvolle manier om mensen clean te laten blijven, minder in ziekenhuizen te laten terechtkomen en dus om de maatschappelijke kost ook te beperken. We zijn hier in huis nu net ook gestart met een nieuw onderzoek naar transcraniële stimulatie: op je hoofd kleine elektrische stimulaties toebrengen. Ik verwacht daar geen mirakels van, maar iedere stap vooruit om de impuls­controle op een brein te verhogen, zonder chemicaliën te gebruiken, is winst.’

‘Maar bon, we kunnen hier ons stinkende best doen, als je vervolgens mensen naar huis stuurt en daar is niets? Tja, dan is alles vaak een maat voor niets geweest. Het is niet zoals met een tumor die men operatief verwijdert en waarna men zegt: mevrouw, u mag naar huis. Zelfs als bij aankomst uw huis afgebrand blijkt, dan zult u nog steeds van uw tumor verlost zijn. Psychische problemen zijn heel gevoelig aan omgevingsfactoren, dus die moeten ook minstens een beetje gunstig zijn. Daar hebben we als psychiaters de maatschappij nodig: die moet ons helpen om mensen met een ernstige verslaving mee te helpen dragen. Het vinden van een goede, betaalbare woonst én nuttige, betaalde tewerkstelling voor mensen met psychiatrische problemen, dat is een huizenhoog probleem.’

- En dus is het vechten tegen de bierkaai?

‘Kijk, een derde van onze patiënten die weer een stabiel leven kan uitbouwen, dat klinkt misschien niet fameus. Een slimme Duitse prof heeft ooit de gemiddelde effectiviteit van behandelingen in de fysieke geneeskunde becijferd. Die was identiek aan die van die in de psychiatrie. En die blijkt ook perfect overeen te stemmen met de behandeling van verslavingen. De effectiviteit van de geneeskunde is gemiddeld ook maar matig.’

‘Maar valt er nog winst te boeken? Natuurlijk. Door nog betere behandelingen te ontwikkelen in de toekomst, hopelijk. Maar nog veel meer winst door veel preventiever te gaan werken. Zorg dat je kinderen veilig opgroeien. Dat de volgende generatie een grotere weerbaarheid heeft. Dat gaat a hell of a difference maken. Gelijke kansen, zowel op jonge leeftijd als tijdens de volwassenheid, zijn zoveel krachtiger dan eender welke therapie. We moeten veel vroeger ­interveniëren, detecteren of iemand een hoog risico loopt en daarop ingrijpen.’

- Ik kan me voorstellen dat dat ook niet ongecontesteerd is. Er is nu al veel kritiek op het labelen en in hokjes stoppen van kinderen.

‘Dat is een zeer terechte opmerking. Het is een punt van discussie. Labels plakken heeft voor- en nadelen. ADHD is zo’n label. Maar we weten ook dat als de diagnose van ADHD goed gesteld is en de medicatie goed afgesteld wordt, er heel veel ellende voorkomen kan worden. Dat kan onder andere het risico op verslaving op latere leeftijd verminderen. Behandel je die ADHD niet, dan neemt dat risico toe. Want wat zijn kinderen met ADHD? Dat zijn kinderen met impuls- en concentratieproblemen en vaak ook, secundair, andere psychische problemen. We weten dat impulsief zijn in je jonge jaren het risico sterk verhoogt om later drugs te gaan gebruiken en ermee in de problemen te komen.’

‘Als dat niet behandeld wordt, kom je voor je het weet in een rampzalige spiraal terecht. Van school gestuurd worden wegens slecht gedrag of moeten veranderen omdat je niet kunt volgen, op je nieuwe school geen aansluiting vinden, waardoor je gaat samenklitten met andere kinderen die al eerder elders zijn buitengevlogen, wat ook erg slecht is voor het zelfbeeld. Een tijdige diagnose en behandeling kan ervoor zorgen dat je kind in zijn klas kan blijven zitten en minder negatieve ervaringen opstapelt.’

- Kan de omgeving van een verslaafde eigenlijk helpen?

‘Er is geen gouden raad die voor alle families werkt. Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat hulpverleners de familie meenemen in de behandeldialoog en samen zoeken naar een oplossing. Ik heb ouders gehad die met hun kind naar Nederland reden om drugs te kopen, omdat ze er zo tenminste zeker van waren dat hij veilig was. Ik heb ouders gekend die ten einde raad hun kind buitengooiden en het kind ook verloren. Dood. Met alle schuldgevoelens van dien. Allemaal vertrekt dat vanuit goedbedoelde wanhoop. Er bestaat geen passe-partoutoplossing.’

‘Wat ik wel weet is dat een goede familie een belangrijke veerkrachtfactor is. Iemand die nog liefdevol omringd wordt, heeft betere kansen op herstel dan iemand wiens enige netwerk de collega-spuiters zijn op het De Coninckplein (Antwerps plein dat bekendstaat om drugsgebruik, red.).’

- Kunt u na 15.000 patiënten voorspellen of iemand hier stabiel weer zal buitenwandelen?

‘Je zou dat denken, maar dat is helaas niet zo. Dat is zoals een oncoloog wel kan zeggen wat de gemiddelde levensverwachting is binnen een patiëntengroep, maar veel moeilijker een antwoord kan geven over wat dat voor u als individu betekent. We weten in de geneeskunde heel veel over groepen. Maar over individuen? Ja, ik heb soms een vermoeden. Maar ik ben al platgeslagen geweest door mensen die er bovenop komen, maar van wie ik dat nooit meer had verwacht. Evengoed heb ik al mensen verloren van wie ik dacht: dit wordt bij wijze van spreken een fluitje van een cent.’

- Zijn er verhalen die aan u kleven?

‘Ik heb moeders gekend met een borderlineproblematiek die ’s nachts dronken van feestje naar feestje rijden met baby’s achteraan in de auto. Ik heb te veel patiënten gehad die ik verloren ben aan een overdosis of levercirrose. Ik heb een patiënte gehad die ik 25 jaar volgde en die toch, ook voor mij onverwacht, dood gevonden is na een wanhoopsdaad. Dat zijn de dark sides van de verslaving.’

‘Maar wat je vooral bijblijft zijn de positieve verhalen. Koppels, gezinnen die elkaar terugvinden. Ik krijg nog kaartjes van ouders die me bedanken dat ik hun zoon heb geholpen toen hij 16 was, een jongen van wie ik de situatie zeer donker inschatte. Die sturen dan een foto van zijn eerste kind, en blijkt dat die kerel het uitstekend stelt.’

‘Dat is wat ik van al die patiënten vooral geleerd heb: hopeloos is het nooit. Die hoop is superbelangrijk.’

(DM)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234