20 Jaar na het bloedbad van Tiananmen: bij de dood van Jielian (17)

, door (remko tanis)

Deel
17757_jielian-186.jpg

Stoer lachend staat hij op het portret dat in de woonkamer van zijn ouders hangt. Rode protestband om zijn hoofd en een uitdagende blik in de ogen. Zo zag Jiang Jielian, een 17-jarige scholier uit Peking, eruit op 3 juni 1989. Het kostte hem zijn leven.

''Mijn zoon is gestorven voor de toekomst van dit land''

'Kijk,' wijst Jielians moeder Ding Zilin naar een andere muur. 'Dit is de allerlaatste foto van hem.' De 73-jarige vrouw zucht diep. Op de foto, van diezelfde fatale datum, loopt Jielian voorop in een demonstratie, gekleed in het rood-witte jasje van zijn schooluniform. Met honderden medescholieren protesteert hij om studenten van de universiteit van Peking te ondersteunen. Die waren enige dagen eerder in hongerstaking gegaan uit protest tegen de dictatuur van de Communistische Partij.

Op het spandoek dat Jielian met z'n maten vasthoudt staat 'We steunen jullie, zelfs als er doden vallen.' De foto is gemaakt op de middag van 3 juni 1989. Kort erna zag Ding haar zoon voor het laatst. Die avond werd hij door een militair in de rug geschoten nabij het Plein van de Hemelse Vrede. De kogel doorboorde zijn hart. Onder de ingelijste foto staat nu de urn met zijn as. 'In die zeventien korte jaren heb je als een echte man geleefd', hebben zijn ouders in de houten zuil laten beitelen waar de urn in staat. 'Je eergevoel en integriteit zullen voortleven in het onsterfelijke geheugen van de geschiedenis.'

Plato in Peking

'Mijn zoon was enorm nieuwsgierig,' vertelt Ding (73), oud-professor filosofie. Ze praat zacht. 'Hij bleef maar doorstuderen, wilde altijd weten wat er om hem heen gebeurde. Als ik boeken van filosofen of over de westerse maatschappij mee naar huis nam, wilde hij er al op jonge leeftijd met me over in discussie. Een boek van Plato: ik kreeg het niet uit, hij las het in één stuk door.'

In de slaapkamer van z'n ouders hangt de laatste foto waar Jielian samen met hen op staat. Met z'n 1 meter 82 steekt hij zeker een kop boven hen uit. Hij kijkt serieus, draagt zijn rood-witte schooluniform en heeft zijn lange armen om de schouders van pa en ma geslagen.

In mei 1989 groeien de studentenprotesten in Peking. Duizenden bezetten het Plein van de Hemelse Vrede, recht tegenover de Verboden Stad en schuin tegenover het hoofdkwartier van de Communistische Partij. Daar breken de machthebbers zich het hoofd hoe ze de protesten kunnen breken: praten met de studenten of het leger inzetten?

20 Jaar na het bloedbad van Tiananmen (2)

Ding «'s Nachts, als wij lagen te slapen, sloop Jielian naar buiten om te zien wat er in de stad gebeurde. Hij wilde van de studenten zelf horen waarom ze protesteerden. Hij bleef vriendelijk, zelfs toen Peking volstroomde met militairen en hun tanks en geweren.

»'De militairen zijn ook de kinderen van onze natie,' zei hij tegen me. Hij ging ze brood en sap brengen, 'omdat ze zo hard werkten'. Hij was aardig tegen mensen die erop uit waren gestuurd om, als het moest, hem en de andere demonstranten aan te vallen.»

Op de laatste dag van zijn leven wordt Jielian tijdens het avondeten streng toegesproken door zijn ouders. Ze verbieden hem nog naar buiten te sluipen. Het wordt in hun ogen te gevaarlijk: in de stad geldt de staat van beleg. Steeds meer militairen positioneren zich tegenover de demonstrerende studenten.

'Hij was woest op ons,' vertelt Ding. 'Hij schreeuwde: 'Ik doe dit voor het land! Als alle ouders zo egoïstisch waren als jullie, kwam China nooit vooruit!' Toen we sliepen, heeft hij een raam gebroken en is hij op z'n fiets gesprongen, naar het plein.'

Datzelfde moment rijdt het leger met tanks de stad in en opent het de aanval op de demonstrerende menigte. De overheid weigert tot de dag van vandaag om exacte aantallen te noemen, maar waarschijnlijk kwamen honderden ongewapende burgers om. Gedood door hun eigen leger, in het hart van hun eigen hoofdstad.

Telefoontje

De Communistische Partij, twintig jaar later nog altijd stevig in het zadel, wil dat het '4 juni-incident' - zoals de veldslag op het Plein hier wordt genoemd - in de vergetelheid raakt. Dat de twintigste herdenkingsdatum nadert, maakt de autoriteiten extra zenuwachtig.

'Op 23 januari kreeg ik een telefoontje van de politie,' vertelt Ding. 'De agent herinnerde me eraan dat 2009 een gevoelig jaar is en dat ik me vooral niet moet laten gebruiken door buitenlandse media die het verhaal van mijn zoon willen horen.'

Ieder lustrum merkt Ding dat de overheid haar extra in de gaten houdt. 'Ze letten op m'n huis, tappen telefoon en e-mail af. Een tijd geleden is er bij ons ingebroken en zijn aantekeningen gestolen voor een artikel dat ik wilde schrijven over de afgelopen dertig jaar in China. Ik krijg ze niet terug.'

Vóór de dood van haar zoon werkten Ding en haar man Jiang Peikun op de prestigieuze Volksuniversiteit. Ze waren geen activisten. Ding had keurig alle paden van het partijlidmaatschap gelopen en was 29 jaar lang geweest loyaal aan de partij. Uit vrije wil, zegt ze.

De dood van Jielian, een dag na zijn zeventiende verjaardag, verpletterde Ding. Het verwoestte haar geloof in de Partij, die nu de moordenaar van haar zoon was geworden. Twee jaar later begon ze andere ouders te spreken die kinderen hadden verloren in de veldslag op het Plein. Sindsdien voert ze actie om de overheid te dwingen tot openheid. Ze is er al meerdere keren voor vastgezet en is, net als haar man, haar baan op de universiteit kwijtgeraakt. Jielians vader kan de spanning nauwelijks meer dragen: hij is al diverse malen met hartproblemen opgenomen in het ziekenhuis.

Op zondag 17 mei kwamen vijftig ouders bijeen in een appartement in Peking om gezamenlijk te rouwen om het verlies van hun kinderen. De overheid stond de besloten bijeenkomst toe, zolang ze binnen bleven en geen buitenstaanders toelieten. Zeker geen buitenlandse journalisten. Ding Zilin zou er een herdenkingsrede geven, maar dat heeft de politie haar onmogelijk gemaakt.

De woedende roep van Jielian dat z'n ouders niet egoïstisch moeten zijn, klinkt echter nog hard door. Nu Ding geen professor meer mag zijn, is ze activiste geworden. In maart publiceerde ze een brief waarin ze de Communistische Partij oproept om moed te tonen en eindelijk het taboe te doorbreken rond het 'incident'. De brief, met 127 handtekeningen onder de naam 'Moeders van het Plein van de Hemelse Vrede', eist een officieel onderzoek en genoegdoening.

'De overheid heeft die moed absoluut niet,' weet Ding nu al. Weer zucht ze. 'Ik heb het ze rechtstreeks gevraagd. Het antwoord? 'De Volksrepubliek heeft lang geleden al conclusies getrokken over het incident. Het is niet langer nodig om erover te praten.'

'Mijn land faalt,' is de bittere conclusie die Ding zelf trekt. 'Mijn zoon is gestorven voor de toekomst van dit land. Ik wil leven voor die toekomst en actie voeren, gevoed door de liefde voor Jielian. Ik wil feiten over wat er is gebeurd. Als het erop aankomt, ben ook ik niet meer bang om te sterven voor vrijheid.'

Humo 3587 02/06/2009

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 2 juni 2009

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: