18 dingen die je niet hebt gekend als je nu jongvolwassen bent

, door (svb)

2936

1. Encyclopedie

Toen Wikipedia nog niet bestond, werd 's werelds kennis verzameld in een encyclopedie. De eerste werd geschreven in de jaren 1700, de laatste Nederlandstalige kwam uit in 1993: de Winkler Prins, in 26 dikke boekdelen. In veel huizen prijkte een lange rij van die ruggen in de boekenkast, duidelijk nooit opengeslagen. Dan wist je: hier is een deur aan deur verkoper langs geweest. Encyclopediën werden - net als stofzuigers, trouwens - vaak aan de man gebracht door bedreven vertegenwoordigers.

2. Antwoordapparaat

De voicemail van de 20ste eeuw, uitgevonden in 1949, maar pas in de jaren tachtig echt populair geworden. Het apparaat moest aangesloten worden op het vaste telefoontoestel en de boodschappen werden opgenomen op mini-cassettes. Cassettes werkten met magnetische geluidsband en doen in hippe muziekmilieus stilaan weer hun herintrede. Waarom? Geen kat die het weet. Vinyl is een betere geluidsdrager dan mp3, maar cassettetape, dat stinkt pas echt.

3. Walkman

Nog zo'n ding waar je cassettes in moest stoppen. Draagbare transistorradiootjes en platen- en casettespelers met ingebouwde box bestonden al langer, maar in 1979 was dit de eerste écht compacte (11 centimeter op 9, 300 gram) geluidsdrager waarop je je eigen muziek kon spelen. Een megasucces van Sony (van de echte Walkman alleen werden wereldwijd 220 miljoen stuks verkocht) , maar in 1998 - de draagbare cd-speler had zijn intrede gedaan - was het liedje alweer helemaal uit.

4. Rolschaatsen

De uitschuifbare rolschaats (one size fits all) die je om je gewone (sport)schoenen gespte. In de discoperiode, late jaren zeventig, begin jaren tachtig, werden ook rolschaatsen die op basketsneakers waren gemonteerd even in zwang, maar het is de komst van de inline skate of skeeler (1979, een uitvinding van twee ijsschaatsende broers die ook in de zomer wilden trainen) die de gewone rolschaats definitief de nek heeft omgewrongen. Een vaste, stevige schoen én de vier wielen op één rij, waardoor je plots een pak harder kon gaan.

5. Tikmachine

Als iemand vroeger een tekst aan het tikken was, kon je dat van ver horen. De ijzeren mechaniek, de hamertjes met letters die tegen het papier sloegen, de wagen met het papier die je elke keer weer op zijn plaats moest roetsjen... Het was een gedoe. Vuil ook, als als de hamertjes met letters in elkaar haakten en je ze met je vingers uiteen moest halen. Eind jaren tachtig kwamen elektronische tikmachines op, maar die waren, door het snelle succes van de computer, geen lang leven beschoren.

6. Stencilmachine

Tot eind jaren '70 van de vorige eeuw maakte je geen fotokopie van een tekst maar een stencil. Fotokopiëren bestond wel al (sinds de jaren 40) maar was lang onbetaalbaar, ook voor scholen en kleine tot middelgrote bedrijven, de grootste afnemers van stencilmachines. Het werkte zo: in een mechanische tikmachine stopte je een blanco stencilvel. Dat bestond eigenlijk uit twee vellen: één gewoon dun blad, en daaronder een blad met een waslaag erop. In die was tikte je de tekst (je kon er ook met een hard voorwerp in tekenen) en dat was dan de drukplaat die in de machine ging. Het enige wat je moest doen, was papier invoeren (zoals bij een fotokopieerapparaat) en - aangezien de meest courante modellen mechanisch waren - te draaien aan de hendel om het papier door de printrollen te jagen, al kwamen er later ook wel geautomatiseerde modellen op de markt. De stencilmachine was de drukpers van de underground: onder meer de studentenrevolte van mei '68 in Parijs werd met stencil-pamfletten op gang gezwengeld. Ook in de punkperiode werden veel fanzines nog gestencild.

7. Fax

Ook wel telefax genoemd, en nu weet je meteen waar de naam van het VTM-programma 'Telefacts' vandaan komt. Voor de komst van e-mail was dit dé manier om tekst en beeld à la minute naar iemand anders sturen. Het ding werkte als volgt: je voerde een blad papier in, vormde het faxnummer van de persoon die je de informatie wilde opsturen, en dan ging het ding tuuten. Was het tuuten gedaan, dan had de andere persoon de tekst toegekregen en rolde die als een kopie uit zijn fax. Wonderlijk snel, vonden ze toen.

 

8. Autotelefoon

Nog voor er gsm's bestonden, kon je al mensen bereiken in de wagen of de boot. Rijke mensen, want het was duur spul. En lomp, het zag eruit als een gewone vaste telefoon, alleen was de bak waar je de hoorn op moést leggen nog groter. Een lang leven was de autotelefoon niet beschoren: van 1980 tot 1999.

 

9. Tv-antenne

Voor de kabeltelevisie zijn intrede deed, had je ook om televisie te kijken een antenne nodig, die op het dak werd geplaatst. Het ding was meestal 1 tot 2 meter hoog, en bij hevige wind of stormweer kon het beeld verstoord zijn. Of kon je antenne omwaaien. Vogels waren de grootste fans van de tv-antenne. Sinds die verdwenen zijn, is hun aanbod openbaar zitmeubilair meer dan gehalveerd.

10. Gsm met uitschuifbare antenne

De eerste gsm's hadden een antenne, één die je moest uitschuiven voor je kon bellen. De toestellen waren ook twee keer zo groot als een smartphone en wogen drie keer zo veel. De eerste gsm's, van Motorola, kwamen in 1983 op de markt en kostten 4.000 dollar. Je kon er enkel mee bellen. En iemand de kop mee inslaan.

11. VHS-video

Televisieprogramma's opnemen deed je met een videorecorder. De eerste modellen kamen op de markt in de tweede helft van de jaren zeventig, en je had drie verschillende systemen: Betamax (van Sony, gelanceerd in 1975), VHS (van JVC, 1976) en Video 2000 (van Philips en Grundig, 1977). VHS was het minst performante systeem van de drie, maar slaagde er uiteindelijk wel in om de andere twee uit de markt te spelen. Vooral omdat Sony weigerde porno op zijn Betamax-casettes te zetten. JVC kon het geen fluit schelen, dus werden zij in een wip marktleider, want in veel videotheken (ook bijna ter ziele gegaan) was porno (toen nog niet via internet beschikbaar) verantwoordelijk voor het grootste deel van de omzet. In 1995 kwam de eerste dvd-speler op de markt en nog eens tien jaar later was het met VHS helemaal over en uit.

12. Belgische frank

Verdwenen in 2002, toen de euro het helemaal overnam. Een van de mooiste munten was het 5 frank-stuk dat beeldhouwer Jean-Paul Laenen in 1986 ontwierp. Vijf frank was 12 eurocent. Je kon er toen nog een snoepje mee kopen.

 

 

 

 

13. Floppy disk

Harde schijven waren in de jaren tachtig en het grootste stuk van de jaren negentig nauwelijks betaalbaar, dus sloeg je je gegevens op een floppy disk op: een dun, flexibel schijfje plastic, bedekt met een magnetiseerbare laag, en gevat in een slap vierkant of rechthoekig omhulsel. Niet te véél gegevens, want er paste niet eens anderhalve megabyte op. En dan was het nog eens broos spul ook, dat zo stuk ging. Dat beterde in de jaren negentig, toen de floppy door de iets hardere diskette werd vervangen.

14. Commodore 64

De eerste spelconsole, uit 1982, al was het eigenlijk gewoon een homecomputer, zoals dat toen heette. Homecomputer, omdat computers toen nog geen dingen waren die je thuis had staan. De Commodore had geen scherm, maar moest je aansluiten op je tv-toestel. En je kon er dus spelletjes mee spelen. Simpele spelletjes, die op cassetjes (!) stonden en later op floppy's. Spelen deed je met een joystick: lijkt op een stuurknuppel van een vliegtuig, en deed wat de remote van een Play Station doet. Het waren de games die voor het succes van de Commodore 64 zorgden. En ook de eigenaars hadden succes. Wie een er één had, was - net zoals de eerste bezitters van radio en televisie - verzekerd van veel vriendenbezoek. 

De productie werd in 1994 stopgezet.

15. Diaprojector

Dia's of diapositieven waren foto's die positief ontwikkeld waren op doorschijnend materiaal dat in een kartonnen raampje zat gevat. Je kon ze in een diaprojector stoppen, een soort lichtbak, en projecteren op een wit scherm of een witte muur. Die projector zoemde meestal redelijk luid en ook het wisselen van de dia's - ze schoven in een lader vooruit - maakte lawaai. Werd vooral gebruikt om vakantiefoto's aan de hele familie te tonen of lezingen van beeld te voorzien. De diaprojector was bijna altijd de voorbode van een half uur verveling.

16. Inbel-modem

Modems bestaan nog altijd, al weet je het misschien niet: ze zitten meestal in je computer en je hoort of ziet ze niet. Dat was vroeger anders. Voor internet - ongeveer tot eind de jaren negentig - had je inbelmodems, die verbinding maakten met het telefoonnet en daar een vre-se-lijk lawaai bij produceerden. Hoog en snerpend elektronisch gekrakeel dat de wachttijd alleen maar enerverender maakte. En toch: begin erover tegen een dertiger en hij of zij zal een glimlach vol nostalgie produceren.

17. Gele briefkaart

Een voorgefrankeerde gele postkaart. Ook het adres had er eigenlijk al op kunnen staan, want meestal werden ze naar dezelfde plek verstuurd: BRT, Reyerslaan 52, 1043 Brussel. De gele briefkaart werd vooral gebruikt om deel te nemen aan spelletjes op radio en televisie. En in die tijd had je maar een radio- en tv-zender. De gele briefkaart bestaat nog altijd, maar is bijna volledig in onbruik geraakt.

18. Telefoonkaart

Ook die bestaan nog, maar worden net zo weinig verkocht als gele briefkaarten: telefoonkaarten. Je kon ermee terecht in telefoonhokjes, ook al een bedreigde soort. Telefoonkaarten kon je niet opladen, je kocht ze voor een bepaald bedrag zoals je een belkredietbewijs voor je gsm koopt. Ze leken op bankkaarten maar voelden mat aan, door de laag thermolak die erop lag. Net zoals postzegels, werden telefoonkaarten met heel veel verschillende afbeeldingen erop gemaakt en werden ze het lijdend voorwerp van een verzamelwoede.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: