Ward Ruyslinck overleden: herlees het Humo-interview

, door (bv)

13
ward ruyslinck
© Johan Jacobs

(Verschenen in Humo 3351 op 23 november 2004)

'Het is hopeloos. We zijn in een wereld van waanzin terechtgekomen'

Naar eer en geweten: op zoek naar de ziel van Ward Ruyslinck

‘Tot de volgende keer,’ zeggen we bij het afscheid. ‘Als er een volgende keer kómt,’ bromt Ward Ruyslinck. Ruyslinck, die eerder dit jaar vijfenzeventig werd, neemt afscheid van het publieke leven met een huldiging en een tentoonstelling in de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. Na de lauwe ontvangst van zijn laatste roman, vijf jaar geleden, had hij al besloten zijn nukkige schrijfmachine – het ‘oude kreng’ waarop hij al zijn boeken schreef definitief op te bergen, en kwam hij nog zelden in de media. Maar om de Academie ter wille te zijn, was hij bereid voor Humo nog één keer een boekje open te doen over leven en denken, eer en geweten: ‘Daarna is het gedaan. Ik heb alles gezegd heb wat ik te zeggen had, en misschien zelfs iets méér (lacht).’

HUMO Wat is het belangrijkste: eer of geweten?

Ward Ruyslinck «Geweten. Volmondig. Wat is eer? Ik lees nu regelmatig in de krant over ‘eremoorden’ in de moslimgemeenschap – ik ga niet hakken op de moslimwereld, dat is te gevaarlijk (lacht) – en dan vraag ik mij af: éér, wat houdt dat in? Voor mij niks.

»Geweten vind ik wel heel belangrijk. Ik heb op televisie Amerikaanse mariniers die gewonde Iraakse ‘rebel’ zien afmaken: dat schokt mijn geweten, en ik hoop dat van de hele wereld. Ze hadden daar al niks te zoeken, maar als ze er dan toch zijn, moeten ze niet de beest gaan uithangen.»

Ontaarde slaper

HUMO Iemand die zijn naam op de kaft van een boek wil zien, moet toch ook eerzuchtig zijn?

Ruyslinck «Ik niet, ik heb geen eerzucht. Ik ben beginnen te schrijven omdat ik het plezierig vond mijn gefantaseer op papier te zetten. Al van heel jong, toen ik twaalf was: iemand van twaalf kán niet eerzuchtig zijn. En ik was natuurlijk heel trots dat mijn debuut verscheen, en dan nog wel bij Manteau, een grote uitgeverij, in een fonds met allemaal Grote Schrijvers: TeirlinckJonckheereGijsenWalschap. Ik herinner me nog mijn eerste en enige ontmoeting met Elsschot, op een signeeractie van de Innovation in Antwerpen toen kon dat nog, literatuur in een warenhuis. Ik durfde ’m niet aanspreken, maar in de vestiaire na afloop zei hij: ‘Allez, ontaarde slaper, geef me mijn hoed eens.’ Dat blijft je wel bij: Elsschot die je aanspreekt.

»Maar m’n ego zwol daar niet van, ik weet niet waarom. Ik denk dat het een karaktertrek is. Als ik een prijs had gekregen, zei iedereen ook: ‘Nu loop je wel naast je schoenen, zeker?’ Maar nee.

»Misschien was ik te blasé: ik heb zoveel meegemaakt. In het begin deed het je nog wat, in de Academie worden opgenomen tussen al die grote namen, maar na een tijd vind je het maar normaal dat je Gerard mag zeggen tegen Walschap (lacht)

HUMO In welk rijtje wilde u destijds een plekje veroveren toen u begon te schrijven?

Ruyslinck « Vooral in mijn eigen generatie: ik heb me altijd beschouwd als een schrijver die bij zijn eigen tijd hoorde. En in het buitenland waren Heinrich Böll en Graham Greene mijn grote voorbeelden. Van Greene heb ik wel wat opgestoken, technisch dan, en Böll was geëngageerd, zoals ik. Veel geëngageerde auteurs zijn er nooit geweest nog altijd niet. Dat vind ik wel pijnlijk, dat je in zulke bewogen tijden geen sociaal of zelfs politiek betrokken auteurs vindt! Zelfs Tom Lanoye is meer autobiografisch dan gee?ngageerd.

»Ik heb me we?l altijd betrokken gevoeld bij de actualiteit, en ik erger mij nog geregeld aan toestanden en ontwikkelingen in de maatschappij. Nog meer dan eer en geweten denk ik dat ergernis mijn grote drijfveer is. Ik weet niet waarom ik me die dingen zo aantrek, want ik ben eigenlijk introvert van nature.» 

HUMO Die is uzelf ook niet vreemd: u lijkt vooral jaloers te zijn op Claus. In hetzelfde brievenboek schrijft u: ‘Bij Claus wordt het achterover drukken van andermans geestelijk goed verheven tot een eigenschap’.

Ruyslinck «Ik denk dat ik niet de enige auteur ben die zich daaraan ergert. Claus heeft verdienstelijke zéér verdienstelijke werken geschreven, maar hij is toch vooral de auteur van ‘Het verdriet van België’. Ik heb het ooit gelezen, en ik begrijp niet waarom het zo’n ‘meesterwerk’ is. Goed geschreven, hoor, want Claus kan schrijven, uiteraard, maar het is ongelofelijk over het paard getild.

»Het is niet hatelijk bedoeld, maar Claus is een mythe, en dat weegt op andere auteurs. Verder wens ik me daar niet over uit te laten. Ik ben eroverheen, nu. Min of meer, toch. We leven in een tijd waarin het erop aankomt ophef te maken. Dat heb ik nooit gedaan. Claus wél. En dat is een bron van ergernis: ik vind dat iedereen op zijn waarde beoordeeld moet worden.»

HUMO Nog ééntje om het af te leren: u hebt Marc Reynebeau ooit ‘een monsterachtige menselijke hybride, een bijziende dwerg met hanensporen en drakentanden’ genoemd.

Ruyslinck «Het geval-Reynebeau heb ik al uitgelegd in mijn brievenboek, hé. Een mij bekend iemand wilde schrijven voor Knack, en stelde Reynebeau destijds voor mijn nieuwste roman te recenseren. Dat mocht van Reynebeau, maar ‘alleen als het een negatieve recensie werd’. Pas op, ik heb daar een fotokopie van! Het is geen verbeelding, hé. Natuurlijk was ik op mijn tenen getrapt, op alle tien tegelijk! En dan dien ik zo iemand op een snedige manier van antwoord. (Nagenietend) Er valt ook wel plezier aan te beleven, zo eens op een andere manier met je taal te mogen spelen. Natuurlijk ben ik heel boos als Brouwers me aanvalt, maar tegelijk denk ik: wacht, jongen, wacht (lacht). Ik heb notitieboekjes die ik nooit heb prijsgegeven vol met aantekeningen over de blunders in de boeken van Brouwers. Ook taalblunders! Geloof me: hij is geen profeet, hoor. Maar ik wil het ’m niet aandoen, misschien omdat ik toch niet zó’n slecht karakter heb. En het kost tijd: ik heb ooit een roman laten liggen voor een polemiek met Kees Fens, en achteraf gezien vond ik dat toch een beetje jammer.»

Lees het vervolg »

Ward Ruyslinck overleden (2)

Een probleemjongen

HUMO Wat is het ergste onrecht dat u ooit is aangedaan?

Ruyslinck «Een tijdlang ik ben er nu overheen was dat voor mij: dat ik nooit de Driejaarlijkse Staatsprijs heb mogen ontvangen, toch de belangrijkste literaire prijs in dit taalgebied. Een krenking is misschien veel gezegd, maar een onrecht was het in elk geval. Door de kritiek werd ik bejubeld in die periode toch en om de drie jaar dachten mijn omgeving en ik: nu is het mijn beurt. Maar iedereen kwam aan de beurt, al mijn generatiegenoten, behalve ik.

»Achteraf gezien hangt dat van de jury af, natuurlijk. Plat gezegd: als je vriendjes er niet inzitten, kan je ’t vergeten. Maar goed, er is zalf op die wonde gestreken toen ik de allereerste Europaliaprijs voor Literatuur won in 1980. Ik maak me ook niet druk meer over zulke voorvallen: daarvoor ben ik te vertrouwd geworden met hoe scheef de wereld draait. Ik ben niet haatdragend. Zelfs als Reynebeau hier voorbijkomt, zou ik over zijn bolleke aaien. Brouwers niet, hé! (lacht)»

HUMO U kan zeer hard zijn als u aangevallen wordt. Toen uw zoon Chris aan een journalist het verhaal had proberen te slijten dat u emotioneel en financieel tekortschoot als vader, schreef u een lezersbrief met de titel ‘Portret van een ontaarde zoon’. U schreef: ‘Zoon Chris blijkt zo’n verachtelijk individu te zijn dat ik hem geen plaats meer gun in mijn leven’. Dat is harde taal.

Ruyslinck «Da’s heel hard, maar je moet begrijpen: het was niet de eerste keer dat ik zulke ervaringen met m’n zoon had. Ik had ’m verwend, een leven lang, niet alleen op financieel gebied. Wij waren vríénden. We maakten uitstapjes in de bossen, ik heb zijn muzikale carrière gesteund, want hij heeft een tijd geprobeerd als pianist door te breken.

»Ik schrijf het toe aan... Tja, hij is een psychiatrisch geval. Ik heb er nooit ruchtbaarheid aan gegeven, maar nu viel hij me opeens op een gruwelijke manier aan. (Stilte) Ik heb dat niet verdíénd. Ik heb maar één verklaring: ik was de laatste met wie hij nog geen ruzie had. Hij is naar Polen verhuisd omdat hij in zijn eigen dorp ruzie had met iedereen: zijn buren, zijn vrienden, de directeur van de muziekschool waar hij les gaf. En de manier waarop hij me aanviel... Hij inviteert een journalist van De Morgen naar Polen, en die Johan Vandenbroucke gaat daarop in! Ik wist nergens van: dat was een koude douche. Ik heb nog altijd niet begrepen waarom mijn zoon dat gedaan heeft.»

HUMO Vindt u het niet eigenaardig dat u een ruzie met uw zoon uitvecht in de kolommen van een krant?

Ruyslinck «Ik wilde een wederwoord. Als je leest wat mijn zoon over mij vertelt! Verbijsterend. Iedereen vroeg me: wat is daar gebeurd? Ik móést dat rechtzetten. Vandenbroucke zei dat hij dat interview tijdens zijn vakantie had afgenomen. Maar als je ziet waar mijn zoon is gaan wonen: een negorij! Ergens in het bos! Ik begrijp niet dat je daar je vakantie aan wil opofferen.»

HUMO Als u zegt dat u ‘m geen plaats meer gunt in uw leven, is dat dan definitief?

Ruyslinck «Ja. Het was niet één incident, maar een aaneenschakeling van toestanden en problemen. Aanhoudend moest ik uitrukken: dan weer lag hij in het ziekenhuis nadat hij op straat ruzie had gezocht in de Antwerpse nachtbuurt! En natuurlijk was hij in mekaar getimmerd, hij is zelf ook geen krachtpatser - een pianist, je kan je voorstellen. Dan moest ik ’m weer afhalen op het politiebureau, en gaan pleiten dat hij gewoon wat te veel gedronken had want dát is het grote probleem, hé. Hij is alcoholist: ook dat nog. Hij drinkt omdat hij problemen heeft, en ze worden er alleen maar erger door.

»Ik wilde de buitenwereld waarschuwen voor zijn domme streken, want hij is ziek. Een autodestructieve sukkelaar. Dat heeft hij van zijn moeder, mijn eerste vrouw, die zich van kant heeft gemaakt vanwege mijn relatie met m’n huidige vrouw. Hij heeft haar karakter, hij heeft ook al pogingen gedaan om zich van kant te maken. Een probleemjongen. Enfin, jongen, hij wordt vijftig jaar. Maar dit is het laatste wat ik daarover wil zeggen.»

Lees het vervolg »

Ward Ruyslinck overleden (3)

Amerikaanse bocht

HUMO U bent goed bevriend met Gaia-frontman Michel Vandenbosch. Vindt u dierenrechten het grootste, morele probleem van deze tijd?

Ruyslinck «Er zijn mensen die beweren: ‘Je moet eerst de problemen van de mensen oplossen, en dan die van de dieren.’ Wel, tegen dan zijn er geen dieren meer. Trouwens, wij zijn zélf een diersoort: wij hadden zelf evengoed op een veemarkt of in een zoo kunnen terechtkomen.» 

HUMO Door de vooruitgang van de technologie worden we verplicht ons constant vragen te stellen. Is klonen oké? En euthanasie? En zo ja, wanneer? En bij kinderen?

Ruyslinck «Ik moet eerlijk zeggen: van die voorbeelden die u aanhaalt, ben ik een beetje vervreemd. Ik ben nog geboren voor de Tweede Wereldoorlog. Dat wil zeggen: op een andere planeet. Ik kan dat echt niet meer volgen: computers, gsm’s, dvd of is het vdv? Ja, er staat er hier een, maar dat is dankzij mijn vrouw, die een stuk jonger is. Ik hou al die technologie op afstand, dus kan ik er ook geen morele problemen mee hebben. Net als veel mensen van mijn leeftijd. Het houdt maar niet op, die technische evolutie: je gaat boodschappen doen, je komt thuis en ze hebben weer iets nieuws bedacht.»

HUMO Van iets als euthanasie móét u zich toch rekenschap geven?

Ruyslinck «Tuurlijk. En ik vind het goed dat onze maatschappij zulke problemen op de voorgrond brengt. Vroeger werd dat allemaal angstvallig toegedekt. Neem homoseksualiteit: dat móét bespreekbaar zijn, daar lijden zoveel mensen onder. Maar ik ben niet meer actief bezig met al die problematieken. Vroeger schreef ik nog weleens een column, nu heb ik niet meer de creativiteit om wantoestanden te bestrijden.»

HUMO U vindt het goed dat dingen bespreekbaar worden, maar anderzijds loopt u niet hoog op met de moderne tijden: ‘Ik heb, als geëngageerd auteur, de pen neergelegd omdat ik geen binding meer heb met de hedendaagse maatschappij’.

Ruyslinck «Ja. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog dacht ik en velen met mij: ‘Dit kan nooit meer gebeuren, die slachting van mensen aan de lopende band.’ En wat zagen we? Aanhoudend was het oorlog: Korea, Vietnam, en dan dit, en dan dat, en nu weer Afghanistan en Irak. Het gaat maar door.

»Ik voel me bedrogen door de Amerikaanse politiek: zij hebben ons indertijd bevrijd, als jongeman heb ik gejuicht voor hen. Maar sindsdien hebben ze een bocht gemaakt, ze stellen zich op als schurken, als oorlogsmisdadigers. Komen we dan nooit tot de jaren van verstand? Moet het dan altijd met geweld? Wat hebben we deze week weer gehoord in het nieuws: een moeder die haar kind wurgt, een vader die zijn kinderen in brand steekt, de moord op Theo van Gogh. Men grijpt naar agressie om zijn mening erdoor te drukken, en dat beangstigt mij.»

HUMO Betekent engagement niet net dat je blijft geloven in beterschap?

Ruyslinck « Ik denk dat ik daarom ben gestopt met schrijven: omdat ik dat geloof verloren heb. Ik denk dat het hopeloos is, dat we in een wereld van waanzin zijn terechtgekomen. Er komt geen eind aan.»

Lees het vervolg »

Ward Ruyslinck overleden (4)

Een tweede vrouw

HUMO Bent u persoonlijk ooit in ernstige gewetensnood gekomen?

Ruyslinck «...Dat ik nu zolang moet nadenken, schijnt erop te wijzen dat dat niet het geval is. Niet bewust in elk geval. Ik heb een katholieke jeugd gehad: de begrippen Goed en Kwaad werden er bij ons ingehamerd, maar ik redeneer al lang niet meer in die termen. De werkelijkheid is veel subtieler dan dat zwartwitonderscheid.»

HUMO U had negen jaar lang een buitenechtelijke relatie, die uiteindelijk resulteerde in de zelfmoord van uw eerste vrouw. Hebt u zich daar schuldig over gevoeld?

Ruyslinck «Tijdelijk. Mijn eerste huwelijk was... geen hél, maar het was ook niet geslaagd. Ik was niet gelukkig, om allerlei redenen, hoewel mijn vrouw ook absoluut geen helleveeg was. Zij was een vriendelijk, draaglijk mens, maar mijn huwelijk werkte niet. En dan kom je dé vrouw van je leven tegen, en ga je door je knieën. Gewetensnood heb ik niet gevoeld, ik heb geprobeerd er met mijn eerste vrouw over te spreken. Maar Alice wilde er niet van horen, ze was zó strikt en rechtlijnig: getrouwd was getrouwd, ken je dat soort redeneringen? Ze stelde me voor een ultimatum, dan heb je geen gewetensnood.

»Ik wilde Alice niet in de steek laten, maar ze liet me uiteindelijk geen keuze: ze wilde geen compromissen sluiten. Er was maar één ding dat ik niet kon, en dat was Monica in de steek laten. En dat eiste Alice net: the end of the affair.

»In het schrijverswereldje zijn er véél met een tweede vrouw: Paul DewispelaereHubert Lampo, Claus. Daar zijn geen drama’s gebeurd, en ik voorzag ook niet dat het bij ons dramatisch zou aflopen.»

HUMO Heeft Monica zich wél schuldig gevoeld na de zelfmoord van Alice?

Ruyslinck « Zal ik haar er even bijroepen? Want zij wil daarover praten, hoor. (Gaat zijn vrouw halen)»

Monica Macken «Ik voelde mij schuldig, ja, maar ik voel me ook wel heel vlug schuldig. Het was niet mijn bedoeling Ward van haar weg te houden, ik wilde niet per se met hem gaan samenwonen. Ik was best tevreden met een LAT-relatie, af en toe eens een weekend samen. Als ik hem maar niet hoefde af te staan. Ik wilde met haar gaan praten, maar zij wilde niet. Zij wilde: schluss, gedaan.»

HUMO Toen u twee jaar na Alices dood samen nog een boek publiceerde met liefdesbrieven, ‘De Speeltuin’, kreeg u een stortvloed van verwijten over u heen. U gewaagde van een hetze.

Ruyslinck « Ja. Hoewel het boek niet eens sloeg op die situatie. Dat heeft men erin gezién.»

Macken «‘De Speeltuin’ was een uitlaatklep, want we hebben best wat te verduren gekregen, zeker in haar laatste maanden. Zijn vrouw dreigde mij zwavelzuur in mijn gezicht te komen gooien. Ik kreeg rare telefoontjes van haar. Ik was er niet helemaal gerust op.

» Maar achteraf gezien hadden we dat boek misschien niet moeten laten verschijnen. Dat denken we nu, nu we oud en wijs geworden zijn. Hoewel we het leuk vonden om het te schrijven.» 

Ruyslinck «Daar hebben we spijt van, wat niet hetzelfde is als gewetensnood.»

HUMO In interviews hebt u gezegd dat u verhuisd bent uit Pulle omdat u zo onder vuur lag in die periode.

Ruyslinck « Nee. Ik ben uit Pulle verhuisd omdat ik daar alleen zat na de dood van mijn eerste vrouw. Ik had al een relatie met Monica en ik moest elke week naar Brussel rijden of zij naar Pulle, en dat was een vervelende situatie.

»Maar ik was blij dat ik uit Pulle weg was, het was een katholiek nest waar je al aangebrand was als je niet elke week naar de mis ging. Geen gemeenschap waarin ik me thuisvoelde. Uiteraard werd er over me geroddeld, en werd me van alles verweten na de zelfmoord van mijn vrouw: het waren, behalve pilaarbijters, ook gordijntjeslichters. Vooral één buurvrouw, die opeens de banden met mijn vrouw begon aan te halen toen bleek dat ik een buitenechtelijke relatie had dat was interessant, nietwaar? Het was daar niet meer leefbaar.»

Zeventig maagden

HUMO U loopt niet hoog op met het geweten van uw medemens: ‘De maatschappij evolueert niet in de goede richting, ik heb geen illusies meer over de mens. Die is onverbeterlijk wreed en wraakzuchtig,’ zei u ooit in een interview.

Ruyslinck «Dat kan ik alleen maar beamen. Je ziet het dagelijks: de mens is wreed en onverbeterlijk, ondanks al die godsdiensten waarmee ze ons om de oren slaan! ‘Het goede in de mens’, waar zoveel over gesproken wordt. Waar zíé jij dat?» 

HUMO Gelooft u zelf in iets? Karma? God? De baghwan?

Ruyslinck «Nee, dat zijn sprookjes. Ik denk met angst aan het ogenblik waarop ik hier zal verdwijnen, want dan is er niks meer. Ik zou gráág geloven in die hemel met zeventig maagden (lacht). Maar ook zonder eindafrekening kan je zorgen dat je het goede doet, of het goede denkt. Je hebt er alleen inlevingsvermogen voor nodig.» 

HUMO Hebt u ergens spijt van?

Ruyslinck «Er moet wel iets zijn, maar... (denkt lang na) Ook het geval van mijn zoon is niet toepasselijk. Ik had niet meer voor hem kunnen doen dan ik heb gedaan.»

Macken (tegen Ruyslinck) «Ik vind jou een heel goede vader want hij heeft ook mijn zoons helpen opvoeden, en daar heeft hij wél een heel goede band mee.»

HUMO Denkt u dat hij gelukkiger had kunnen zijn? Minder pessimistisch?

Macken «Wie ben ik om dat te zeggen? Ik denk niet dat Ward het soort mens is dat heel gelukkig kan worden.»

Ruyslinck «Dat denk ik ook. Als ik zie hoe de mens zijn eigen wereld in een puinhoop aan het herschapen is, dat vind ik zó verschrikkelijk. Wij zijn toch begaafd met verstand, heb ik altijd gedacht, maar ook die illusie moet ik laten varen. Op geregelde tijdstippen hoor ik achter mij een ‘bonk’, en dat is dan meestal een illusie die sneuvelt. En ik hád er al zo weinig.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: