Op zoek naar de paardenbeul van Haspengouw

, door (rw) en (ssl)

71
22555_paarden.jpg

Verschenen in Humo 3692 op 7 juni 2011.

'Eerst foltert hij dieren, later volgen er mensen'

Een sadist houdt al enkele weken heel Haspengouw in de ban: hij foltert, verminkt en verkracht paarden. De kans is groot dat de paardenbeul één dezer dagen tegen de lamp loopt. De vraag is alleen of de politie hem zal kunnen stoppen vóór hij andere prooien in het vizier krijgt: mensen.

Het schemert wanneer een man op dinsdagavond 20 oktober 2009 door de Speelhoflaan in Sint-Truiden rijdt. Hij parkeert zijn auto in het veldwegeltje achter de nieuwe verkaveling naast Het Meiveld, het grote rusthuis van Sint-Truiden. Daar, achter het rusthuis, staat een merrie met een veulen. Hij kent deze plek: op het andere veulen in de wei heeft hij de afgelopen zomer zijn lusten al botgevierd.

De populieren langs de beek ruisen. De weeë geur van de berggeitjes in de weide naast de paarden waait hem tegemoet. Hij stapt naar de paardenwei - het terrein gaat steil naar beneden, naar de beek, waardoor hij bijna volledig aan het zicht wordt onttrokken. Het gras op het pad dempt zijn voetstappen.

Het herfstweer is ideaal voor zijn plan: het is de hele dag kil en bewolkt geweest, en ook de nacht kondigt zich sterreloos aan. Er is weinig risico dat een bejaarde door het raam ziet wat zich in de weide achter het rusthuis afspeelt, laat staan dat een oudje er een avondwandeling komt maken.

Hij hoort de paarden snuiven in hun stal, een houten hok met drie aparte stallingen en een dak van golfplaten. De eerste keer dat hij hier was - in juni 2009 - stierf een merrie, Paloma. Kolieken, dacht eigenares Marie-Louise de Sonnaville toen ze haar stervende paard in de bloederige stal aantrof. Al was het eigenaardig dat het drie weken oude veulentje Coocky buiten in de wei stond, alleen. Een veulen wijkt nooit van z'n moeder - tenzij het in blinde paniek is.

Bij zijn volgende bezoeken richtte de paardenbeul zijn aandacht op Coocky, het weespaardje. De eerste keer sneed hij haar in het oor; daarna hakte hij op haar in met een paal met een spijker erdoor. Drie dagen later verkrachtte hij Coocky met een weidepaal. Hij had het dier eerst verdoofd met kamfer - paarden die van het krijtachtige witte poeder eten raken gedesoriënteerd en worden meegaand. De verkrachting wond hem op, hij masturbeerde erbij en hij mikte zijn sperma op de vacht van de jonge merrie. Hij is nog op zoek naar een handtekening, een foltermethode die echt bij hem past.

En nu is hij dus terug - voor de vierde keer. Hij weet dat achter Het Meiveld nóg een merrie staat. Ook met een veulen. Hij ziet de parking en de lichten van het rusthuis: alles is rustig. De omheining vormt geen probleem: de eerste is een ijzerdraad van amper een meter hoog. De tweede is hoger en heeft schrikdraad, maar daar kruipt hij zonder problemen onderdoor.

De paarden ruiken hem al, en bonken tegen de stalmuren. Hij opent de staldeur van merrie Chanel en haar veulen Mon Ami - een hengstje. Tegenvaller. Hij jaagt de jonge hengst uit de stal, de wei op. Dan gaat hij bij de merrie aan de slag. Hij snijdt haar in de bil - daar bloedt een wonde het felst - en steekt haar diep in de flank. Maar Chanel verweert zich. Hij krijgt een trap, vol in zijn gezicht. Gedesoriënteerd rent hij de stal uit, dwars over de wei. Hij klimt door de omheining en haast zich over het veldwegeltje naar zijn auto.

Overal laat hij helderrode druppels bloed achter. De politie zal er stalen van nemen voor DNA-onderzoek. Het spoor van de bloedspatten houdt op waar de bandensporen beginnen: daar is de dader in zijn auto gesprongen en weggereden.

Coocky is vandaag een tweejarige merrie. Chanel was levensgevaarlijk gewond, maar herstelde vlot: het springpaard neemt nu deel aan wedstrijden. Mon Ami is een ruin geworden en worstelt nog altijd met zijn angst. Angst voor mannen.

Erin Gehakt

Inspecteur Michel Follon (48) stuurt zijn groene Peugeot met vaste hand over de smalle wegen van Haspengouw. Follon is hier al meer dan dertig jaar flik: twintig jaar als rijkswachter, tien jaar als inspecteur bij de recherche. Het feit dat hij belast is met het onderzoek naar de paardenbeul, wijst erop dat zijn korpschef Benny Reenaers de zaak ernstig neemt: Follon is één van zijn beste rechercheurs. Drie jaar geleden loste hij een moordzaak op die ei zo na onontdekt was gebleven. Het overlijden was al afgedaan als een natuurlijke dood. Maar Follon rook onraad - een paar details klopten niet, volgens hem. Benny Reenaers: 'Er werd gelachen met die zaak: 'Follon ziet spoken.' Maar drie weken later had hij wél de daders te pakken.'

De zaak van de paardenbeul houdt Follon bezig. 'Ik sta ermee op en ik ga ermee slapen. Ik móét hem vinden.' Hij geeft nooit zijn gsm-nummer aan slachtoffers van misdrijven, maar de eigenaars van de mishandelde paarden zijn een uitzondering. 'Je mag mij altijd bellen, dag en nacht.'

Follon parkeert zijn wagen in een scherpe bocht, voor een oude boerderij: de ouderlijke hoeve van Guido Neven (47), aardbeienkweker. Follon beent recht naar de achterdeur, een blauwe dossiermap onder de arm. In deze streek zijn er twee regels voor wie als flik iets te weten wil komen. Regel één: nooit Algemeen Nederlands spreken, uitsluitend Loons dialect. Nederlands is voor Officiële Lieden, en tegen hen koestert de lokale bevolking een gezond wantrouwen. Regel twee: nooit aan de voordeur aanbellen. 'Dan moeten ze een halfuur op zoek naar hun sleutel, want die deur gebruiken ze nooit.'

Guido Neven is het laatste bekende slachtoffer van de paardenbeul. Hij heeft het soort gezonde blos dat boeren in kinderboeken hebben: hoogrode konen in een getaand gelaat, fonkelende ogen, hagelwitte tanden. In het schemerduister van de keuken van zijn moeder gaat het gesprek eerst over de nieuwe oogst. De struiken staan een meter hoog: prachtige aardbeien. En véél. Hij krijgt ze met moeite geplukt. En dan vertelt hij over de feiten.

Hij heeft het misdrijf vastgesteld op 23 mei 2011, omstreeks halfacht 's avonds. Hij heeft vijf weiden, met in totaal negen paarden - springpaarden met 'een beetje bloed in', zoals een volbloed hier heet. Ze staan per twee op de wei, omdat paarden nu eenmaal graag gezelschap hebben. 's Avonds na het werk bezoekt Guido Neven al zijn weiden. Niet om de dieren te voederen, wel om ze eens te bekijken, en eventueel hun drinkbak uit te wassen. Het zijn bakken van vijfhonderd liter. Als die halfvol zijn, worden ze vies: 'Ik zou er zelf ook niet meer uit drinken, en die beestjes ook niet.'

Die dag wil Neven de drinkbak uitspoelen. Maar al van ver ziet hij dat Diamond op haar zij ligt. 'Zelfs toen ik floot, kwam ze niet af. Dat vond ik abnormaal, want mijn paarden zijn helemaal niet schuw.'

Als Guido dichterbij komt, merkt hij dat het dier gewond is. Aan de binnenkant van de rechterknie is een diepe wonde toegebracht - met een bijl, denkt hij. Hij houdt zijn vingers een centimeter of vier, vijf uit elkaar: 'Zó diep erin gehakt. Half door het bot.'

De veearts die erbij geroepen wordt, laat het dier ter plekke inslapen - er is geen andere optie.

Nog niet gedaan

Follon acht het vrijwel uitgesloten dat de dader de dieren mishandelt om hun eigenaars te raken. Natuurlijk maken paardenliefhebbers en veehouders wel eens ruzie: pachtkwesties over gronden en weiden kunnen generaties lang kwaad bloed zetten. Maar veehouders en paardenbezitters hebben te veel respect voor een dierenleven om dit soort sadistische feiten te plegen.

Het is de dader ook niet te doen om het vlees van de dieren. Wilde slachtingen in het veld komen voor: misdaadbendes slachten dieren in de wei of snijden er zelfs alleen de beste stukken uit, zoals de lende en de rug. Maar die bendes viseren vooral koeien. Paardenvlees is niet goedkoop, maar nu ook weer niet zó duur. Bovendien liggen de weiden die de dader uitkiest allemaal naast de openbare weg. Wie op zijn gemak een paard wil uitbenen, doet dat wel op één van de weiden die verscholen liggen in de beemden, ver van de weg, tussen de fruitbomen. De slachtoffers zijn ook zonder uitzondering merries - hengsten en ruinen laat hij met rust. Het motief van de dader is duidelijk seksueel getint.

In de mailbox van de politie van Loon stromen de e-mails inmiddels binnen. Een Belgische vrouw in Frankrijk heeft zelfs een heus profiel van de dader in gedachten: een eenzaat, beweert ze, die vroeger waarschijnlijk al honden en katten heeft toegetakeld.

Andere paardenliefhebbers wijzen op de gelijkenissen in een boek van thrillerauteur en ex-jockey Dick Francis. In 'Gekraakt' ('Come to Grief') belaagt een gek jonge raspaarden: hij hakt de voeten af met een boomschaar. Een telefoontje naar de bibliotheek van Borgloon leert de speurders dat het boek er in de rekken staat. Heeft de dader daar zijn inspiratie vandaan?

Het is maar één van de vele vragen die Follon in zijn blauwe map verzameld heeft. Waarom is de dader blijkbaar van het toneel verdwenen tussen 2009 en 2011? Waarom pleegt hij vrijwel alle feiten in een straal van twee kilometer rond Ulbeek en Zepperen - behalve de vier aanvallen op de stallen van de familie de Sonnaville, die in Sint-Truiden staan? Waarom gebruikte hij in Sint-Truiden een wagen en gaat hij nu te voet of met de fiets? Waarom doet hij wat hij doet? En dan die onheilspellende vraag: waar gaat dit eindigen?

'Deze dader', zegt Benny Reenaers, 'is bezig aan een stijgende lijn. En hij is nog niet aan zijn eindpunt.'

U leest het volledige artikel in Humo 3692/23 op dinsdag 7 juni.

Op zoek naar de paardenbeul van Haspengouw (deel 2)

Inspecteur Michel Follon (48) stuurt zijn groene Peugeot met vaste hand over de smalle wegen van Haspengouw. Follon is hier al meer dan dertig jaar flik: twintig jaar als rijkswachter, tien jaar als inspecteur bij de recherche. Het feit dat hij belast is met het onderzoek naar de paardenbeul, wijst erop dat zijn korpschef Benny Reenaers de zaak ernstig neemt: Follon is één van zijn beste rechercheurs. Drie jaar geleden loste hij een moordzaak op die ei zo na onontdekt was gebleven. Het overlijden was al afgedaan als een natuurlijke dood. Maar Follon rook onraad - een paar details klopten niet, volgens hem. Benny Reenaers: 'Er werd gelachen met die zaak: 'Follon ziet spoken.' Maar drie weken later had hij wél de daders te pakken.'

De zaak van de paardenbeul houdt Follon bezig. 'Ik sta ermee op en ik ga ermee slapen. Ik móét hem vinden.' Hij geeft nooit zijn gsm-nummer aan slachtoffers van misdrijven, maar de eigenaars van de mishandelde paarden zijn een uitzondering. 'Je mag mij altijd bellen, dag en nacht.'

Follon parkeert zijn wagen in een scherpe bocht, voor een oude boerderij: de ouderlijke hoeve van Guido Neven (47), aardbeienkweker. Follon beent recht naar de achterdeur, een blauwe dossiermap onder de arm. In deze streek zijn er twee regels voor wie als flik iets te weten wil komen. Regel één: nooit Algemeen Nederlands spreken, uitsluitend Loons dialect. Nederlands is voor Officiële Lieden, en tegen hen koestert de lokale bevolking een gezond wantrouwen. Regel twee: nooit aan de voordeur aanbellen. 'Dan moeten ze een halfuur op zoek naar hun sleutel, want die deur gebruiken ze nooit.'

Guido Neven is het laatste bekende slachtoffer van de paardenbeul. Hij heeft het soort gezonde blos dat boeren in kinderboeken hebben: hoogrode konen in een getaand gelaat, fonkelende ogen, hagelwitte tanden. In het schemerduister van de keuken van zijn moeder gaat het gesprek eerst over de nieuwe oogst. De struiken staan een meter hoog: prachtige aardbeien. En véél. Hij krijgt ze met moeite geplukt. En dan vertelt hij over de feiten.

Hij heeft het misdrijf vastgesteld op 23 mei 2011, omstreeks halfacht 's avonds. Hij heeft vijf weiden, met in totaal negen paarden - springpaarden met 'een beetje bloed in', zoals een volbloed hier heet. Ze staan per twee op de wei, omdat paarden nu eenmaal graag gezelschap hebben. 's Avonds na het werk bezoekt Guido Neven al zijn weiden. Niet om de dieren te voederen, wel om ze eens te bekijken, en eventueel hun drinkbak uit te wassen. Het zijn bakken van vijfhonderd liter. Als die halfvol zijn, worden ze vies: 'Ik zou er zelf ook niet meer uit drinken, en die beestjes ook niet.'

Die dag wil Neven de drinkbak uitspoelen. Maar al van ver ziet hij dat Diamond op haar zij ligt. 'Zelfs toen ik floot, kwam ze niet af. Dat vond ik abnormaal, want mijn paarden zijn helemaal niet schuw.'

Als Guido dichterbij komt, merkt hij dat het dier gewond is. Aan de binnenkant van de rechterknie is een diepe wonde toegebracht - met een bijl, denkt hij. Hij houdt zijn vingers een centimeter of vier, vijf uit elkaar: 'Zó diep erin gehakt. Half door het bot.'

De veearts die erbij geroepen wordt, laat het dier ter plekke inslapen - er is geen andere optie.

Op zoek naar de paardenbeul van Haspengouw (deel 3)

Follon acht het vrijwel uitgesloten dat de dader de dieren mishandelt om hun eigenaars te raken. Natuurlijk maken paardenliefhebbers en veehouders wel eens ruzie: pachtkwesties over gronden en weiden kunnen generaties lang kwaad bloed zetten. Maar veehouders en paardenbezitters hebben te veel respect voor een dierenleven om dit soort sadistische feiten te plegen.

Het is de dader ook niet te doen om het vlees van de dieren. Wilde slachtingen in het veld komen voor: misdaadbendes slachten dieren in de wei of snijden er zelfs alleen de beste stukken uit, zoals de lende en de rug. Maar die bendes viseren vooral koeien. Paardenvlees is niet goedkoop, maar nu ook weer niet zó duur. Bovendien liggen de weiden die de dader uitkiest allemaal naast de openbare weg. Wie op zijn gemak een paard wil uitbenen, doet dat wel op één van de weiden die verscholen liggen in de beemden, ver van de weg, tussen de fruitbomen. De slachtoffers zijn ook zonder uitzondering merries - hengsten en ruinen laat hij met rust. Het motief van de dader is duidelijk seksueel getint.

In de mailbox van de politie van Loon stromen de e-mails inmiddels binnen. Een Belgische vrouw in Frankrijk heeft zelfs een heus profiel van de dader in gedachten: een eenzaat, beweert ze, die vroeger waarschijnlijk al honden en katten heeft toegetakeld.

Andere paardenliefhebbers wijzen op de gelijkenissen in een boek van thrillerauteur en ex-jockey Dick Francis. In 'Gekraakt' ('Come to Grief') belaagt een gek jonge raspaarden: hij hakt de voeten af met een boomschaar. Een telefoontje naar de bibliotheek van Borgloon leert de speurders dat het boek er in de rekken staat. Heeft de dader daar zijn inspiratie vandaan?

Het is maar één van de vele vragen die Follon in zijn blauwe map verzameld heeft. Waarom is de dader blijkbaar van het toneel verdwenen tussen 2009 en 2011? Waarom pleegt hij vrijwel alle feiten in een straal van twee kilometer rond Ulbeek en Zepperen - behalve de vier aanvallen op de stallen van de familie de Sonnaville, die in Sint-Truiden staan? Waarom gebruikte hij in Sint-Truiden een wagen en gaat hij nu te voet of met de fiets? Waarom doet hij wat hij doet? En dan die onheilspellende vraag: waar gaat dit eindigen?

'Deze dader', zegt Benny Reenaers, 'is bezig aan een stijgende lijn. En hij is nog niet aan zijn eindpunt.'

Het volledige artikel leest u in Humo 3692 van dinsdag 7 juni 2011.

Humo 3692 07/06/2011

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 7 juni 2011

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: