De beloftes van Barack: het buitenlandbeleid van Obama doorgelicht

, door (wdo)

5

In 2008 schopte een tot dan toe onbekende senator uit Illinois het tot president van de Verenigde Staten. Codewoord voor zijn campagne was ‘change’: een begrip waar het Amerikaans volk wel pap van lustte na acht jaar woelen in de woestijnen van Irak en Afghanistan. Obama’s verkiezingsbeloften loodsten hem dan ook relatief vlotjes naar de overwinning.

Het gevolg: een dubbele rij hagelwitte tanden die een luidkeels roepende menigte op 4 november 2008 toelachten. 'Yes We Can!' De net verkozen Barack Obama stond in schril contrast met zijn grijze blanke voorgangers. Hij zette de sociale media in tijdens zijn campagne, deinsde niet terug voor een dansje met Ellen DeGeneres en was op de hoogte van de gangbare internetmemes. Onder leiding van de nieuwe, charismatische Commander in Chief leek een ommezwaai naar het progressieve gedachtegoed ingezet.

De nieuwe president kreeg echter vrijwel direct enkele harde noten te kraken. Het faillissement van Lehman Brothers deed het financiële systeem wereldwijd op zijn grondvesten daveren. De Arabische Lente draaide in sommige landen uit op een winter. Zijn Russische tegenhanger snoepte ongestraft een regio van het Westers gezinde Oekraïne af. Een significant deel van het Amerikaanse volk oordeelde dat Obama’s inspanningen om dergelijke problemen in te dijken ontoereikend waren. Hoewel mateloos populair in Europa, daalde zijn krediet binnen eigen landsgrenzen zienderogen.

Het buitenlandbeleid van Obama werd dan ook fel bekritiseerd. Uiteraard vanuit Republikeinse hoek, maar ook in het eigen kamp weerklonk kritiek. Door zijn afwachtende houding werd Obama vaak bestempeld als ‘ruggengraatloos’. Maar is dat wel zo?

'On my first day, I would give the military a new mission: ending this war!' Barack Obama, 2008

De puinhoop die Irak heet

‘On my first day, I would give the military a new mission: ending this war!’ Zo gezegd, zo gedaan. Op 21 januari 2009, Obama’s eerste dag op kantoor, stond er een topoverleg gepland met de militaire leiders van het land. Daar kwam het bevel om de geleidelijke terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Irak op te starten. Het duurde uiteindelijk nog enkele jaren, maar eind december 2011 verlieten de laatste honderden troepen het land. Daarmee kwam een einde aan 9 jaar Amerikaanse bezetting in Irak, waarbij zo’n 4.500 Amerikaanse en meer dan 100.000 Irakezen het leven lieten.

Belofte nagekomen dus. De wereld bleef echter niet stilstaan. In buurland Syrië brak zoals bekend een volksopstand uit. Een groep rebellen, initieel geruggensteund door de Amerikanen, won gestaag aan invloed. Het duurde niet lang vooraleer die invloed ook het noorden van een politiek verdeeld Irak bereikte. De groepering, inmiddels bekend als Islamitische Staat, hield zich niet aan de regeltjes wat betreft mensenrechten, waardoor Obama zich alsnog genoodzaakt voelde om militair in te grijpen. Mede dankzij luchtaanvallen van de Amerikanen lijken de dagen van het kalifaat geteld, maar politieke stabiliteit in de regio is nog veraf.

Via die laatste vaststelling komen we terecht bij enkele andere verkiezingsbeloften die Barack Obama aan het Amerikaanse volk deed. Het onderhouden van diplomatische betrekkingen met Irak en zijn buurlanden bijvoorbeeld, met als doel de stabiliteit in de regio te bewaren. Die pogingen faalden miserabel, hoewel de verantwoordelijkheid daarvoor uiteraard slechts voor een deel bij Obama ligt. Waar de Amerikaanse president wél de volledige verantwoordelijkheid voor draagt, zijn twee aanvullende verkiezingsbeloften met betrekking tot Irakese vluchtelingen: Obama zou namelijk een internationale hulpverlening op poten zetten én die financieel met 2 miljard dollar ondersteunen. Beide beloften werden nooit uitgevoerd.

Concluderend kunnen we kortweg stellen dat het een stinkend zootje is, daar aan de ooit zo majestueuze oevers van de Tigris en Eufraat. Eens de bakermat van beschaving, nu het middelpunt van conflict, geweld en ontbering. Met het vingertje zwaaien richting Barack Obama zou echter onfair zijn. Dat bewaren we namelijk voor zijn voorganger, die onder valse voorwendselen een tweede Golfoorlog ontketende.

Aanmodderen in Afghanistan

Irak is niet de enige beerput die Obama erfde van George W. Bush. Valt in diezelfde categorie: Afghanistan. De Verenigde Staten viel na 11 september 2001 het land binnen met een tweeledig objectief: het opsporen en koudmaken van enemy of the state Osama Bin Laden en diens jongensclubje Al Qaeda en het omverwerpen van de islamistische dictatuur van de taliban. Zowel Al Qaeda als de taliban hielden het al snel voor bekeken en trokken zich terug in de bergen van het grensgebied met Pakistan, met een decennium lange guerrillaoorlog tot gevolg. Ook hier kwamen ruim 2.000 Amerikaanse militairen om.

Anders dan in Irak pleitte Obama voor een tijdelijke vermeerdering van het aantal strijdkrachten in Afghanistan, waar de taliban destijds aan een mini-comeback bezig waren. Twee extra brigades werden beloofd in 2008, en die werden ook gegeven. Een jaar later stuurde Obama nog eens 30.000 extra manschappen naar het land. De bedoeling? Doelstellingen verwezenlijken en vervolgens inpakken en wegwezen. Dat alles moest tegen 2014 afgerond zijn, conform de verkiezingsbelofte van Obama tijdens de verkiezingscampagne voor zijn tweede ambtstermijn.

'Justice has been done!' Barack Obama, 2011

Het succes van de Amerikaanse activiteiten in Afghanistan is net als het objectief tweeledig. Wat betreft Al Qaeda zou je kunnen stellen: het mission accomplished. Osama Bin Laden werd in mei 2011 door enkele Navy SEALs vakkundig naar de Eeuwige Jachtvelden gestuurd. Als organisatie werd Al Qaeda vooral een hak gezet door new kid on the block IS, die sinds 2012 met de meerderheid van de publiciteit, en dus ook rekruteringen en sponsoring, ging lopen. Momenteel is Al Qaeda voornamelijk gereduceerd tot fratsen van enkele regionale afdelingen, zonder bewijs dat die centraal met elkaar in contact staan. Voorbeelden daarvan zijn de militanten in Jemen, Al-Shabaab in Somalië en Al-Nusra in Syrië.

Het verslaan van de taliban bleek echter andere koek. Zij besloten wijselijk om een frontale oorlog te mijden en wachten geduldig tot de westerse troepenmachten, onder leiding van de Amerikanen, het land verlaten. Bij zijn herverkiezing in 2012 beloofde Obama dat dat tegen 2014 gebeurd zou zijn. Dat bleek echter ijdele hoop, gezien de gestaag groeiende invloed van de taliban in grote delen van Afghanistan.

Tot op heden zijn nog 8.400 Amerikaanse troepen gestationeerd in Afghanistan, die instaan voor de training van het Afghaans leger en het assisteren in missies gelinkt aan terrorisme. De fragiliteit van de Afghaanse troepenmacht wordt keer op keer pijnlijk duidelijk. Zo slaagden afgelopen jaar een handvol talibanstrijders erin om de strategisch belangrijke stad Kunduz vrijwel geweldloos in te nemen. Met de hulp van Amerikaanse luchtaanvallen kreeg het regeringsleger de situatie weer onder controle, maar de inname was tekenend voor de precaire veiligheidssituatie. Afgelopen maand herhaalde datzelfde liedje zich, toen de stad opnieuw het doelwit werd van een talibanaanval.

Hoe dan ook lijkt Afghanistan een vogel voor de kat. Dat beseft ook Obama, die zijn verkiezingsbelofte brak en het verblijf van Amerikaanse troepen in het land verlengde tot na zijn ambtstermijn. Clinton of Trump: wie het ook wordt, zal knopen moeten doorhakken. Laten ze de Afghanen hun eigen boontjes doppen met het risico dat het land opnieuw een broeihaard voor terrorisme en andere ongein wordt, of blijven ze hun rol als politie van de wereld vervullen?

Obama en mensenrechten

Dat George W. Bush het niet zo nauw nam met mensenrechten, is algemeen geweten. In gevangenissen onder Amerikaans bewind zoals in Abu Ghraib en Guantanamo Bay werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens louter gebruikt als toiletpapier. Tijdens zijn verkiezingscampagne maakte Barack Obama zich sterk de dubieuze reputatie van de Verenigde Staten wat betreft mensenrechten te verbeteren.

Weg met de militaire gevangenis in Guantanamo Bay, gedaan met folterpraktijken en een terugdraaiing van de beruchte Military Commissions Act, die Bush in het leven riep om de Conventie van Genève met betrekking tot gevangenen handig te omzeilen. Het zijn maar enkele van de beloften die Obama deed aan het Amerikaanse volk, en bij uitbreiding de arme drommels die het slachtoffer werden van het beleid van Obama’s Republikeinse voorganger. Het is echter maar de vraag of de aimabele Hawaiiaan zich aan zijn beloftes hield.

Wat betreft Guantanamo kunnen we kort zijn: neen. Anno 2016 huist de gevangenis nog altijd bijna 100 gedetineerden. Obama wachtte tot begin 2016 met een voorstel tot sluiting, dat prompt naar de prullenbak verwezen werd door het Congres, waar de Republikeinen inmiddels een meerderheid veroverd hadden. Zeker met een verkiezingsjaar in aantocht gaven die laatsten geen duimbreed toe, waardoor de sluiting van Guantanamo Bay voor het einde van Obama’s ambtstermijn een onmogelijke opdracht lijkt.

'Anno 2016 huist de gevangenis nog altijd bijna 100 gedetineerden'

Deels om diezelfde redenen werd ook de Military Commissions Act niet teruggedraaid. Dat betekent onder meer dat gevangenen in Guantanamo nog altijd geen eerlijk proces in een federale rechtbank op het Amerikaanse vasteland krijgen, maar ter plekke door een militair tribunaal behandeld worden. Er was in 2009 al een bevel van Obama om de gevangenen een eerlijk proces te bezorgen in federale rechtbanken, maar dat bevel werd door begrotingsgerelateerde belemmeringen nooit uitgevoerd.

Waar Obama wel in slaagde, is in het stopzetten van folterpraktijken. Kort na zijn aanstelling als president limiteerde hij de ondervragingstechnieken van de CIA. Zij moesten zich vanaf nu houden aan de regels die opgelijst staan in de zogenaamde U.S. Army Field Manual on Interrogation. Met andere woorden: gedaan met waterboarden. Hoewel de activiteiten van de CIA per definitie geheim zijn en we bijgevolg nooit zekerheid zullen hebben, heeft Obama zijn volle presidentiële macht aangewend om de praktijken stop te zetten.

Ook zette Obama tijdens zijn verkiezingscampagne hoog in op een forse verhoging van de ontwikkelingsgelden. Zo plande hij tegen 2012 een verdubbeling van ontwikkelingssteun tot 50 miljard dollar, de oprichting van een Global Education Fund om scholing in ontwikkelingslanden te ondersteunen én de oprichting van een Global Energy Corps om groene energie te stimuleren in diezelfde ontwikkelingslanden.

Mede dankzij dergelijke beloften kreeg Barack Obama in 2009 de Nobelprijs voor de Vrede toegeworpen, al bleef het in bovenstaande gevallen bij louter woorden. Van Education Fund noch Energy Corps is een spoor te vinden, en de ontwikkelingssteun steeg van 2008 tot 2012 met slechts 23 procent. Verdienstelijk, maar ver verwijderd van de initiële beloften. Om het met de woorden van Mieke Vogels te zeggen: veel blabla, weinig boemboem.

Succesvoller was Obama in het doordrukken van zijn principes bij diplomatieke betrekkingen met andere landen. Zo slaagde hij erin om diverse politieke gevangenen terug op vrije voeten te krijgen. De meest prominente naam op die lijst is ongetwijfeld Aung San Suu Kyi, de Myanmarese oppositieleidster die na jaren huisarrest eindelijk mocht gaan en staan waar ze wilde. Ook overtuigde Obama China om hun steun voor regimes in schurkenstaten als Soedan, Iran, en Myanmar al dan niet gedeeltelijk op te zeggen.

Obama liet zich dan weer opmerken in negatieve zin door met geen woord te reppen over een eventuele erkenning van de Armeense genocide, waar Turkije de schuldige van zou zijn. Terwijl hij dat toch uitdrukkelijk beloofd had tijdens zijn verkiezingscampagne. Blijkt dat de diplomatische en economische belangen met Turkije toch belangrijker zijn dan het erkennen van één van de grootste slachtpartijen van de 20ste eeuw.

Het verdict

Het merendeel van de Europeanen vond Obama best een toffe peer, maar een president dient op meer beoordeeld te worden dan aaibaarheidsfactor. Barack beloofde change, en werkte zich ongetwijfeld de ziel uit het lijf om die te bewerkstelligen. Om objectief te beoordelen of dat voldoende was, kunnen we ons enkel beroepen op de harde cijfers. Tijdens zijn verkiezingscampagnes, zowel 2008 en 2012, maakte Barack Obama in totaal 86 verkiezingsbeloftes. Enkelen daarvan hebben we hierboven uitvoerig behandeld, maar het complete plaatje ziet u in onderstaande grafiek. Oordeelt u vooral zelf!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: