Op zoek naar de oorsprong van de 'depressie-epidemie': 'Het probleem is het gevoel van isolement'

© Bram Petraeus

, door (rianne oosterom)

60

In een klein kamertje in de verloederde Amsterdamse Staatsliedenbuurt heeft twintiger Bert van den Bergh een duistere nachtmerrie. We schrijven jaren tachtig, de tijd van Margaret Thatcher, punk en no future. Als hij uit zijn raam kijkt, ziet hij zelfkantigheid en krakers. Een oord van uiterlijke onrust, waarin hij zijn innerlijke rusteloosheid ziet weerspiegeld.

Hij wordt wakker, althans dat denkt hij, want hij droomt nog steeds. Hij voelt dat er iemand in huis is die er niet hoort, angst bekruipt hem, hij wil weg – rennen, rennen, het raam uit desnoods – maar is niet in staat om zich te verroeren, vastgeplakt aan de lakens, weerloos. De dreiging wordt groter. Weer denkt hij dat hij wakker wordt, maar nog steeds droomt hij.

Deze matroesjkadroom van aanzwellende angst en ingebeeld wakker worden, gaat nog even zo door. Tot hij uiteindelijk echt wakker wordt, zwetend, in datzelfde bed, tussen diezelfde lakens. Hij kan zich weer verroeren.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: