Liefde met een looprekje: Humo vroeg advies aan enkele grijze liefdesexperts

, door (ndb)

698
vrij

Vrouwen hebben er de man van hun leven verloren, tussen kamer 220 en 209 ontluikt een nieuwe liefde, en koppels die zestig jaar getrouwd zijn, kunnen er nog steeds geen seconde zonder elkaar. Zelf ben ik de ware liefde nog niet tegengekomen, maar ik vroeg raad aan enkele grijze liefdesexperts. ‘Je moet haar af en toe eens bij haar poepje vastnemen.’

Ik klop op de deur van kamer 301 en René (81) en Maria (79) doen open. Ze zijn nieuw in het woon-zorgcentrum, en ze praten vooral over wat ze niet meer hebben: hun huisje, hun tuintje, hun wagen. Door de hartproblemen van René en het geheugen van Maria was het woon-zorgcentrum de enige optie.  René pinkt enkele keren een traantje weg, waarop Maria hem sust: ‘We hebben elkaar en we leven nog, is dat niet het belangrijkste?’ Als ik pols naar het geheugen van Maria, zegt de fiere dame daar helemaal geen probleem mee te hebben. René kijkt mijn richting uit en geeft me de pijnlijkste knipoog die ik ooit kreeg. Hij weet dat haar geheugen soms mistiger wordt, maar krijgt het niet over zijn lippen.

Maria’s been doet pijn. René heeft een week geleden per ongeluk met een stoel tegen haar scheenbeen gestoten. Vol schuldgevoel verzorgt hij haar. Als ze me vertelt dat een kindje met een hamer op haar been heeft geslagen, geeft René me weer diezelfde knipoog. In hun kamer mag dan wel een sluier van verdriet hangen, toch wordt die verzacht door hun liefde voor elkaar. ‘Ik zie haar nog even graag als in het begin, zij is alles voor me.’ Maria kijkt hem aan en knikt.

Verliefd als tieners

In het rusthuis is het een drukte van belang. Er is veel volk op de gang. Er wordt gepoetst, er worden mensen gewassen en er wordt met soep gezeuld.  In die gezellige drukte ontmoet ik Mariette in de cafetaria. We zijn nog maar een minuut aan het babbelen of er kan al een mopje af. Op de vraag of ik haar mag interviewen, antwoordt ze: ‘Verdorie, ik moet straks nog gaan turnen en gaan kaarten. Nu nog een interview? Het zal heel wat rustiger zijn als ik eindelijk met pensioen ga.’ Mariette is 88 en het zonnetje van de eerste verdieping. Ze kwam negen jaar geleden samen met haar man hier wonen, maar hij is vijf jaar geleden overleden.

Haar muur hangt vol met foto’s van haar grote liefde. Ze babbelt als een tiener over hoe verliefd ze op hem is geweest. ‘Ik en een vriendin gingen dansen in de Blauwe Zaal. Dat was een danscafé in het naburige dorp. Nadat een mooie jongen me enkele keren ten dans had gevraagd, wilde hij me ook naar huis brengen. Het was een heel eind stappen, maar hij had het ervoor over. Hij vroeg me of ik de week erna ook wilde gaan dansen, maar ik zei vlakaf nee. Ik moest op bezoek bij familie. Hij was niet tevreden en zei: ‘Ben ik daarvoor zo lang met jou meegestapt?’ Ik gaf hem een zoen en hij vertrok naar huis. Twee weken later wilde ik weer gaan dansen. Ja, ik kon gewoon in mijn eigen dorp gaan, maar besliste om toch weer naar de Blauwe Zaal te gaan. Ik was verliefd.’

Met diezelfde jongen is Mariette zestig jaar getrouwd geweest. Ik vraag haar of ze naar ‘Hotel Römantiek’ heeft gekeken. ‘Absoluut, wat een leuk programma!’ Of het iets voor haar zou zijn? Dat niet. ‘Ik heb mijn grote liefde al gehad. Voor mij is er maar één iemand in het leven en dat was mijn venteke. Mijn man mag altijd terugkomen, maar iemand anders hoeft echt niet.’

Fonkeloogjes

Een verdieping hoger wonen Jaak (86) en Jeanine (80). Hun familie besloot na een kwalijke val dat het beter zou zijn als ze in Ter Durme zouden gaan wonen. Met drie dagen verschil kwamen ze op dezelfde gang terecht. Na enkele dagen vielen ze beiden nog een tweede keer, maar dan voor elkaar. ‘Ik zat bij hem aan tafel en dacht direct: wat een toffe man.’ Jeanine babbelt vol lof over Jaak. Hij zegt niet veel, maar tijdens het gesprek laat hij haar hand niet los.

Jeanine is soms jaloers als Jaak naar een andere vrouw kijkt. ‘Ik zie hem graag en ik wil hem niet kwijt.’ Haar oogjes fonkelen. Jaak laat vooral Jeanine spreken, maar hij zegt plots: ‘Soms wil ze het misschien niet geloven, maar ik zie haar ook echt graag.’

Mijn volgende stop is bij de kamers 405 en 406, de stekjes van vrolijke levensgenieters Freddy (80) en Annie (78). ‘Ik heb haar leren kennen in de fabriek waar we werkten. Ik zag haar en wist meteen: dat is de juiste voor mij. Op een bepaald moment heb ik, toen de bazen niet aan het kijken waren, haar bij haar poepje gepakt en dat doe ik nog steeds.’ Freddy is duidelijk nog heel verliefd op zijn vrouw. Annie kwam iets vroeger in het woon-zorgcentrum terecht. Voor Freddy was er niet meteen plaats. Hij kwam haar elke dag bezoeken, maar toch miste Annie haar man enorm. ‘Ik wilde echt samen slapen. Na zestig jaar lag ik plots alleen in bed. Dat gaat toch niet, meneer?’

Ik vraag Freddy om enkele tips over hoe je het hart van een meisje verovert. ‘Eerst en vooral, ga genoeg naar de cinema. Daar ziet niemand wat je doet, hè. Daarnaast moet je regelmatig gaan dansen. Ik doe dat hier in het rusthuis ook en ik pak haar dan goed vast!’ lacht Freddy. Hij koopt nog steeds geregeld cadeautjes voor haar en vertelt voortdurend hoeveel hij om haar geeft. ‘Ik zou nooit van haar willen scheiden, nee! Ik zie haar daarvoor veel te graag.’

Verliefd zijn is zoals alles terugvinden wat je ooit verloren hebt. Ik zoek m’n weg naar buiten en mijmer over wat ik heb geleerd van de liefdesexperts op jaren. Als ik ooit maar half zo verliefd zal worden als die grijze tortelduifjes, mag ik me heel gelukkig prijzen. Love is all, love is old.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: