Marathonmensen: waarom kunnen we zo goed hardlopen (en hebben we er nog lol in ook)?

, door (dennis rijnvis)

7

Ongeveer drieduizend mensen beginnen dit weekend vrijwillig aan een lijdensweg van ruim 42 kilometer in Antwerpen. Als het startschot van de marathon klinkt, zullen ze vol enthousiasme Linkeroever op rennen, ook al weten de meesten heel goed dat ze strompelend de eindstreep zullen halen en dagen nodig zullen hebben om te herstellen. Een beloning krijgen de deelnemers niet, behalve een medaille die ze na zondag waarschijnlijk nooit meer zullen dragen. Sterker nog: de overgrote meerderheid betaalt geld voor een startplek, 70 euro.

Als je door een biologische bril kijkt, is de marathon een vreemd fenomeen. In het dierenrijk vind je geen enkele andere soort die zomaar lange afstanden rent. Zeker, wilde paarden draven op sommige dagen 55 kilometer, bleek in 2010 uit een studie in Australië, maar alleen als ze dichterbij geen drinkwater kunnen vinden. En ja, wilde honden rennen soms 20 of 30 kilometer aan één stuk, maar uitsluitend als ze een hert of een andere malse prooi opjagen. Kamelen kunnen zelfs afstanden overbruggen van 80 tot 100 kilometer in de woestijn, maar dan moeten ze wel worden gedwongen door menselijke berijders. In het wild waggelen de dieren hooguit 5 tot 6 kilometer per dag door het zand.

De mens is hierin waarschijnlijk niet voor niets een buitenbeentje. Steeds meer wetenschappers vermoeden dat onze diepgewortelde voorliefde voor langeafstandslopen te maken heeft met onze ontstaansgeschiedenis. Nieuwe studies suggereren dat ons vermogen om marathons te lopen de reden is dat we andere mensachtigen, zoals de neanderthaler hebben overleefd. Hoe belangrijk was hardlopen precies voor onze evolutie? En hoe kan het dat we er zo veel plezier aan beleven?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: