Wat nietsdoen met je doet: getuigenis na 1 jaar mediteren

© Getty

, door (eva keustermans)

28

De stoelen staan in een grote kring tegen de muren van het kleine zaaltje. Er zijn er maar een paar leeg gebleven. Ik ken hier haast niemand, zelfs niet van ziens, en net als de meesten ben ik alleen gekomen. Onder mijn stoel staat een beker thee koud te worden. Ik wissel met niemand een woord. Ook de anderen zwijgen, onze ogen zijn gesloten. Het enige wat we horen, is het lawaai buiten: een ambulance, een vrolijk babbelende studente op een rammelende fiets, de laatste benen van de avondspits. De gedempte soundtrack van de stad maakt dat onze kleine stilte iets rebels heeft. Als een luchtbel in een blok beton.

We mediteren. Met bijna dertig samen. In groep gaat het net iets beter dan thuis, in je eentje, daarom zijn er zo veel mensen die één keer per maand dat halfuurtje reserveren in hun agenda. Voor de wafeltjes en de babbel achteraf bedank ik vriendelijk; met net iets meer bounce onder mijn sneakers stap ik weer de drukte in.

Precies een jaar geleden leerde ik mediteren. Ik zag er een uitweg in voor een redelijk lastige situatie die in mijn hoofd muurvast zat: ik wilde fulltime werken en óók een fijne, aanwezige moeder, vriendin en collega kunnen zijn. Ik holde mezelf voorbij maar wilde weinig tot niks lossen, kroop ’s avonds vaak als een zombie in mijn bed, bijna klappertandend van vermoeidheid.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: