Asbest: de stille killer

, door (ab)

6
asbest

Oost west, asbest (1): de stille killer van Kapelle-op-den-Bos

'Onze familiegeschiedenis is onlosmakelijk verbonden met de Eternitfabriek in Kapelle-op-den-Bos, waar asbestcement geproduceerd werd,' zegt Eric Jonckheere (53).

''Asbest bracht brood op de plank, maar de dood in huis''

'Mijn grootvader werkte er, mijn vader werkte er, we woonden met ons gezin - vijf broers! - in een huis van Eternit, vlak bij de fabriek. In 1986 stierf mijn vader op 59-jarige leeftijd aan mesothelioom, beter bekend als asbestkanker. Dertien jaar later overleed mijn moeder aan dezelfde ziekte, hoewel ze nooit in de fabriek had gewerkt.

Mijn broers Pierre-Paul (43) en Stephane (42), die de asbestfabriek alleen als kind hadden gekend, stierven onlangs aan dezelfde ziekte. We zijn nu nog met drie broers over. Als we naar elkaar kijken, vragen we ons af: wie is de volgende?'

Met arendsogen volgen de broers Jonckheere het grote asbestproces in Turijn, dat vorig jaar begon en over twee weken, op 14 juni, wordt hervat. Duizenden Italiaanse asbestslachtoffers en hun nabestaanden hebben het management van Eternit voor de rechtbank gedaagd.

Op de beklaagdenbank zitten de Belgische baron Jean-Louis Cartier de Marchienne (88) en de Zwitserse miljardair Stéphane Schmidheiny (62), die het bedrijf leidden in de jaren 60 en 70. Zij staan terecht voor het aanrichten van wat sommigen omschrijven als 'een economische genocide'.

Jaarlijks sterven wereldwijd minstens 110.000 mensen aan mesothelioom, een ongeneeslijke en agressieve kanker aan het longvlies, die door asbest en alléén door asbest wordt veroorzaakt. Dat cijfer slaat enkel op de slachtoffers die met asbest gewerkt hebben en het dus gekregen hebben als beroepsziekte: in werkelijkheid zijn er veel meer. In West-Europa alleen al zullen er tussen 1995 en 2018 een kwart miljoen mensen gestorven zijn aan mesothelioom.

In België, in de jaren 70 wereldwijd koploper in het asbestverbruik per inwoner, telde het Fonds voor Beroepsziekten de voorbije twintig jaar 10.000 doden, opnieuw alléén mensen die met het spul gewerkt hebben. Ook bij ons is er een onbekend aantal omgevingsslachtoffers die asbestvezels hebben ingeademd: omdat ze in de buurt van een asbestfabriek woonden, omdat ze een kippenhok met een golfplaatdak van eternit in de tuin hadden, omdat ze als kind met hun fietsje reden op een oprit van asbestgrind dat gratis door de fabriek aan hun ouders was uitgedeeld. Mesothelioom breekt pas twintig tot dertig jaar na het inademen van de asbestvezels uit: de piek moet dus nog komen.

Al van na de Eerste Wereldoorlog bleek uit studies dat asbest een gevaar voor de volksgezondheid is. In de jaren 60 werd onomstotelijk bewezen dat het allerlei dodelijke longaandoeningen veroorzaakt, waaronder asbestose, mesothelioom en longkanker. Toch bleven asbestfabrikanten wereldwijd - en dus niet alleen Eternit - lustig verder werken met het dodelijke mineraal. Nergens werden beschermende maatregelen genomen tegen de schadelijke stof.

In Nederland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Italië en elders in de wereld hebben slachtoffers en hun nabestaanden al verschillende processen aangespannen - én gewonnen - tegen asbestproducenten. In België loopt er welgeteld één (burgerrechtelijk) proces tegen Eternit, de belangrijkste producent van asbestcement in ons land: dat van de familie Jonckheere, waar asbest tot nu toe vier dodelijke slachtoffers in één gezin maakte. 'Dat is niet toevallig,' zegt Eric Jonckheere, de oudste van de vijf broers. 'België is het hart van de asbestlobby.'


 

Asbest: Paradijs

Het verhaal van de Jonckheeres begon nochtans als een sprookje. In het landelijke Kapelle-op-den-Bos, tussen Brussel en Antwerpen, ging eerst grootvader Paul Jonckheere en na hem ook zijn zoon Pierre Jonckheere als ingenieurs voor Eternit werken. Pierre Jonckheere trouwde in 1956 met de mooie Françoise Van Noorbeeck. Ze kregen vijf flinke zoons: Eric, Pierre-Paul, Xavier, Stephane en Benoît.

Eric Jonckheere «Ik heb een paradijselijke kindertijd gehad. We woonden in een witte hoeve met een rood dak in de Bormstraat, een doodlopend kasseibaantje dat uitkomt aan het kanaal van Willebroek, dicht bij de ingang van de buizenfabriek van Eternit. De huizen in onze straat waren allemaal eigendom van Eternit, want in die tijd waren de ingenieurs verplicht om vlak bij de fabriek te wonen.

»In de straat woonden enorm veel kinderen, en met die vrolijke bende gingen we ravotten op het zogenaamde 'stort' van Eternit, achter onze tuin. Daar werden alle onbruikbare asbestplaten en buizen gedumpt, en er lagen tonnen asbestpuin waarop gras was gezaaid. De buizen hadden soms een doorsnede van twee meter: we hielden er races in met onze fiets en speelden er verstoppertje. In het huis van elke familie hing een klok die een ander deuntje speelde: daarmee riepen onze moeders ons naar huis voor het eten, het huiswerk of het bad.

»Het was een idyllische plek, de Bormstraat. Ik zal mijn kindertijd altijd associëren met de geur van asbestcement: een zachte koude betongeur, niet prikkelend, bijna aangenaam.»

 'Ik herinner me dat stort nog goed,' vertelt Sonja De Wit (44), begrafenisondernemer in Kapelle-op-den-Bos. Ook haar vader, François De Wit, stierf eind maart aan mesothelioom; hij was 65.

Sonja De Wit «Wij gingen er vroeger met de chiro spelen. In de Kersdonkwijk waren er verschillende storten van Eternit: die waren voor alle kinderen van Kapelle en Tisselt favoriete speelterreinen. Op één van die storten heeft Eternit later nog een sporthal gebouwd.»

De piek van de asbestconsumptie in België viel in de jaren 70. Na de brand in de Brusselse Innovation in 1967 (323 doden, 150 gewonden) gold de vuurbestendige vezel als wondermiddel om gebouwen brandveilig te maken. Plots werd asbest voor alles gebruikt: voor rioolbuizen en drinkwaterleidingen, schoolborden, autoremschijven, in treinwagons, in scholen, kazernes en openbare gebouwen... Wit asbest werd zelfs in de detailhandel verkocht als decoratie voor kerstbomen - het leek perfect op sneeuwvlokken.

De mensen van Kapelle-op-den-Bos en buurdorp Tisselt, een deelgemeente van Willebroek, aten uit de handen van de twee grote Eternitfabrieken (één voor buizen en één voor platen) aan het kanaal van Willebroek. Heel wat mannen uit de streek werkten er. Studenten deden er vakantiewerk.

Bijna iedereen in het dorp had wel een link met Eternit. De bedrijfsarts, dokter Jacques Lepoutre, was tevens de huisdokter van veel gezinnen in Kapelle. Burgemeester Symons, de voorganger van de huidige burgemeester Leo Peeters, deed met zijn transportbedrijf jarenlang het vervoer voor Eternit.

Sonja De Wit «De werknemers kregen gratis eternieten platen mee naar huis, en die gebruikten ze voor alles: om de muren van hun huis te bekleden, om duivenkoten en tuinhuisjes mee te bouwen, om bloembakken en schuttingen in elkaar te zetten... In hoeveel huizen in Kapelle zijn de traphal en de trapleuning niet bezet met eternieten platen? Die waren donkerbruin geschilderd, met een bloemetje aan de boord. Echt mooi was dat niet, maar ja, het was gratis, en het was overal te vinden.»

Eric Jonckheere «Mensen legden hun oprit aan met asbestgrind dat ze cadeau kregen bij de fabriek - die moest toch van zijn afval af. Ze strooiden het in hun tuin, op parkings, tussen de graven op het kerkhof. Veel wandel- en fietspaadjes in de omgeving waren gemaakt van asbestafval.»

De Wit «Als een jong koppeltje een ouder huis kocht - zoals mijn man en ik - dan zat het dikwijls vol asbestplaten. Wat doe je dan? Je breekt het af en gooit het allemaal op een hoop, terwijl het stof in het rond vliegt, zonder er verder bij na te denken. Ik denk dat in Kapelle echt ie-de-reen destijds in contact is gekomen met asbest.»


HUMO En dat iedereen dus het risico loopt om ziek te worden?

De Wit «Helaas.»

Jonckheere «Heel het dorpsleven was afgestemd op het ritme van de twee fabrieken. De sirene die het begin en het einde van de shifts aankondigde, drong door tot in onze woonkamers en overstemde de kerkklokken. Zelfs de treinuren waren afgestemd op de ploegendiensten bij Eternit.

»Moeders gingen met hun kleuters aan het kanaal kijken naar het lossen van de boten, die het asbest in grote jutezakken aanvoerden. Dat vonden we als kleine jongens geweldig. Frank, de kraanman, was mijn vriend. Het lossen maakte enorme stofwolken, want de grijpkranen boorden gaten in de zakken. Dat stof waaide over naar de tuinen van de omwonenden. Ik herinner me dat de groenten in onze tuin altijd onder een dun wit laagje zaten.

»Op zaterdagen ging ik soms met mijn vader mee naar de fabriek, als hij zijn inspectieronde moest doen. Dan was ik apetrots. Als ik op school de klassieke spreekbeurt over het beroep van mijn vader moesten houden, nam ik zelfs een kleine hoeveelheid asbestvezels mee, zodat mijn klasgenootjes het door hun handen konden laten gaan. Eternit was als een vader voor het dorp.»

Killer dust

Terwijl de kinderen van Kapelle en Tisselt verstoppertje speelden in eternitbuizen en de volwassenen hun huizen en tuinen volstouwden met asbestafval, verschenen overal ter wereld alarmerende studies over asbest. Dat het asbestose kon verwekken, was al bewezen in de vroege jaren 20.

In de jaren 50 werd het verband tussen longkanker en mesothelioom (longvlieskanker) en de blootstelling aan asbest gelegd; in het begin van de jaren 60 was het definitief bewezen. Vanaf 1965 begon zelfs de gewone pers asbest te bestempelen als killer dust.

De Europese Gemeenschap waarschuwde al in 1966 in een rapport voor de risico's van asbest, onder meer op kanker. In het rapport staat ook het uitdrukkelijke verzoek om de inhoud zo ruim mogelijk te verspreiden bij overheidsdiensten, bedrijven, beroepsorganisaties en bedrijfsartsen.

Eén van de auteurs was dokter Karel Vuylsteek, een Belgische professor die aan de Gentse universiteit doceerde. In 1966 verscheen er een studie van dokter Irving Selikoff, waaruit bleek dat één enkele asbestvezel volstond om een mesothelioom te ontwikkelen.

Eternit deed de onheilspellende studies af als 'onbetekenend', 'vaag' of 'onzorgvuldig'. Ze stuurden dokter Lepoutre, de bedrijfsarts van Kapelle, naar internationale wetenschappelijke congressen om de ongerustheid te sussen en de belangen van de asbestindustrie te verdedigen. In Kapelle zelf zei directeur-generaal Etienne Vander Rest van Eternit dat het gevaar 'praktisch nul' was.

En dus bleven de arbeiders 's middags hun boterhammen opeten tussen het asbest. Er werden sneeuwballengevechten gehouden met het plakkerige goedje. Buizen en platen werden gezaagd en gelast in silo's waar het stof zo hard opdwarrelde dat de werknemers elkaar soms niet meer zagen staan. Al het werk gebeurde zonder stofmasker en zonder beschermingskledij.

De vakbonden roerden zich niet; ze wilden het risico niet lopen dat Eternit uit het dorp zou vertrekken, want dan zouden bijna 3.000 arbeidsplaatsen verloren gaan.
Eric Jonckheere «Wij zijn voor het eerst gaan twijfelen in de jaren 70, toen journaliste Marianne Mengeot de eerste alarmerende uitzendingen over asbest maakte voor de RTBf. Vooral mijn moeder maakte zich zorgen. 'Je bent toch zeker dat het allemaal veilig is, Pierre?'

»Maar mijn vader vertrouwde de directie van Eternit, die hij bijna als familie beschouwde, en die zei dat er geen gevaar was. 'Als het echt gevaarlijk was, zouden ze het me wel zeggen,' zei hij tegen mijn moeder. 'Waarom zouden ze liegen?

»In de uitzending werd ook Etienne Vander Rest geïnterviewd, die zei dat asbest en cement 'het perfecte huwelijk' vormden, en dat asbest verbieden 'ons zou terugbrengen naar het stenen tijdperk.' Tja, je kan mijn vader verwijten dat hij Eternit geloofde en dat hij er gebleven is. Ik weet niet wat er allemaal door zijn hoofd ging. Hij was geen grote prater.»


HUMOJe vader was ingenieur en maakte dus deel uit van het kaderpersoneel. Heb je je nooit afgevraagd of hij toch niet op de hoogte was van de gevaren?

Jonckheere «Natuurlijk. Ik weet dat hij er zijn bazen dikwijls over aansprak. Op een keer stond hij bij Vander Rest, die plots met zijn vlakke hand over een tafel wreef die vol asbeststof lag en het vervolgens helemaal aflikte. 'Zie je Pierre, als asbest echt een gevaar voor de gezondheid was, denk je dan dat ik het zomaar zou opeten?' Wat moet je dan denken?

»In de jaren 80 kon Eternit het gevaar niet meer ontkennen, maar ze bleven het minimaliseren. Het gevaar was onder controle, zeiden ze. En dat je al echt héél veel stof moest inademen om er ziek van te worden - totaal fout natuurlijk, één vezel is al genoeg. Ze hadden het ook nooit over de blootstelling van de mensen uit de omgeving van de fabriek.

»'We respecteren de wet, en dus is alles in orde,' zei de directie. Maar dat was het 'm nu net: de Belgische asbestwetgeving liep hopeloos achter op andere landen - door de invloed van de asbestlobby. In Denemarken bijvoorbeeld werd asbest al in 1986 bij wet verboden. In Italië in 1992. In België in 1998, rijkelijk laat.»

HUMO Je vader werd ziek in 1986, net nadat hij met vervroegd pensioen was gegaan.

Jonckheere «Hij was pas 58, en helemaal niet blij dat hij al zo vroeg met pensioen werd gestuurd. Het was een emotionele schok, en ik geloof dat veel kankers die in ons sluimeren wakker worden door zo'n emotionele schok.

»Een jaar later, op 13 juni 1987, was hij dood. Mesothelioom slaat snel en genadeloos toe. Slachtoffers hebben meestal nog maar een paar maanden, maximum een jaar te leven.»

HUMO Wat zijn de eerste symptomen?

Jonckheere «Een discreet kuchje. Zo begint het altijd. Een zachte, maar hardnekkige hoest. Je let er niet op, want iedereen hoest wel eens. En mijn vader zelf wuifde alle ongerustheid weg. Maar het wordt erger en erger. Er komt pijn bij in de borststreek en op de rug, ter hoogte van de longen. En dan ga je naar de dokter voor een check-up...

»In het geval van mijn vader was dat dokter Lepoutre, onze huisdokter. En raad eens? Volgens hem was mijn vader kerngezond. Met wat antibiotica zou de hoest wel weggaan. Dat was dezelfde dokter Lepoutre die als bedrijfsarts van Eternit alle wetenschappelijke congressen over asbest afreisde, en in een televisie-interview zei dat hij in zijn hele carrière nog geen enkel mesothelioom bij een werknemer van Eternit had ontdekt.

»De diagnose viel uiteindelijk toen mijn vader zich in een ziekenhuis liet onderzoeken. Het was een zware klap, ook voor mijn moeder. Ze hadden dus tóch gelogen. Eternit had dan nog het lef om voor de begrafenis van mijn vader een hypocriete brief met condoleances te sturen.»
 

Tjokvol asbest

Dertien jaren gingen voorbij. De vijf broers Jonckheere groeiden op, trouwden en zwermden uit. In de Bormstraat sloeg mesothelioom een tweede keer toe, aan de overkant van de straat bij de familie Franssen, de beste vrienden van de Jonckheeres.

Vader Jacques Franssen, die ook als ingenieur bij Eternit had gewerkt, werd ziek en stierf. Zijn zoon Patrick, die als kind fietswedstrijden hield met zijn boezemvriend Eric Jonckheere in de buizen op het Eternitstort, zou eind 2010 aan dezelfde ziekte sterven.

HUMO En in 1999 werd je moeder ziek.

Eric Jonckheere «Ze was met een vriendin op reis in Jeruzalem, op bedevaart naar de Olijfberg - ze was erg gelovig. Ze kreeg pijn op de borst, was kortademig, het werd een helletocht, enfin: ze moest vroegtijdig terugkeren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik in het begin totaal niet dacht aan mesothelioom. Per slot van rekening had mijn moeder nooit in de fabriek gewerkt: ze was bejaardenhelpster.

»Maar op een avond tussen Kerstmis en Nieuwjaar kregen we dan toch het verdict van het ziekenhuis. Pierre-Paul raapte al zijn moed bij elkaar om het mijn moeder te vertellen in de auto, toen hij haar naar een revalidatiecentrum bracht. 'Weet je mama, je hebt dezelfde ziekte als papa.'

»Mijn moeder maakte zich vooral zorgen om ons, de vijf kinderen. 'Ik heb de kleren van mijn man gewassen, ik heb hem door zijn haren gestreeld en hem gekust. Misschien heb ik daardoor asbest binnengekregen. Maar hoe zit het met onze jongens?' We hebben ons toen alle vijf laten onderzoeken.

»Bleek dat we alle vijf tjokvol asbest zaten. Dat was dubbel slikken. We waren niet verrast door het feit dát er asbest in ons lijf zat, maar wel door de hoeveelheden: evenveel als een arbeider die heel zijn leven bij Eternit had gewerkt.

»Mijn moeder vroeg en kreeg een onderhoud bij de nieuwe CEO, meneer Hoste. Ze was woedend en gedegouteerd. Hoe kon het, meneer Hoste, dat een 'wondermiddel' dat in 'de meest optimale veiligheidsomstandigheden' werd gebruikt één familie zo hard en diep kon treffen? Wat was er nu van al die geruststellende praatjes van de directie die de gemoederen jarenlang gesust hadden?

»Eternit was in de jaren 90 begonnen met een discrete schadevergoedingspolitiek: ex-werknemers die getroffen werden door mesothelioom, kregen een enveloppe van 42.000 euro toegeschoven. De directie bood zo'n enveloppe ook aan mijn moeder aan, 'hoewel ze niet als een beroepsslachtoffer kon worden beschouwd'. Ze heeft het geld geweigerd. Ze wilde absoluut vermijden dat onze zwijgplicht werd afgekocht.

»In de plaats daarvan begon ze een proces tegen de multinational. Het werd ingeleid op 19 mei 2000 bij de rechtbank van eerste aanleg in Brussel. Het eerste proces in België van een 'omgevingsslachtoffer' tegen Eternit. Het eerste proces tout court. Het loopt nu al elf jaar, de uitspraak wordt verwacht op 24 oktober 2011. Ik heb mijn moeder op haar sterfbed beloofd dat ik het proces tot het einde zou voeren. Ze was blij.

»In het voorjaar van 2000 heeft mijn moeder de Abeva opgericht, de vereniging van asbestslachtoffers in België. En ze heeft getuigd op tv, ze wilde dat de wereld het wist.

»En toen ze dat allemaal gedaan had, heeft ze de hele familie bij zich geroepen om afscheid te nemen. Aan haar kleinkinderen legde ze uit waarvoor de zuurstofbuisjes in haar neus dienden en wat er met haar zou gebeuren - het woord 'dood' nam ze niet in de mond.
    »Mesothelioom is een kanker van het longslijmvlies, dat tussen de rib en de longen zit - een zak die de longen verpakt, zo je wil. Door de kanker begint dat longvlies te verharden, zodat ademen steeds moeilijker wordt, tot het longvlies een sarcofaag rond de longen vormt. Het slachtoffer sterft langzaam de verstikkingsdood.

»Op het eind moest mijn moeder immense inspanningen doen om nog te kunnen ademen. Dan had ik zin om een paar raketten met TNT af te vuren op de kantoren van de Eternitbazen.

»Mijn moeder is gestorven op 4 juli 2000. Ze was 67.»

De volgende!

Het volgende slachtoffer in de familie kondigde zich een goed jaar later al aan.

Eric Jonckheere «Het was Pierre-Paul, de broer met wie ik maar dertien maanden scheelde en met wie ik als kind het meest was opgetrokken. We waren totaal verschillend: ik heel uitbundig, hij introvert. We zaten met de familie bij mijn broer Xavier om het einde van 2001 te vieren - nu ja, vieren. Toen de kinderen boven waren gaan spelen, schraapte Pierre-Paul zijn keel en zei: 'Luister eens jongens, ik ben de volgende...'

»Ik voel mezelf nu nog altijd verstijven als ik denk hoe hij in tranen uitbarstte en ons vertelde dat de kanker zijn longvlies had bereikt. Hij vroeg onze steun en onze affectie, dat zou hij hard nodig hebben, ook voor de drie kinderen en zijn vrouw die hij zou achterlaten. De verbijstering in de kamer was bijna voelbaar. Het lot had dus Pierre-Paul gekozen.

»Hij had het meest asbest in zijn lijf van ons vijven - meer dan mijn moeder, bijna evenveel als mijn vader - maar het kwam toch onverwacht, omdat hij de meest sportieve van ons allen was, een fervent zeiler. De schaal met oesters is die avond onaangeroerd gebleven.

»Pierre-Paul heeft zich tot het laatste moment vastgeklampt aan het leven. Hij heeft zich in Parijs laten behandelen met een nieuwe techniek, waarbij zijn bloed werd vervangen door nieuw bloed dat de kankercellen zou aanvallen. Dat leek eerst te helpen, maar daarna toch weer niet. Mesothelioom is ongeneesbaar. Zijn ontgoocheling was enorm.

»'Vind je niet dat 43 jaar veel te jong is om te sterven?' vroeg hij me op een avond, bitter. Zijn laatste levenskrachten heeft hij besteed aan het timmeren en renoveren van zijn huis, zodat het klaar zou zijn voor zijn vrouw en de kinderen als hij zou vertrekken op zijn grote reis.
    »Kerstmis 2002 was opnieuw een feest in mineur. Het eten smaakte niet, het gelach klonk vals. Pierre-Paul was intussen broodmager. Hij verborg zijn kale hoofd - door de bestralingen - onder een grote rode pet. Begin mei ging hij naar het ziekenhuis voor een routineonderzoek. Hij is er niet meer buiten gekomen, hij was al te fel verzwakt.

»Pierre-Paul stierf op 13 mei 2003. Op de begrafenis zagen mijn broers en ik vele oude bekenden terug van de vrolijke bende uit de Bormstraat. Samen hebben we toen herinneringen opgehaald aan toen. Tot één van de aanwezigen zich ontglippen: 'Wedden dat ik de volgende ben?'»

HUMO Dat was Stephane, de vierde broer in de rij.

Jonckheere «Hij kreeg gelijk, helaas. Het nieuws kwam in januari 2007. Hij wist dat hij van ons vieren het meeste asbest in zijn lijf had, en hij piekerde veel. Ik ben ervan overtuigd dat dat de ziekte versnelt. Stephane was psycholoog, hij stelde zich allerlei vragen maar vond geen antwoorden. Ik wilde hem soms door elkaar schudden: 'Stop met je vragen te stellen, leef je leven!'

»Ook hij heeft geprobeerd om te genezen, met homeopathie en een behandeling door de pneumologen van de universiteit van Leuven, die gespecialiseerd waren in de materie. Eén van de dokters heeft hem nog toevertrouwd dat het aantal asbestslachtoffers dat hulp kwam zoeken op twee jaar tijd geëxplodeerd was: van één geval per maand naar drie per week.

»Stephane liet zich opereren; er werd een long weggenomen. Verder leven met één long was moeilijk, maar het ging. Hij revalideerde thuis, waar hij nog zoveel mogelijk in zijn tuin probeerde te werken. Voor zijn revalidatie moest hij oefeningen doen in het zwembad. 'Met die éne long lukt het me nauwelijks om boven water te blijven,' zuchtte hij op een keer.

»'Probeer die verloren long dan te compenseren met wat meer vet,' antwoordde ik al lachend, want hij vermagerde zienderogen. Daarna heeft hij me nog één keer opgebeld om te zeggen dat hij een sprint had gewonnen tegen zijn zoontje van acht...

»Een paar maanden later zat ik naast zijn bed in het ziekenhuis, omringd door buisjes, infusen en computerschermen. Hij was plots snel afgetakeld en werd in een kunstmatig coma gehouden, zodat hij genoeg zuurstof toegediend kon krijgen. We konden niet met elkaar communiceren, dus ik hield een lange monoloog over mijn laatste vlucht naar Brazilië.

»Intussen masseerde ik zacht zijn armen en benen. Toen ik aanstalten maakte om te vertrekken, voelde ik dat mijn vinger ergens achter bleef haken. Verrast draaide ik me om: vanuit zijn diepe, chemische slaap probeerde Stephane me tegen te houden met een licht, bijna onmerkbaar gebaar. Alsof hij wilde zeggen: 'Blijf nog wat.' Prompt ging ik weer zitten en begon ik zijn slapen te masseren. De tranen stroomden over mijn wangen.

»De laatste dag van het jaar 2008 maakte Stephane zijn laatste reis: van het ziekenhuis in Leuven naar een instituut voor palliatieve zorg in Waver. Hij had gevraagd of ze een kleine omweg wilden maken langs zijn woonplaats. Nog een laatste keer langs de school van zijn kinderen. Nog een laatste keer langs zijn huis. De ambulanciers zetten de deuren open, zodat hij zijn geliefde tuin - bedekt onder een sneeuwtapijt - nog eens goed in zich kon opnemen. Hij stierf elf dagen later. Hij was 43 jaar.»
 

Kop houden

Jonckheere «Tijdens de ziekte van Stephane ben ik ermee begonnen onze familiesaga op te schrijven. In de eerste plaats voor mijn kinderen: ik wilde een spoor voor hen laten, vóór ik misschien zelf op het kerkhof beland. Mijn dochter had het heel moeilijk gehad toen ze haar oom zo zag aftakelen.

»Eerst was ze haar grootmoeder verloren. Dan een oom. Dan nog een oom. 'Ben jij de volgende?' vroeg ze me. Wat moet ik haar zeggen? Dat ik het zal zijn? Of Benoît? Of Xavier? En hún kinderen stellen zich net dezelfde vragen.» 

HUMO Elke dag kan slecht nieuws brengen, voor elk van jullie drieën. Hoe leven jullie daarmee?

Jonckheere «We praten er niet met elkaar over. We hebben alledrie een ander karakter, en we proberen alle drie op onze eigen manier te leven met dat zwaard van Damocles boven ons hoofd. We weten niet bij wie het zal vallen, óf het zal vallen. We weten alleen dat het daar hangt.

»Voorlopig probeer ik met de kanker te leven als goeie buren: we laten elkaar met rust. Ik probeer zoveel mogelijk van het leven te genieten. Het dient tot niets om bitter te worden. Ik heb een droomjob, ik ben piloot. Daardoor kan ik met mijn dochter op vakantie gaan naar Singapore, maar evengoed weeshuizen in Congo steunen.

»Daar ligt ook een asbestbedrijf dat vroeger van Eternit was, en waar de arbeiders zonder enige vorm van bescherming werkten. Ik hou contact met verenigingen van asbestslachtoffers over de hele wereld.

»En voor de rest blijf ik combattief tegen de asbestlobby. Niet uit wraak, maar omdat ik wil helpen voorkomen dat er nog méér slachtoffers vallen. Asbest wordt bij ons niet meer gebruikt, maar de producenten hebben hun fabrieken nu verplaatst naar de ontwikkelingslanden. Ik zou daar graag gaan getuigen. Ik zou ook willen dat de medische wereld op zoek gaat naar een geneesmiddel tegen mesothelioom. En dat artsen beter op de hoogte zijn, zodat ze de ziekte sneller kunnen opsporen.»

HUMO Hoe komt het dat jullie de enigen zijn in België die een proces tegen Eternit hebben aangespannen?

Jonckheere «Omdat slachtoffers die een schadevergoeding willen krijgen van het Asbestfonds (door de overheid opgericht in 2007, red.) moeten afzien van alle juridische stappen tegen asbestproducenten. Bizar, niet?

»Het oude systeem, waarbij Eternit zieken 42.000 euro toeschoof op voorwaarde dat ze verder hun mond hielden, hield op te bestaan in maart 2007: toen richtte de overheid het Asbestfonds op. Alle slachtoffers konden daar een aanvraag voor een financiële schadevergoeding indienen, hoe ze de ziekte ook hadden opgelopen.

»Nu moet je weten dat het Asbestfonds volledig wordt gefinancierd door de overheid. De asbestindustrie doet geen enkele bijdrage, nada, nul! Onbegrijpelijk.

»En evengoed moet iedereen die geld van het Asbestfonds krijgt zich ertoe verbinden geen proces te beginnen. Dus twee maal winst voor de asbestproducenten. De enige die ooit het geld van Eternit heeft geweigerd, was mijn moeder. Er zouden meer processen zijn als meer mensen zouden weigeren.

»Maar het is heel begrijpelijk dat iemand die weet dat hij binnenkort gaat sterven en zijn kinderen en partner moet achterlaten, toch dat geld aanvaardt. Alleen al om de medische kosten te dekken. Van een proces weet je niet hoe het afloopt. Eternit is zo machtig, het is David tegen Goliath.

»Die regeling van immuniteit voor de vervuiler is typisch Belgisch - uniek in de wereld. In andere landen gaat het helemaal anders. In Frankrijk bijvoorbeeld heb je recht op een schadevergoeding en mag je daarna alsnog een proces inspannen - da's maar normaal. In Japan hebben asbestbazen zich verontschuldigd bij de slachtoffers. In België krijg je geld en moet je verder je kop houden.»
 

900 doden per jaar

Volgens het Asbestfonds komen er in België elk jaar ruim tweehonderd asbestslachtoffers bij. 'Een onderschatting,' zegt professor Benoit Nemery van de K.U.Leuven, gespecialiseerd in longtoxicologie en pneumologie.

Benoit Nemery «Er zijn ook nog andere kankers die door asbest veroorzaakt worden, maar mesothelioom is de enige waarvan we zeker zijn dat asbest en alleen asbest de boosdoener is. Daar komt nog bij dat ongeveer 15 procent van de longkankers (mee) veroorzaakt wordt door blootstelling aan asbest.

»In Kapelle-op-den-Bos en Tisselt zijn er beduidend meer slachtoffers dan in de rest van het land, maar precieze cijfers achterhalen is niet te doen. Niet iedereen die eraan sterft, weet dat hij aan mesothelioom lijdt. En er zijn ook veel mensen die in de fabriek gewerkt hebben en die ziek worden, maar niet in die streek wonen.»

Eric Jonckheere «Volgens mij is het geen toeval dat België één van de weinige landen is waar het aantal asbestslachtoffers zo moeilijk te achterhalen is. De cijfers zijn gebaseerd op die van het Asbestfonds en van het kankerregister, maar er zijn veel mensen die het Asbestfonds nog niet kennen, en bij het kankerregister moet het juist op het doodscertificaat staan.

»'Dood door longaandoening' wordt bijvoorbeeld niet bij de asbestcijfers geteld. Ik heb al slachtoffers gezien die waren gestorven aan mesothelioom en zogezegd aan een hartaanval waren overleden.

»In andere landen maakt asbest evenveel dodelijke slachtoffers als het verkeer. Als je dat extrapoleert naar België, en als je weet dat ons land in de jaren 70 wereldkampioen was in het asbestverbruik per inwoner, dan kom je bij 900 slachtoffers per jaar.»

De meeste slachtoffers uit Kapelle-op-den-Bos, Tisselt en omstreken sterven in stilte, zonder veel tamtam. Eternit is nog altijd zeer aanwezig in de streek, en heeft de steun van de groten: op de viering van het honderdjarig bestaan kwam prins Filip de feestelijkheden opluisteren. 'Er hangt een soort van omerta rond,' zegt Dries D'Haese, voorzitter van Groen! in Kapelle-op-den-Bos.

Dries D'Haese «Tot een paar jaar geleden moest je geen kwaad woord over Eternit zeggen of je werd in Kapelle bijna geëxcommuniceerd. Tja, wiens brood men eet... Gelukkig begint dat sinds een paar jaar te keren. Met de slachtoffervereniging Abeva organiseren we ook elk jaar de Fietstocht Willy Vanderstappen, als een soort memorial voor de asbestdoden: dit jaar op zondag 25 september.

»We willen de mensen bewust maken: heel Kapelle-op-den-Bos ligt nog vol asbest. Er is in 2007 een eerste saneringsronde van OVAM geweest, om het asbest dat het dichtst bij de oppervlakte lag te verwijderen, maar heel wat huizen in de streek zijn gebouwd op asbestafval.

»Vroeger kregen de mensen dat afval gratis mee naar huis om hun tuinen op te hogen - 'opvulgrond'. Heel wat particulieren en bedrijven die hier bouwgrond kopen, zien zich verplicht om eerst een peperdure grondsanering te laten doen. Ze weten van niets als ze het perceel kopen, en ontdekken pas later dat er soms een meterdikke schil asbestafval onder de grond zit.»

Burgemeester Leo Peeters (SP.A) houdt zich op de vlakte als we naar de houding van de gemeente in het asbestdossier vragen. Hij trekt al aan de kar voor saneringen sinds 1977, het jaar dat hij burgemeester werd, zegt hij. Van Eternit heeft hij nooit enige tegenwerking ondervonden.
Leo Peeters
«Ze zijn er zich zeer goed van bewust dat er een probleem is uit het verleden. Ze hebben altijd hun volledige medewerking verleend voor de sanering, en ze zijn volledig omgeschakeld naar andere producten.»

Op 1 april 2011 huldigde Vlaams minister-president Kris Peeters een nieuw zonnepanelenpark in van Eternit, boven op een voormalige stortplaats van het bedrijf in Tisselt. 'Wat eens een stortplaats was, wordt nu een bron van duurzaam ondernemen en hernieuwbare energie,' aldus Patrick Balemans, gedelegeerd bestuurder van Eternit.

Enkele honderden meter verder schoof de familie van François De Wit aan de koffietafel na diens begrafenis. François De Wit was begrafenisondernemer in Kapelle-op-den-Bos - hij had in 1986 de uitvaart van vader Pierre Jonckheere verzorgd - maar van zijn veertiende tot zijn vijfentwintigste had hij bij Eternit gewerkt. Eind maart vorig jaar werd mesothelioom bij hem vastgesteld; hij overleed op 27 maart 2011, op 65-jarige leeftijd.

Sonja De Wit «Mijn vader was net op pensioen gegaan: hij liet de zaak aan mij over, maar het was de bedoeling dat hij me nog een tijd verder zou helpen. Hij had heel zijn leven hard gewerkt en kon er nu van profiteren, samen met mijn moeder. Het heeft niet mogen zijn.

»Mijn papa is gelukkig thuis gestorven, dat had hij gevraagd. Mijn moeder en ik hebben hem verzorgd. Maar het is hárd om iemand zo te zien aftakelen en pijn te zien lijden. Morfinepleisters en spuiten hielpen op de duur niet meer. Het is een héél pijnlijke ziekte. Dat hoor ik ook van andere slachtoffers en hun familie.»

HUMO Dacht hij direct aan mesothelioom toen hij zich ziek begon te voelen?

De Wit «In het begin zeker niet. Hij had wel bij Eternit gewerkt, maar zijn eigen vader ook, en die is 94 jaar geworden zonder ziek te worden. Het is heel raar, alsof het lot je eruit kiest: sommigen krijgen het, anderen niet. Mijn vader dacht: 'Ik heb de sterke genen van mijn pa, mij overkomt het ook niet.' Dat is dus niet waar. Het kan iedereen overkomen.»

HUMO Je vader was het allereerste slachtoffer in Kapelle bij wie expliciet op de doodsbrief stond dat hij aan mesothelioom was overleden.

De Wit «Daar stond hij op. Hij was heel boos op Eternit. 'Ze móéten het geweten hebben,' zei hij. 'Waarom hebben ze de mensen dan niet ingelicht? Waarom hebben ze hen geen beschermkledij gegeven? Waarom geen maskers? Waarom is daar zo laks mee omgesprongen?' Héél boos was hij. Ik trouwens ook.

»Een paar weken na hem is er opnieuw iemand overleden aan mesothelioom, een man die samen met hem in het ziekenhuis had gelegen en dezelfde behandeling had gevolgd. Zijn familie heeft het ook op de doodsbrief laten vermelden: 'Zet het er maar op. De mensen mogen het weten.'

»Mijn vader is ongeveer een jaar ziek geweest, en in die periode hebben we nog verschillende mensen begraven die aan mesothelioom zijn overleden, al werd dat meestal niet met zoveel woorden gezegd. Ik wist het omdat ik dan een document voor het Fonds van Beroepsziekten moest invullen.

»'Wéér een,' zuchtte mijn vader dan telkens. Het waren zeker vier gevallen, onder wie ook een vrouw: de echtgenote van een werknemer die de overalls van haar man waste en er het stof uitklopte voor ze ze in de wasmachine stopte. Dat was genoeg. Er was ook een man bij die maar héél kort bij Eternit gewerkt had, een maand of twee, in afwachting van zijn legerdienst. Daarna had hij nooit meer een voet in de fabriek gezet.

»Ik kan niet zeggen hoeveel slachtoffers we in totaal al hebben gehad, maar het zijn er veel. In de begrafenismis van mijn vader zei de pastoor: 'Gaan werken bij Eternit bracht brood op de plank, maar de dood in huis.' Artsen zeggen dat het aantal slachtoffers de komende jaren nog zal toenemen. Dus zal ik in de toekomst nog wel meer slachtoffers begraven...»

***

De oude boerderij in de Bormstraat - eigendom van Eternit - waar de Jonckheeres woonden, is al jaren afgebroken. Sinds kort staat het terrein weer te koop: bouwgrond voor twee woningen. In de bosjes achter het terrein, de vroegere tuin van de familie Jonckheere, ligt tussen de struiken nog allerlei asbestafval. Onder meer de stukken van een buis met blauw asbest, het zogenaamde crocidoliet, de meest dodelijke vorm van de wondervezel.
 

Lees ook deel 2 van 'Dossier Asbest'

Humo 3691 31/05/2011

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 31 mei 2011

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: