Asbest: de stille killer [2]

, door (ab)

4
asbest
© Imageglobe

Ze plaatsten er een lobbymachine tegenover die de politiek en de publieke opinie moest overtuigen dat je van asbest helemaal geen kanker kreeg, zelfs 'zieken, schoolkinderen en kantoorbedienden' niet. Het bleek een grote leugen met verschrikkelijke gevolgen.

Donderdag 10 december 2009: in Turijn begint het strafproces tegen twee directeuren van Eternit, de Belgische baron Louis de Cartier de Marchienne en de Zwitser Stephan Schmidheiny.

''We wisten dat er een link was tussen asbest en kanker. We wisten alleen niet dat het een serieus probleem was''

Voor de ingang van het justitiepaleis is er een grote demonstratie. Oud-werknemers en slachtofferverenigingen uit heel Europa, arbeiders met helm en fakkel en een groot spandoek met de tekst: 'Meneer Schmidheiny, in Zwitserland wachten we op u.' De Italianen met vlaggen en stickers met de tekst: 'Eternit: rechtvaardigheid!' fier op de borst.

Binnen is het proces in vier zalen te volgen op grote schermen. Het is een megaproces, met een dossier van enkele honderdduizenden bladzijden. Een koppige procureur, Raffaele Guariniello, en een onderzoek dat acht jaar heeft geduurd. Meer dan honderd advocaten.

Drieduizend doden, twee beklaagden. De Cartier en Schmidheiny worden ervan beschuldigd ziekte en dood te hebben gezaaid in en rond de Italiaanse Eternit-fabrieken in Casale Monferrato, Cavagnolo, Rubiera en Bagnoli. Ze zouden de werknemers met het gevaarlijke goedje hebben laten werken zonder hen op enige manier te beschermen, en de omwonenden aan asbest hebben blootgesteld terwijl ze goed wisten dat de stof mesothelioom veroorzaakte, een ongeneeslijke en agressieve kanker aan het longvlies die alléén door asbest wordt veroorzaakt. Op 14 juni beginnen de pleidooien; op 18 juni begint men aan het Belgische hoofdstuk; de uitspraak wordt eind dit jaar verwacht.
    'Het is een uniek proces, door de omvang en door de inzet,' zegt Sergio Bonetto, de advocaat die het merendeel van de slachtoffers vertegenwoordigt - in totaal hebben rond de 5.000 mensen zich burgerlijke partij gesteld.

Sergio Bonetto «In tal van vergelijkbare zaken zijn in het verleden ploegbazen en lagere kaderleden veroordeeld. Nu staat voor het eerst de absolute top van een bedrijf terecht. De zaak wordt tot in de kleinste vezels ontrafeld; er worden zo'n duizend getuigen en experts gehoord. Daardoor krijgt dit proces de allures van een waarheidscommissie over asbest.»

HUMO Hoe komt het dat een Belg en een Zwitser op de beklaagdenbank zitten? Het gaat toch over Italiaanse fabrieken en Italiaanse slachtoffers?

Bonetto «Het parket van Turijn is zijn onderzoek acht jaar geleden begonnen, toen de eerste klachten van asbestslachtoffers in de regio binnenliepen. Procureur Guariniello ontdekte dat de vier Eternitfabrieken waar het over gaat in de jaren 70 en 80 werden gecontroleerd door Eternit Zwitserland.

»Financieel, maar ook operationeel: alle belangrijke beslissingen inzake de productie, de veiligheidsmaatregelen en de gezondheid van de werknemers werden in Zwitserland genomen. Stephan Schmidheiny stond toen aan het hoofd van Eternit Zwitserland.

»Dat ook baron de Cartier terechtstaat, heeft ermee te maken dat de Italiaanse fabrieken tot 1972 onder Eternit België vielen. De Zwitsers zaten mee in de raad van bestuur, maar de Belgen hadden het daar voor het zeggen. Baron de Cartier de Marchienne, die in de raad zat, heeft op een bepaald moment zelfs Karel Vinck aangesteld als directeur van de fabriek van Casale (Vinck, die in de jaren 70 voor Eternit België werkte, werd al eerder in Sicilië in een andere asbestaffaire veroordeeld, maar in beroep vrijgesproken, red.).

»Het proces gaat over de periode tussen 1966, toen de Cartier aantrad, en 1986, toen de Italiaanse tak failliet ging. Dat ze zover teruggaan in de tijd, heeft ermee te maken dat mesothelioom pas 20 tot 40 jaar na de blootstelling aan asbest doorbreekt.

»Het parket van Turijn heeft de wereldmacht van de Eternit-bedrijven gereconstrueerd: ze waren aanwezig op alle continenten en hadden een gezamenlijk beleid op het vlak van veiligheid en gezondheid, dat centraal gestuurd werd vanuit Zwitserland en België. Dat was het gemakkelijkst aan te tonen voor de Zwitsers, want dat is een erg georganiseerd volkje: ze laten overal documenten na. De Belgen zijn voorzichtiger: ze schrijven niet zoveel op (lacht).

»Zelf heb ik tien jaar geleden al een brief geschreven naar de groep Etex in Brussel (de nieuwe naam van Eternit België, red.): 'Er vallen enorm veel doden rond de voormalige Eternitfabrieken in Italië, en volgens ons is dat uw verantwoordelijkheid.' Antwoord: 'Dat is onmogelijk. Als u klachten hebt, moet u daar meneer de Cartier de Marchienne persoonlijk op aanspreken.' De baron is nu heel oud, 89 jaar geloof ik. Maar zijn zoon Jean-Louis is nog altijd voorzitter van Etex.»

HUMO Wat is de verdedigingslijn van de verdachten?
Bonetto
«Dat is bijna grappig om te zien: de Zwitsers erkennen dat er een probleem was, maar schuiven de schuld af op de Belgen. En de Belgen maken zich zo klein mogelijk en doen alsof ze nooit in Italië geweest zijn. Dat zie je ook aan het aantal advocaten: Schmidheiny heeft er 23, plus 40 experts; voor De Cartier zitten er twee.

»De Zwitsers erkennen dat ze de Italiaanse Eternitfabrieken vanaf 1972 controleerden. Maar, zeggen ze, 'het was ongelooflijk wat een smeerboel de Belgen hadden achtergelaten'. De werkomstandigheden die ze aantroffen, waren naar eigen zeggen de slechtste die ze ooit in een asbestfabriek hadden gezien. Iedereen die een voet in de fabriek zette kwam wit naar buiten, alsof-ie onder de bloem zat.

»De Zwitsers zeggen dat ze er alles aan gedaan hebben om de situatie recht te trekken, maar dat dat veel tijd vroeg omdat het zo erg was. De Schmidheiny's hebben ook aangeboden om slachtoffers te vergoeden, op voorwaarde dat ze zich zouden terugtrekken uit het proces. Enkele honderden families zijn daarop ingegaan.

»De Cartier heeft een andere strategie. Hij zwijgt. Maar volgens het Italiaanse dossier heeft hij wel degelijk de raad van bestuur in Italië geleid. Documenten over grote beslissingen werden door hem getekend.»

HUMO Noch baron de Cartier, noch Schmidheiny is in Turijn opgedaagd. Ze willen ook geen publieke verklaringen afleggen.

Bonetto «Hun advocaten hebben alles gedaan om het proces te vertragen. Eerst probeerden ze het proces uit Turijn te krijgen, weg van de 'ijzeren' procureur Guarnielli. Hun argument was dat de vier fabrieken vallen onder Eternit Genua, en dat het proces dus in die stad moest worden gehouden. Dat zou een ramp geweest zijn, want dan hadden we na acht jaar onderzoek weer van nul af moeten herbeginnen.

»Toen het proces begon, kon iedere partij getuigen voorstellen die op het proces gehoord moesten worden. De Belgen en de Zwitsers kwamen elk met 400 namen! Dat maakte al 800 getuigen, alleen al voor de verdachten. Ook dat was een duidelijk vertragingsmanoeuvre.

»De rechtbank heeft uiteindelijk een honderdtal getuigen toegelaten, om het proces niet eindeloos te laten duren. We zijn trouwens de hele tijd bang dat de hoogbejaarde baron de Cartier nog voor het einde van het proces overlijdt. Want dan wordt het hele proces opgeheven. Net nu de inzet zo belangrijk is.»

Zonnebaden

Het verhaal van Casale Monferrato lijkt in veel opzichten op dat van Kapelle-op-de-Bos (zie Humo van vorige week). Casale is een klein stadje met 36.000 zielen op zo'n 70 kilometer van Turijn. Eternit streek er neer in 1906, in het kielzog van de vele cementfabrieken.

'Eternit was de trots van de stad,' vertellen inwoners. 'Wie voor de fabriek kon werken, had zijn schaapjes op het droge. Mensen hadden bijna geld gegéven om er te mogen werken.'

Net als in Kapelle werd er in de Italiaanse Eternit-fabrieken weinig moeite gedaan om ronddwarrelend asbeststof in te tomen. Arbeiders aten hun boterhammen op in de werkplaatsen; in de tijd dat ze gegeten hadden, zaten ze al onder een dun wit laagje.

In de ateliers konden collega's elkaar soms niet meer zien staan in de dikke mist. Nauwelijks afgedekte vrachtwagens denderden door het stadscentrum. Asbestafval werd gratis uitgedeeld aan de bevolking om wegen te plaveien, opritten te vullen en huizen te isoleren.

Kinderen gingen op schooluitstap naar de fabriek en speelden tussen de buizen. Stroomafwaarts van de fabriek van Casale heeft zich in de rivier de Po zelfs een langwerpig, spierwit schiereiland gevormd, helemaal samengesteld uit residu van de fabriek. Omwonenden gingen er in de zomer zonnebaden. Net als in Kapelle zei de directie van de fabriek dat asbest geen kwaad kon voor de gezondheid. Net als in Kapelle bleek dat gelogen.

In 1986 ging de fabriek van Casale failliet. Nu zijn er al 1.400 gevallen van asbestdoden in het kleine stadje bekend, en elke week komt daar één geval van mesothelioom bij. Meer dan een kwart van de slachtoffers heeft nooit voor Eternit gewerkt; velen zijn niet eens 50 jaar.

Het is de generatie die het asbeststof heeft ingeademd toen ze nog kinderen waren. De fabriek is inmiddels afgebroken en er zit een grote betonnen sarcofaag rond, maar het zal naar schatting nog minstens dertig jaar duren eer alle asbestvezels in de stad volledig opgeruimd zijn.

Er is wel één groot verschil met Kapelle-op-den-Bos: in Casale zijn de families van asbestdoden naar de rechter getrokken. Hier heerst publieke verontwaardiging en hangen slogans en spandoeken die Eternit op zijn verantwoordelijkheid wijzen. Casale Monferrato is een symbool geworden in de strijd tegen de 'asbestmaffia', zoals ze hier wordt genoemd.

In het Maxiprocesso van Turijn hebben zich ook verschillende publieke instellingen burgerlijke partij gesteld: het nationaal instituut voor de sociale zekerheid, het fonds voor beroepsziekten, gemeentes, provincies, vakbonden, verenigingen. De schadevergoeding die al deze instellingen vorderen van de twee verdachten loopt in de miljarden euro's.
 

Onsterfelijk

Asbest is een minerale vezel die gedolven wordt in mijnen. In het jaar 1900 vond een Oostenrijkse ingenieur, Ludwig Hatschek, een procedé uit om asbest met cement te vermengen. Hij verkocht het patent aan zoveel mogelijk landen, samen met de naam Eternit (van het Latijnse aeternus: eeuwig, onsterfelijk). In elk land mocht één fabrikant die naam gebruiken.

In België werd dat de familie Emsens, een oude, schatrijke, discrete clan uit de Kempen die al een cement- en baksteenfabriek in Ravels had. Familievader Alphonse Emsens stierf vroeg aan tbc, waardoor zijn twee zoons, André en Jean, in 1921 de leiding van het bedrijf in handen kregen. In 1923 verhuisden ze de productie naar Kapelle-op-den-Bos.

De andere Europese families die een patent kochten van Hatschek waren de Schmidheiny's in Zwitserland en de Cuveliers in Frankrijk. Hatschek liet zich betalen in aandelenpakketten en had dus overal een voet tussen de deur, maar de families Schmidheiny en Emsens hadden ook belangen in elkaars bedrijf.

De families Hatschek, Schmidheiny, Emsens en Cuvelier zouden nog generaties met elkaar verbonden zijn. En als het ging over de gezondheid en veiligheid van de werknemers, stippelden ze een gezamenlijk beleid uit.

'Dat beleid bestond er vooral in de algemene ongerustheid over de kankerverwekkende eigenschappen van asbest weg te nemen door het verspreiden van valse theorieën,' zegt Jan Fermon van het Progress Lawyers Network, een verband van geëngageerde advocaten.

Fermon staat de gedecimeerde familie Jonckheere (zie vorige Humo) bij in haar proces tegen Eternit in België, en verdedigt in Turijn de belangen van enkele Italiaanse slachtoffers.

Jan Fermon «De asbestindustrie controleerde een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek over de gezondheidsrisico's en oefende druk uit op onderzoekers om nadelige resultaten niet te publiceren, of te veranderen.»

Uit die onderzoeken blijkt dat de gezondheidsrisico's van asbest al heel vroeg duidelijk waren, en dat de fabrikanten er alles aan deden om dat voor zich te houden. Al in 1946 toonde ene dokter Gardner met dierproeven aan dat asbest longkanker veroorzaakt, maar zijn opdrachtgevers - asbestbedrijven - hielden de publicatie van de resultaten tegen.

De advocaat van de Amerikaanse asbestproducent Johns Manville schreef op 27 oktober 1948 aan een geldschieter van het onderzoek: 'Gelieve mij zo snel mogelijk het verslag terug te zenden. Het is duidelijk dat de verspreiding van dit rapport in zijn huidige vorm niet wenselijk is.'

Op 12 november schreef hij aan een andere financier, een remmenfabrikant: 'Wij hebben alle exemplaren van dit voorlopige en vertrouwelijke verslag behalve het uwe, terug ingezameld. Ik noteer dat uw geneesheer-directeur het zijne wil behouden.

Ik hoop dat u hem ervan zult kunnen overtuigen het ons terug te zenden. We hebben allen het gevoel dat het niet slim is een exemplaar van het rapport in omloop te laten.'

In 1954 gebeurde iets soortgelijks bij Turner & Newall, een Britse asbestonderneming die nauwe contacten onderhield met Eternit België. Bedrijfsarts dr. John Knox en de vermaarde specialist Richard Doll stelden vast dat het risico op longkanker binnen het bedrijf was vermenigvuldigd met een factor 10.

Turner & Newall verbood de publicatie. Toen Doll, die niets met het bedrijf te maken had, aangaf toch te zullen publiceren, werd hij bedreigd met gerechtelijke stappen. Doll zette door, en vandaag wordt zijn studie uit 1955 beschouwd als het definitieve wetenschappelijke bewijs van de band tussen asbest en longkanker.

Slechterik

De asbestindustrie richtte ook lobbyorganisaties op, vanaf de jaren 20 al. De strategie werd beschreven op een congres in 1971: perscampagnes, een netwerk van sprekers, gerichte acties naar architecten en bouwondernemers en de hardnekkige ontkenning van enig risico, 'zelfs voor zieken, schoolkinderen en kantoorbedienden'.

De Eternitpartners uit de verschillende landen bespraken ook geregeld onder mekaar hoe ze de negatieve berichtgeving konden counteren. 'Er zullen aanzienlijke inspanningen (en uitgaven) nodig zijn,' besloten de heren in oktober 1979, 'om de 'asbestlobby' in Europa te steunen, zowel op het niveau van de vakbonden, de consumenten als de politici.'

Tijdens een vergadering van 24 februari 1984 kwam de thematiek opnieuw ter sprake. De conclusie: 'Het algemeen gevoelen van de vergadering is dat de industrie in Europa moet vechten voor asbest (...)

De actie zou er onder meer in moeten bestaan steun te zoeken bij leden van het Europees Parlement, in het bijzonder diegene met asbestfabrieken in hun kieskring.' Op dat moment was het kankerverwekkende karakter van asbest al minstens dertig jaar bekend, en was de band met mesothelioom al twintig jaar aangetoond.

Ook dokter Jacques Lepoutre, de bedrijfsarts van Eternit in Kapelle-op-den-Bos - en als zodanig de man die niet zag dat vader Pierre Jonckheere leed aan mesothelioom - deed zijn duit in het zakje. Toen in de jaren 70 in Nederland de ongerustheid over asbest dreigde te leiden tot beperkende wetgeving, scheerf Lepoutre een brief aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Daarin wees hij op een internationaal medisch congres in Lyon, enkele jaren eerder: dat had volgens hem erkend dat er 'geen gevaar is wanneer de blootstelling aan asbest onder een bepaalde grenswaarde blijft, en dat dat met enkele technische ingrepen kan worden bereikt'.

Maar de medisch adviseur van de Arbeidsinspectie had het verslag van dat congres ook gelezen en tikte Lepoutre op de vingers: dat van die grenswaarde klopte misschien wel voor asbestose, maar in het geval van mesothelioom is één vezel al genoeg.

En dan was er Etienne Van der Rest: kleinzoon van Alphonse Emsens, grote baas van de fabriek in Kapelle-op-den-Bos en voorzitter van de lobbymachine AIA. In die AIA barstte in 1978 de discussie los over de vraag of asbest ja dan nee een waarschuwingsetiket moest meekrijgen, zoals in de VS al jaren verplicht was.

Uit interne documenten blijkt dat de meeste aanwezigen wilden dat er zo min mogelijk gewaarschuwd moest worden, en zeker niet tegen kanker. Toen in 1980 Turner & Newall besloot het woord kanker voortaan toch te gebruiken, vroeg Van der Rest in een boze brief om opheldering: 'Je zal begrijpen hoe ontgoocheld ik was toen ik zag dat Turner op zijn asbestzakken duidelijk vermeldt dat 'het inademen van asbest kanker en andere dodelijke ziekten kan veroorzaken'. Ik zou graag, al was het maar om de positie van Turner te verdedigen tegen al diegenen die haar streng bekritiseren, de reden van deze beslissing willen kennen.'

'Etienne Van der Rest was een rare figuur,' herinnert Barry Castleman zich. Castleman, een Amerikaans milieuadviseur, deed historisch onderzoek naar het lobbywerk van de asbestindustrie.

Barry Castleman «Ik heb hem de eerste keer ontmoet op een conferentie in Washington in 1977: een lange, bleke man met een doodgraversgezicht, die zijn arm om mijn schouders sloeg terwijl hij me aansprak.

»Als je een film zou draaien, had je geen betere slechterik kunnen casten. Toen ik de documenten uit 1978 onder ogen kreeg waaruit bleek dat hij zich met hand en tand verzette tegen waarschuwingsetiketten op asbestzakken, heb ik hem een brief geschreven met de vraag hoe hij met zichzelf kon leven als hij zoiets deed.

»De laatste keer dat ik hem zag, was op een hoorzitting in 1986 in de VS over het voorstel om de meeste asbesttoepassingen te verbieden. Daar argumenteerden de mannen van Eternit dat een verbod op buizen van asbestcement rampzalig zou zijn voor de arme landen: die hadden die buizen nodig voor hun drinkwatervoorziening.

»Ik zei tegen Van der Rest: 'Ik had altijd gedacht dat het lijden in de wereld vooral te wijten was aan het onevenwicht in macht en geld. Maar nu ik jullie vandaag gehoord heb, besef ik dat het allemaal komt door het gebrek aan buizen van asbestcement.'

»Ik kan me alleen maar afvragen hoe Van der Rest zich voelde toen hij jaren later zelf lag te sterven aan mesothelioom. Ook zijn Belgische bedrijfsarts (Jacques Lepoutre, red.) is trouwens aan de ziekte gestorven.»
 

Dom, dom, dom

De Emsens behoren nog altijd tot de rijkste families van België. Volgens schattingen van journalist Ludwig Verduyn bedroeg hun fortuin in 2009 1,915 miljard euro. Daarmee staan ze op de vierde plaats in de top 100 van rijkste Belgen.

Baron de Cartier geeft zelf geen commentaar bij de aanklacht van Turijn. Zijn zoon stuurt wel een woordvoerder van de familie op ons af, een insider van de groep Etex die om bizarre redenen anoniem wil blijven.

Woordvoerder «Baron de Cartier heeft nooit enige operationele rol gehad en was ook niet verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid in het bedrijf. Hij is in 1966 bij Compagnie Financière Eternit gekomen, een financiële holding is met heel beperkte taken, bijna bonnetjes knippen.

»Hij had daar wel de titel van gedelegeerd bestuurder, maar in feite zwaaiden de twee broers Emsens de plak. In Italië is hij pas in de raad van bestuur gekomen in 1971. Hij heeft daar gezeten tot 1975, maar hij was maar één van de elf of twaalf leden. Hij is in totaal zes keer naar Italië geweest.

»De Belgen hadden twee van de elf stemmen in de raad van bestuur: dan kan je niet spreken van 'de Belgische periode'. Er is wel wat verwarring omdat een Belgische manager het Italiaanse bedrijf vanaf 1952 zeventien jaar lang heeft geleid, een zekere meneer Fourmanoit.»

HUMO Die kwam toch van Eternit België?

Woordvoerder «Ja, maar toen hij eenmaal in Italië was, opereerde hij volledig onafhankelijk. Zijn bijnaam in de fabriek was 'little Mussolini'. In zijn bureau had hij van de poten van de stoelen van de bezoekers een stuk afgezaagd, zodat die lager zouden zitten.

»Uit getuigenissen in het strafdossier blijkt dat hij de fabriek als zijn koninkrijk beschouwde en dat hij de raad van bestuur volledig manipuleerde.»

HUMO Hoe reageert de familie de Cartier op het feit dat asbest zoveel slachtoffers heeft gemaakt?


Woordvoerder «Voor hen is het ook niet gemakkelijk. Ze beseffen maar al te goed dat de activiteit veel ziektes en doden heeft veroorzaakt, zonder dat ze dat volledig doorhadden.»

HUMO Zonder dat ze het volledig doorhadden? De studies over het verband tussen asbest en mesothelioom dateren al van in de jaren 60.

Woordvoerder «Het is moeilijk uit te leggen aan een groot publiek, maar er is een verschil tussen weten dat er een link is tussen mesothelioom en asbest, en weten dat het om een serieus probleem gaat. In het begin van de jaren 70, de periode van de Cartier, kwam mesothelioom bijna niet voor.

»Het aantal gevallen is pas gaan toenemen vanaf de jaren 80 en 90, omdat de ziekte pas na 20, 30 jaar doorbreekt. Voor die tijd was het enorm zeldzaam, dokters kenden het ook nauwelijks. De Cartier had zeker al gehoord van de artikels van Wagner en Selikoff (twee onderzoekers die het verband tussen asbest en kanker aantoonden, red.), maar dacht dat het allemaal zo'n vaart niet liep.

»In de jaren 70 meende men bovendien dat het risico in de asbestcementindustrie vrij beperkt was, omdat de vezels snel verwerkt worden met water en cement. Achteraf is gebleken dat dat niet zo was, maar toen was het de gangbare opinie, ook in de wetenschappelijke wereld en bij de overheden.»

HUMO Eternit België heeft, in de persoon van Etienne Van der Rest, geprobeerd om de labels tegen te houden waarop vermeld werd dat asbest schadelijk was voor de gezondheid.

Woordvoerder «Dat is dom. Van der Rest had dat zeker niet moeten doen. Maar in de periode van De Cartier denk ik dat men onvoldoende inschatte wat de risico's waren. Het is zoals de discussie die er nu al jaren bestaat rond het gebruik van de gsm. Is dat nu gevaarlijk of niet?

»Er zijn honderden artikels die beweren van wel, andere beweren van niet. En iedereen blijft bellen met de gsm.»

Advocaat Jan Fermon vindt dat de vergelijking met de gsm-discussie niet opgaat.

Jan Fermon «Ten eerste: sinds de eerste studies over de kankerverwekkende eigenschappen van asbest is er niet één studie gepubliceerd waaruit bleek dat asbest géén gevaar vormde voor de gezondheid (die tegenstudies zijn er in het gsm-debat wel geweest, red.).

»En ten tweede hanteren asbestproducenten overal ter wereld hetzelfde argument in de processen van asbestslachtoffers: 'We wisten het allemaal niet zo goed, het was niet duidelijk dat het zo gevaarlijk was.' Dat argument is overal door de rechters van tafel geveegd, behalve in België en in Zwitserland, omdat daar simpelweg nog nooit processen zijn gewéést. Maar het is duidelijk dat het een drogargument is.»

Toch voert ook de Etex Groep, het voormalige Eternit België, datzelfde argument aan. Woordvoerder Karel De Wilde wijst er bovendien op dat Eternit België volledig buiten het proces van Turijn staat - baron de Cartier wordt persoonlijk vervolgd.

Karel De Wilde «In het begin van de jaren 70 werd er al een link gelegd tussen het inademen van asbest en gezondheidsrisico's, maar toen ging men ervan uit dat er beneden een bepaalde blootstellingsdrempel geen gevaar was.

»In die periode vroeg niemand, ook niet de meest vooruitstrevende experts, om een ban van asbest. Iedereen zocht naar een drempel waaronder er geen risico was.»

HUMO Volgens de advocaten van de slachtoffers was Eternit België het centrum van de asbestlobby, en werd er op vergaderingen met asbestproducenten uit andere landen afgesproken hoe ze de publieke opinie en de politici konden beïnvloeden.

De Wilde «Ik ken die complottheorieën natuurlijk ook en ze klinken zeer aantrekkelijk, maar daar hebben we geen enkele indicatie van.»

HUMO Hoe gaat Etex tegenwoordig om met zijn erfenis van duizenden en nog eens duizenden doden?

De Wilde «Ik wil eerst opmerken dat negentig procent van alle asbestslachtoffers afkomstig zijn uit andere industrieën dan de asbestcementindustrie - de mijnen of de isolatie-industrie, bijvoorbeeld, waar de werknemers blootgesteld werden aan zeer hoge stofconcentraties.

»De bedrijven van de Etex-groep hebben alle asbest al lang gebannen uit hun productieproces, hoewel andere bedrijven, soms onder de naam Eternit, het blijven gebruiken (in onder meer China, India, Indonesië, Vietnam en Brazilië is het gebruik zelfs enorm toegenomen, red.). Etex is voorstander van een wereldwijde ban van asbest.

»Wij zijn ook zeer begaan met de slachtoffers en hun families. We zorgen ervoor dat ze de juiste medische bijstand krijgen en een billijke vergoeding ontvangen. Al kan hun lijden uiteraard nooit vergoed worden.»

De Belgische Eternit Groep, inmiddels Etex geheten, stopte op wereldvlak pas helemaal met de productie van asbest op 1 januari 2004.
 

Lees ook: Deel1: het verhaal van de familie Jonckheere

Humo 3692 07/06/2011

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 7 juni 2011

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: