Humo's zomerleesvoer (2): 'Rachels Rokje', de weergaloze woordenstorm van Charlotte Mutsaers

, door (jme)

3
1200

Een boek dat begint met een waarschuwing dat het geen simpele boel wordt? Yes please! Charlotte Mutsaers’ legendarische roman Rachels Rokje (1994) is een eigenzinnig, uniek, bontgekleurd beestje. Als we even de harde feiten van het verhaal op een rijtje zouden zetten, doen we het boek oneer aan, want het is allergisch aan alles wat vastgeschroefd is, alles wat niet in het rond kan wervelen als, inderdaad, een rokje. Maar toch, om even rebels te doen: het boek gaat over de verliefdheid-annex-obsessie van Rachel Stottermaus voor haar leerkracht Douglas Distelvink – een coup de foudre, een bliksemschicht die andermaal inslaat wanneer Rachel hem jaren later weer tegenkomt, met alle gevolgen van dien.

Toegegeven, op die manier klinkt het boek als een soort hersendood, hyperkapitalistisch tienerromannetje à la Twilight, of als een zomerse fantasie over oudere mannen in een Flair-lezersbrief. Dat is het, voor alle duidelijkheid, níét: enerzijds verkent het verhaal veel meer dan enkel die obsessie, en anderzijds zijn vooral het taalgebruik en de structuur van de roman ronduit subliem tot zelfs ongeëvenaard.

Woordelijke schranspartij

Rachels Rokje is een woordelijke schranspartij, een koninklijk feest in Versailles, een deluxe-buffet in een Ibiziaans resort dat godzijdank al open is wanneer u ’s ochtends vroeg terugstrompelt naar uw hotel. Mutsaers’ taal swingt, rinkelt en zindert; is vederlicht en zwaluwachtig, bespeelt lettergrepen als John Coltrane zijn saxofoon. De bijdehante opmerkingen van de verteller tussendoor versterken dat vrolijke jongleren met taal, muziek, en verhaal.

Het eigenzinnige darteldrafje en de grillige capriolen van de verteller zijn vooral gebaseerd op associatief denken, waaruit steeds weer blijkt dat de betekenis van een woord nooit vaststaat maar altijd bijkomende verbindingen legt, voortdurend echoot, en zich als boomwortels of een rimpelend wateroppervlak steeds voortbeweegt. Een beetje zoals de plooien van een rokje die in de wind steeds blijven wapperen. Voor de liefhebbers: de filosofie van Jacques Derrida en Gilles Deleuze is nooit veraf in de conceptuele hutsepot van Rachels Rokje.

Liefde en chaos

Het boek heeft ook een opmerkelijke, schijnbaar verwarrende structuur: zevenendertig plooien die logisch noch chronologisch op elkaar volgen. Ook dat heeft echter een grondige reden: om zo’n onbegrijpbaar en volstrekt onlogisch ding als de liefde goed uit te leggen, moet de vorm van het boek die chaos reflecteren. Het moet vrijvormig zijn, rondfladderen, als een kind in een lunapark van hot naar her crossen, gehypnotiseerd door al die fonkelende objecten die we woorden noemen. De zwierige structuur en dito taal reflecteert op die manier de chaos in het verlammend zwaar verliefde hoofd van Rachel Stottermaus – én de bliksemschicht van de liefde die u van kop tot teen doet zinderen.

De tijdruimtelijke en verbale pingpong van Rachels Rokje is eveneens een proces tegen alle vormen van hokjesdenken, tegen wij-zij-en ik-jij-opvattingen die zo kenmerkend zijn voor burgerlijke, zogezegd beschaafde milieus. Het boek toont ons dat alle vormen van binair denken complete ficties zijn, fabeltjes die de wereld in begrijpbare, hapklare, logische brokken versnijden. De werkelijkheid is een verhaal dat we onszelf vertellen – eentje dat ettelijke malen chaotischer is dan we onszelf voorhouden, of misschien net chaotischer doordat alles zo ontzettend nauw samenhangt. Als u íéts doet deze zomer, leg u dan toe op deze tropische cycloon van Charlotte Mutsaers.

Lees ook deel 1 uit deze serie

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: