'Mijn kleine oorlog', Rudi Vranckx over 30 jaar als oorlogscorrespondent: 'Sinds de oorlog in Afghanistan heb ik het tij zien keren. Plots werden verslaggevers een prooi voor extremisten'

© Stefaan Temmerman

, door (rudi vranckx)

7

'De twee kwalen van onze tijd, islamitisch extremisme en uiterst rechts racistisch denken, hebben elkaar nodig en voeden elkaar. Sommige leiders begrijpen dat maar al te goed'

Een ongelukkige stam, zo noemde William Howard Russell, de vader van de moderne oorlogsjournalistiek, de oorlogscorrespondenten ruim anderhalve eeuw geleden. Ik heb het voorrecht om deel uit te mogen maken van die stam, nu al dertig jaar lang. Het waren intense jaren die als een roetsjbaan voorbij gevlogen zijn. Jaren vol emoties, van angst, eenzaamheid en verdriet soms om wie je kwijtspeelt, maar ook vol kameraadschap met diegenen die je lot delen. Sommige stamgenoten doen het voor de adrenaline. ‘Op gevaar van eigen leven!’ Het klinkt goed als promopraatje in het huidige medialandschap, maar ‘adrenalinejunkie’ is een scheldwoord. Je mag niet de illusie koesteren te leven van het leed en de pijn van anderen. Voor de glamour dan? Hoe leeg is dat bestaan. Ik ben er nooit in geslaagd, niet thuis en niet in de kroeg, om veel te praten over de beelden die zich voor mijn ogen hebben afgespeeld. Mijn manier is schrijven en getuigen over een werkelijkheid die, hoe onaangenaam ook, getoond moet worden. ‘We hebben het niet geweten’ is onaanvaardbare nonsens. Veruit de meeste leden van onze stam doen hun job uit menselijke bekommernis. Dat maakt ons ook kwetsbaar, meer dan de buitenwereld zou denken.

‘Bevroren in de tijd’, zo omschreef een Amerikaanse ex-collega het, terwijl hij rondliep op de redactie, met ogen die zaken gezien hebben die iemand anders toch niet kan begrijpen. Hij vroeg zich af of hij zich nog ooit verbonden zou kunnen voelen met de mensen rond zich. Terugkeren naar huis is hard, zeker de eerste jaren, wanneer alles nog nieuw is en de drug, emotie en spanning, het hardst werkt. In oorlog is alles heden, er is geen verleden en geen toekomst, enkel nu. Een Canadese psychiater, Anthony Feinstein, deed als enige een grondig onderzoek bij honderden collega’s. Daar in alle discretie werd duidelijk hoe ingrijpend dit bestaan is, hoe groot de mentale schade bij sommige. Alcoholisme, relatieproblemen, depressies, woede- en angststoornissen, posttraumatisch stresssyndroom. Toen Feinstein zijn studie uitvoerde, moest bovendien het ergste nog komen, de horror van het IS-kalifaat. Op een bepaald ogenblik had ik weet van twaalf collega’s die spoorloos verdwenen waren in dat zwarte gat. Tot de ene na de andere onthoofdingsvideo opdook. Ik wou absoluut met de moeder van Jim Foley spreken, de eerste van onze ongelukkige stam, die door IS geëxecuteerd werd. Foley was een freelancer én idealist, de meest kwetsbare groep. Zijn dood was een propagandastunt om angst te zaaien, de prijs van een leven.

'Het waren intense jaren die voorbij gevlogen zijn. Jaren vol emoties, angst, eenzaamheid en verdriet, maar ook vol kameraadschap met diegenen die je lot delen'

Sinds de oorlog in Afghanistan heb ik het tij zien keren. Plots werden verslaggevers een prooi voor extremisten als pasmunt. Voor dictators en veiligheidsdiensten zijn we vervelende getuigen die uit de weg geruimd moeten worden. Samen met Jan en Patrick, mijn team in vele oorlogen, hebben we het erover gehad. Hoe zouden we ons voelen, wat zouden wij doen in die omstandigheden? Ik trachtte het me in te beelden. Zou het mogelijk zijn om er dan zelf een einde aan te maken, om onszelf de vernedering en de pijn te besparen? Een traumapsycholoog die soldaten begeleidde, kon maar één remedie bedenken om decennialange blootstelling aan dit soort waanzin te verwerken: praten, getuigen, beschrijven van wat je ziet. Dat is ook ons werk.

Na dertig jaar ben ik niet cynisch geworden, integendeel. In dertig jaar tijd is de wereld veranderd, maar evenzeer het beroep van oorlogscorrespondent. De Golfoorlog van 1991 bracht de bombardementen met kruisraketten bijna live op het scherm. De CNN-correspondenten luidden het tijdperk van de satelliettelevisie in. De hightechwapens leverden de dood vanop afstand. Deze militaire tactiek wordt later ten top gedreven met onbemande drones. De oorlogscorrespondent moest volgen. Gedegen reportagewerk bleef belangrijk, maar instant live-verslaggeving bijna de klok rond veroverde het wereldnieuws. We waren gebonden aan omvangrijke en dure technologie ver achter het front. Maar uitvindingen gedaan met militaire doeleinden, datatransmissie, gps-technologie en satellietverbindingen bieden ook aan ons na korte tijd nieuwe mogelijkheden, nieuwe vrijheid. Tijdens de oorlog in Afghanistan kunnen we voor het eerst verslagen doorsturen van aan de frontlinie in de bergen van Jalalabad. Tien jaar later volgt de wereld rechtstreeks mee met ons wat er gebeurt op het Tahrirplein. Iedereen met een kleine camera, laptop en internetverbinding kan nu naar oorlogsgebied trekken.

 

 

'In oorlog is alles heden, er is geen verleden en geen toekomst, enkel nu'

De democratisering van de oorlogsverslaggeving is onstuitbaar. Een overvloed van beelden opgenomen met smartphones bereikt ons van Aleppo tot Mosoel. Iedereen lijkt wel oorlogscorrespondent. Maar de zoektocht naar de waarheid blijft de kern van ons beroep. Want de technologie is dan wel veranderd, de manipulatie, propaganda en leugens zijn gebleven. ‘Indien de mensen het echt zouden weten, de oorlog zou morgen al beëindigd worden. Maar de oorlogscorrespondenten schrijven er niet over en de censuur laat de waarheid niet bekend worden.’ Dit zijn niet de woorden van een of andere pacifist, maar van Lloyd George, eerste minister van Groot-Brittannië na het aanhoren van een ooggetuigenverslag door een verslaggever tijdens WOI. Het zijn woorden die ik al jarenlang meedraag. De oorlog die een einde moest maken aan alle oorlogen, een grote leugen? Toch als je het vanuit onze stiel bekijkt. Toen ik in 2003 de woestijn van Irak binnenreed, clandestien, moest ik eraan denken. Hoe het geallieerde opperbevel maar al te graag de collega’s embedded liet meereizen in het oorlogscircus. In bed met de generale staf, het klinkt obsceen. En dat is het ook, in 1914 en evenzeer na 9/11.

Gedode burgerslachtoffers ‘bij de vijand’ worden nooit geteld. Wat kan ik anders doen dan massagraven opzoeken, ziekenzalen afdweilen, dokters laten getuigen. Zo was ik in Bor, Zuid-Soedan, waar twee stammen elkaar doodhakken omdat hun leiders twisten om de macht en het oliegeld. Of in Somalië, waar religieuze fanatici terreur zaaien. Voor God, vaderland, bloed, stam... Voor het grote gelijk. Het stopt immers nooit. Wij, in onze stiel, hebben al een eeuw lang een schuld in te lossen. Dat heb ik geleerd als ik de verslagen uit vroegere oorlogen lees.
 In Syrië word ik nog dagelijks geconfronteerd met leugens. Terwijl oorlogsleed voor zich spreekt. Meer dan honderdduizend doden, miljoenen vluchtelingen, kinderen die brandbommen over zich uitgestrooid krijgen. Mensen gedood door gas, verkrampt, met het schuim op de lippen. Ik heb het gezien, ik heb erover bericht. Het helpt niet, de wereld laat betijen, er komt geen hulp. Niet de pen is machtiger dan het zwaard, maar de propaganda.

'Sinds de komst van smartphones lijkt iedereen wel oorlogscorrespondent. Maar de zoektocht naar de waarheid blijft de kern van ons beroep'

Dit is een strijd die we steeds opnieuw moeten voeren, in elke nieuwe oorlog, in elk tijdperk. Vandaag worden we bestookt door internettrollen die de zoektocht naar de waarheid bewust en systematisch ondermijnen. De aloude vraag die we ons moeten stellen blijft dezelfde: cui bono, wie profiteert ervan? Tijdens de Irakoorlog draaide de Angelsaksische propagandamachine op volle toeren. De aanleiding van de oorlog, de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein en de motieven voor de oorlog waren een leugen. Het leek wel alsof de rechten op de oorlogsverslaggeving toen verkocht waren alsof het om sportrechten voor het WK voetbal ging, alleen de grote bevriende netwerken mochten filmen op het terrein. Een schandvlek, journalistiek bedrog op wereldschaal. De waarheid werd commercie. Maar elke nieuwe oorlog is een nieuwe strijd om de geesten. Satelliettelevisie wordt ingehaald door sociale media. In Syrië worden dictator Assad en bij uitbreiding Rusland gesteund via het verspreiden van nepnieuws en vooral het vergiftigen van de geesten tegen onafhankelijke verslaggeving. Het is de allergrootste uitdaging voor die ongelukkige stam van oorlogscorrespondenten. Geloofwaardigheid is onze enige grondstof.

Wat ik koester na dertig jaar oorlogsverslaggeving, zijn niet de beelden van oorlogswaanzin, maar vooral de beelden van hoop. Kinderen die spelen tussen het puin, een kunstenaar die ondanks de waanzin schoonheid creeert. De jonge muzikanten die spelen in de hel van Mosoel. Ik herinner me levendig de vrouw die afgeranseld wordt door soldaten op het Tahrirplein, of de vrouwen die verhakkelde lichamen verzorgen in een veldhospitaal. Ik heb Amerikaanse mariniers gesproken die de slachtpartij, aangericht door eigen troepen in Fallujah, Irak, niet langer konden aanzien. Was het Shellshock, posttraumatische stress, of gewoon een geweten? De wereld nu doet me nog steeds heel erg denken aan die van een eeuw geleden. Ook in 1914 noemden ze hen ten onrechte lafaards en verraders. In de huidige tijd van sociale onbeleefdheid krijg ik soms ook van die scheldpartijen over me heen. Ik koester ze als een eretitel.

 

 

 

 

 

 

 

 

'Wat ik koester na dertig jaar oorlogsverslaggeving zijn de beelden van hoop. Kinderen die spelen tussen het puin, een kunstenaar die ondanks de waanzin schoonheid creëert'

In onze job is de verleiding groot om met de stam te zwerven van oorlog naar oorlog. Van hotel naar hotel. Van de Intercontinental in Boekarest, de Holiday Inn in Sarajevo naar Al Mansour in Bagdad of Semiramis op het Tahrirplein in Caïro. Van een legerkamp naar een safe house van de rebellen. ‘Zie je bij de volgende oorlog’ als afscheidswoorden op het feestje bij de val van Bagdad, Moebarak, Khaddafi, het Kalifaat... Telkens opnieuw, want er is altijd wel een volgende oorlog. Ik heb de stam zien groter worden bij elke oorlog. Bij de operette-invasie van Irak in 2003 waren we met tweeduizend in Koeweit, ongeduldig trappelend om te getuigen over de grootste show op aarde achter het front. Ik voelde schaamte. De meeste onder hen hadden de oorlog nooit van dichtbij gezien. Vijf jaar later, toen het failliet van de Amerikaanse politiek duidelijk werd met de gruwel van Al Qaida in Irak, bleven er nog maar enkele tientallen over om ook dit te tonen, de échte oorlogswaanzin. Voor sommigen volstaat dit avontuurlijk bestaan misschien, maar we zijn verplicht tot meer. Wij hebben ook de verantwoordelijkheid om de geschiedenis mee te beschrijven, als de eerste kroniekschrijvers van hun tijd.

De antwoorden zullen pas later echt duidelijk worden, maar wij kunnen de eerste vragen al stellen. Zitten we niet midden in een nieuwe vijftigjarige oorlog, een fase van grote omwenteling? Een conflict waarbij de bestaande wereldorde vervangen wordt door een nieuwe. De huidige oorlogen zijn de koortsopstoten van deze strijd. Het conflict dat we beleven, draait zoals altijd om macht. Zullen we het de ‘Great Game’ van de eenentwintigste eeuw noemen? Enkele patronen worden al duidelijk. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft geleid tot de vernedering en de hernieuwde nationalistische trots van Rusland. Met Poetin is een nieuwe autoritaire leider aan de macht, die niets of niemand ontziet. Het toelaten van chemische wapens, de tapijtbombardementen in Syrië, het inzetten van huurlingenlegers in Afrika, de moord op journalisten en politieke tegenstrevers zijn symptomen van die nieuwe oorlog. Tegelijk worden systematisch en gericht leugens verspreid via trollenlegers op het internet om zo westerse verkiezingen en regimes te beïnvloeden, om Europa te saboteren via Brexit en om nationalistische, uiterst rechtse krachten hun macht te helpen verstevigen in Hongarije, Frankrijk, Nederland, Italië en wie weet ook België. Dat is ook een vorm van oorlogvoering in de nieuwe eeuw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'Wij hebben ook de verantwoordelijkheid om de geschiedenis mee te beschrijven, als de eerste kroniekschrijvers van hun tijd'

Tegelijk is met de groei van China een nieuwe rivaliserende grootmacht in volle opkomst, die de hegemonie van de VS uitdaagt. Voor het eerst heb ik Chinese soldaten in Afrika aan het werk gezien, een machtsprojectie buiten Azië. Het leger volgt de economische belangen, de honger naar grondstoffen. Wat anders te denken van de nieuwe zijderoute, een immens ambitieus project van Chinese investeringen in infrastructuur en handelsrelaties tussen Azië en Europa? Misschien zien we de komen- de decennia ook nieuwe oorlogen ontstaan in de zwaarbewapende en fel gecontesteerde Zuid-Chinese Zee. Alle aanpalende landen zijn met een bewapeningsinspanning bezig die zijn voorganger niet kent. Voorlopig nog geen terreinwerk voor een oorlogscorrespondent, maar waar de wapens zich opstapelen, worden die vroeg of laat gebruikt, zo leert de geschiedenis ons.

Hoe vaak heb ik de voorbije decennia niet de vraag gekregen: is de Derde Wereldoorlog begonnen? Wanneer is het zover? Velen hebben de neiging de vorige oorlog opnieuw te voorspellen. Een derde wereldoorlog zou er dan uitzien zoals de wereldoorlogen die we nog kennen uit de vorige eeuw. Wereldwijd, met veel landen die in blok tegenover elkaar staan, met grote legers die een totale uitputtingsslag voeren. Is een nieuwe ‘wereldoorlog’ dan niet al jaren bezig? Niet tussen staten, maar een asymmetrische strijd tussen regeringen en milities, gesteund door andere staten. Wat anders is de Syrische burgeroorlog dan een regionale oorlog met afstandsbediening. Saudi-Arabië tegen Iran, Rusland tegen het Westen, islamitische extremis- ten tegen al de rest. De regio dreigt in chaos te verzinken. Libië, Syrië en Irak zijn staten in ontbinding. De enige krachten die een antwoord lijken te bieden, zijn autoritaire regimes in Egypte, Turkije of islamitische extremisten. IS en Al Qaida erkennen geen grenzen of staten en voeren strijd op alle fronten. Ook dat is de nieuwe oorlog.

'Trollenlegers verspreiden systematisch leugens op het internet om zo westerse regimes te beïnvloeden. Dat is ook een vorm van oorlogvoering in de nieuwe eeuw'

Toen ik met deze stiel begon, geloofde ik echt in de kracht van journalistiek. Indien we de werkelijkheid tonen, problemen aankaarten en leugens en wantoestanden ontmaskeren, zouden eerbare leiders van de wereld een betere plaats maken. Ik ben tenslotte opgegroeid met de verhalen over Watergate. De Amerikaanse president Nixon moest aftreden en mede dankzij dappere reporters en een anti- oorlogsbeweging werd de Vietnamoorlog beëindigd. Waar staan we nu? In het Witte Huis zetelt een man voor wie het woord ‘eerbaar’ het laatste is om aan te denken. Voor Donald Trump zijn ‘waarheid’, ‘verzinsel’ en ‘leugen’ inwisselbare begrippen. Wij zijn allemaal fake news geworden. En in Syrië, het Vietnam van mijn generatie, bewijst dictator Assad elke dag dat geweld en oorlogsmisdaden lonen. Het eerste oorlogsslachtoffer is de waarheid. Het is de lijfspreuk van heel wat oorlogsjournalisten, maar slechts een deel van de werkelijkheid. Ook het humanitair recht, de Rechten van de Mens, worden mee begra- ven. Sinds de oorlog tegen de terreur na 9/11, hebben we de uitholling van rechten via de Patriot Act gezien. In de gevangenis van Guantanamo worden ‘strijders’ zonder vorm van proces opgesloten, de normen voor ondervragingstechnieken vervagen en folteren wordt aanvaardbaar. De CIA organiseert geheime transportvluchten met gevangenen en ‘black sites’, gevangenissen als zwarte gaten waarin mensen verdwijnen. Met drones worden vijandelijke strijders vanop grote afstand uitgeschakeld in landen als Jemen en Pakistan waar zelfs officieel geen oorlog mee gevoerd wordt. Het lot van toevallige burgerslachtoffers verdwijnt in de vergeetput. ‘Een nieuw soort oorlog vraagt nieuwe methodes’, luidt het excuus.

'We leven in het tijdperk van polarisering, van wij tegen zij'

Het is gemakkelijk om verslag uit te brengen als je er niet zelf bij betrokken bent, als de oorlog zich ver van je bed afspeelt. Dan leveren wij oorlogscorrespondenten een spannend product af voor onze kijkers en lezers. Maar wat als de dreiging dichterbij komt? Samen met de stijgende betrokkenheid dikt de oorlogsmist verder aan. De voorbije twee decennia zijn de grenzen dan ook stelselmatig verlegd. Niet dat daar geen aanleiding toe is. De wereld wordt steeds chaotischer en de strijdende partijen aan de andere kant van het front, de vijanden zeg maar, respecteren geen regels. Dan groeit de verleiding om de regels van het internationaal recht, die anders wel zouden gelden, te negeren. Chemische wapens, de horror van IS die via het internet verspreid wordt, oorlogspropaganda in de vorm van fake news, blinde terreur in eigen land... De gevaren en uitdagingen zijn groot, en daarmee ook de verleiding om de kortste weg te kiezen. Die weg zet echter niet alleen het humanitair recht onder druk, maar ook onze eigen westerse rechtsstaat. Het is de weg van de ontmenselijking, van oog om oog en tand om tand. De voorbije jaren zijn er te veel rapporten verschenen van Amnesty International, van Human Rights Watch, van Artsen Zonder Grenzen... Noem ze maar op, de organisaties die overal ter wereld getuigen over de verschrikkingen van oorlog en de misdaden die er begaan worden tegen de menselijkheid. De bewijzen, de onthullingen: het zijn er te veel om nog langer te negeren.

Wat ik zelf in Mosoel heb kunnen aanschouwen en wat zich in Raqqa heeft afgespeeld, is symbolisch. Dezelfde burgers die IS gebruikte als levend schild, werden vervolgens zonder onderscheid ‘opgeofferd’ door ‘bevriende’ milities en tijdens de bombardementen van onze eigen coalitie. Amnesty International noemde het een vernietigingsoorlog. De oorlogen van de laatste jaren hebben ons moreel besef aangetast. Het oorlogsrecht, zo lijkt het wel, ligt mee begraven in het ‘kalifaat’, in de massagraven van Mosoel en Raqqa. ‘A la guerre comme à la guerre’, zo klinkt het dan. Ik begrijp die emoties. Ik ben het er zelfs deels mee eens; ik heb intussen genoeg gezien en meegemaakt. Maar dan moeten we die guerre wel voeren volgens de regels van onze eigen rechtsstaat. Onze waarden, onze mensenrechten en onze waarheid. Want waarvoor vechten we anders nog? Oorlogen zijn m’n werkterrein en het geweld daar is een waarschuwing voor hoe snel het kan ontaarden. Denk aan het lot van Joegoslavië. Dan vrees ik dat het rot ook in onze samenleving zit. We leven in het tijdperk van polarisering, van wij tegen zij. De ‘andere’ is terug en overheerst elk debat, elke verkiezing. De oorlogsvluchteling wordt een profiteur wiens leed ondergeschikt is aan ons ongemak, ‘een gelukzoeker’ klinkt het smalend in de tweets.

 

 

 

 

 

 

 

 

'De oorlogen van de laatste jaren hebben ons moreel besef aangetast. Het oorlogsrecht, zo lijkt het wel, ligt mee begraven in het ‘kalifaat’, in de massagraven van Mosoel en Raqqa'

Soms zijn het gelukzoekers, uiteraard. Weg uit de oorlog, weg uit de droogte omwille van het klimaat, weg uit de armoede. Maar mogen we nog een onderscheid maken? De zaken juist benoemen en vervolgens een menswaardige oplossing zoeken? Wie een drenkeling helpt, wordt een bondgenoot van een mensensmokkelaar, wie het internationaal recht wil laten respecteren, een wereldvreemde rechter. Journalisten worden geïntimideerd. Elke nuance verdwijnt. Angst zaaien jegens de ‘andere’ is het topproduct van de eenentwintigste eeuw in de politieke supermarkt. Feiten en oplossingen liggen in de uitverkoop. Ik weet als historicus en als oorlogscorrespondent dat elke oorlog wordt gevoerd met twee wapens: haat en angst. We worden bedreigd, omsingeld, overspoeld. De ‘andere’ treft schuld, wordt minder mens, vervolgens een onmens, om tenslotte uit te monden in... Na de eerste dode, is de volgende makkelijker. Zonder angst en haat kan je geen oorlog voeren. De verspreiders van haat en de angstzaaiers zijn de oorlogsmisdadigers van morgen.

'Zonder angst en haat kan je geen oorlog voeren. De verspreiders van haat en de angstzaaiers zijn de oorlogsmisdadigers van morgen'

De twee kwalen van onze tijd, islamitisch extremisme en uiterst rechts racistisch denken, zijn spiegelbeelden van elkaar. Beide hebben elkaar nodig en voeden elkaar. Sommige leiders begrijpen dat maar al te goed, je vindt ze zowat overal, ook in Europa. Ze spelen met cocktails van nationalisme en religie. Sociale media zoals Twitter vormen een perfecte en directe megafoon, schelden de voertaal. Het wordt soms vergoelijkend een cultuurstrijd genoemd, het is een strijd om macht. Macht met welk doel? Een betere wereld? Ook journalistiek streeft een doel na, maar dat doel is niet macht. De enige macht die ikzelf mijn hele leven heb nagestreefd is die naar de vrijheid om te kunnen getuigen.

 

 

 

 

 

 

 

‘Mijn kleine oorlog’ van Rudi Vranckx verschijnt op 26 september bij Horizon.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: