Joost de Vries - Vechtmemoires

, door ()

2
Vechtmemoires

Het vertrekpunt is een omstandige verkenning van de ironie – een nu al klassiek essay, dat eindelijk Mulisch’ onvolkomen ‘Het ironische van de ironie’ als ijkpunt kan vervangen. De Vries definieert ironie als een ‘relativering ten opzichte van jezelf’: een uit (zelf)kennis geboren houding die controle en superioriteit uitdrukt. Maar die zelfbewuste attitude impliceert ook afstand, en daar valt zelden iets voor te zeggen. En ze impliceert ook een negatie, en Joost de Vries is een positieve, nieuwsgierige en vrolijke jongen – dat laatste hielp ’m naar eigen zeggen trouwens op z’n 24ste aan een baan bij De Groene Amsterdammer, dat andere onafhankelijke weekblad van de lage landen. De conclusie is dan ook onverbiddelijk: ‘Als je iets wilt bouwen, kan ironie nooit je materie zijn.’

Vervolgens toetst De Vries zijn bevindingen aan diverse, meestal culturele fenomenen van vandaag. Daarbij gaat zijn bijzondere belangstelling uit naar het eeuwige spel met rollenpatronen tussen man en vrouw, en hoe zelfbewustzijn en ironie een fnuikende werking kunnen hebben. Het beste illustreert De Vries de door kennis en ironie veranderde wereld misschien nog in de twee titelessays, aan het begin en aan het slot van het boek. In het openingsstuk haalt de schrijver herinneringen op aan vechtpartijen met zijn broer in zijn kinderjaren, het slotstuk is het verhaal van zijn deelname, samen met diezelfde broer, aan een re-enactment van de slag bij Waterloo. Zijn vroegste gevechten waren echt, zijn heldendaden bij Waterloo gefingeerd. En toch: allemaal even authentiek en gespeend van ironie. En altijd en overal formuleert De Vries soepel en toegankelijk, persoonlijk en doorleefd — ‘Vechtmemoires’ overrompelt: een knock-out in 19 essays.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: