Paul Auster - Brooklyn dwaasheid

, door ()

Deel
2582_catalogue_3756_detail.jpg

Sinds 9/11 is er aan het New Yorkse firmament iets meer plaats voor sterren, en dat geldt voor schrijvers net zo goed: Paul Auster, in de jaren tachtig en negentig nog 'Kafka op sneakers' genoemd, moet tegenwoordig wedijveren met het beangstigende talent van Jonathan Safran Foer ('Extreem luid en ongelofelijk dichtbij'), en krijgt in zijn eigen borough Brooklyn stevige concurrentie van Jonathan Lethem ('De burcht van eenzaamheid'). Aangezien de auteur van onder meer de 'New York Trilogy' en 'Orakelnacht' zijn jongste worp eerst in het Nederlands laat verschijnen, kan het Dietsche volk nu al, maanden voor het thuispubliek, lezen of Auster nog iets te vertellen heeft. En wat blijkt? Na de - weliswaar erg vlotte - lectuur van bijna driehonderd pagina's vol liefdes & levenspijnen blijkt dat de 'wereldprimeur' amper meer is dan business as usual.

Laat ik eens een fantastische openingszin schrijven, moet de auteur gedacht hebben - anders was hij 'Brooklyn dwaasheid' (De Arbeiderspers) niet begonnen met het statement: 'Ik was op zoek naar een plek om rustig dood te gaan.' Aan het woord is Nathan Glass, een uitgebluste verkoper van levensverzekeringen die lijdt aan longkanker. Eén van zijn vele zwakke plekken is zijn lichte verliefdheid op Marina, een Porto Ricaanse dienster in een restaurant waarvan de naam zowel de ambities als het sentiment van zijn bedenker verraadt: het laat zich meteen raden dat de Cosmic Diner later in het boek het toneel zal worden voor een gewelddadige uitbarsting van Marina's jaloerse vriend. Een halsketting, Nathans clandestiene cadeau aan haar, moet er bij die gelegenheid op de volgende wijze aan geloven: 'Enkele steentjes glipten eraf en stuiterden op het formica tafelblad, andere kwamen in zijn handpalm terecht en terwijl hij opstond en wilde vertrekken, smeet hij ze in mijn gezicht.'

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: