Leo Pleysier - De trousse

, door ()

Deel
2549_catalogue_3723_detail.jpg

Ik maak me zorgen om Leo Pleysier. We kennen hem allemaal als een Kempenzoon die koppig, noest en onverstoord voortdoet; dag in dag uit, door weer en wind, in goede en slechte tijden verzamelt hij aantekeningen, probeersels en aanzetjes tot zich, na verloop van tijd, onder zijn handen een boek begint af te tekenen. Dat levert jaarlijks gemiddeld een stuk of zestig bladzijden op, of een boek om de twee à tweeënhalf jaar. Op dat gestage ritme publiceerde hij sinds '89 zijn gelauwerde vijfdelige familiekroniek (van 'Wit is altijd schoon' tot 'Volgend jaar in Berchem') en, vorig jaar nog, de autobiografie-in-scherven 'De dieven zijn al gaan slapen'. Er moet iets mis zijn met Pleysier, want nauwelijks een jaar later is er al een nieuw boek: 'De trousse'.

Ik haal er mijn goede vriend Van Dale even bij: 'trousse (de;-s) in vakken verdeeld etui voor gereedschappen, chirurgische instrumenten enz.' Die trousse overhandigt zuster Astrid op haar sterfbed aan zuster Roza, die een novelle lang het wedervaren van haar vriendin en zichzelf vertelt. Beiden zijn Vlaamse missiezusters in een ziekenhuis in India. Na de dood van Astrid blijven nog drie 'Oude Belgen' over: behalve Roza zuster Lutgarde en zuster Gilberte. Zij dienen onder een Indiase overste in een genationaliseerd ziekenhuis.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: