Leo Pleysier - De dieven zijn al gaan slapen

, door ()

Deel
2488_catalogue_3662_detail.jpg

Toen de familiekroniek van Leo Pleysier anderhalf jaar geleden in een cassette verzameld werd, was duidelijk dat de schrijver het na 'Wit is altijd schoon', 'De kast', 'De gele rivier is bevrozen', 'Zwart van het volk' en 'Volgend jaar in Berchem' over een andere boeg wilde gooien. Makkelijk is anders, tenslotte had Pleysier meer dan tien jaar dag in dag uit geleefd met de in zijn hoofd gonzende stemmen van familieleden. 

Zijn vijf familieportretten resoneren dan ook in 'De dieven zijn al gaan slapen', een nagelnieuwe verzameling notities over uiteenlopende onderwerpen. In de afdeling 'De ogen, de oren, de haren, de vingers, de tanden, de tenen' out Pleysier zich als een immer registrerende almacht: 'Ik heb altijd alles gezien en alles gehoord. Ik ben altijd en overal op mijn qui vive. Waarom dat zo is (en waar ik het vandaan heb) weet ik niet, maar het alarm is permanent. Vierentwintig uur op vierentwintig branden de zoeklichten en gaan de sirenes.' Bagdad is er niks tegen.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: