James Baldwin - Niet door water, maar door vuur/Als Beale Street kon praten

, door ()

3
a1

De voormalige Amerikaanse president Barack Obama leest James Baldwin (1924-1987), net als acteur Samuel L. Jackson, popfenomeen Janelle Monáe en de Haïtiaanse filmmaker Raoul Peck, die in 2016 met ‘I Am Not Your Negro’ een op zijn teksten gebaseerde documentaire heeft gedraaid. Oscarwinnaar Barry Jenkins presenteerde onlangs op het filmfestival van Toronto zijn verfilming van diens roman ‘If Beale Street Could Talk’. Meer dan dertig jaar na zijn dood is de Afro-Amerikaanse intellectueel, romanschrijver en essayist populairder dan ooit. Dat zijn ideeën over ras, religie en seksualiteit zich in hashtagtijden vlot laten vertalen naar Instagram-klare citaten doet daar zeker geen kwaad aan, maar het maakt ze niet minder pertinent.

Toen James Baldwin in 1948 de Verenigde Staten voor Parijs verruilde omdat Amerika een maatschappij was ‘die op genadeloze wijze en op alle mogelijke manieren duidelijk maakte dat je als mens geen sikkepit voorstelde’, was hij nog lang niet de gerespecteerde schrijver die hij later zou worden. Maar hij had wel al een paar essays gepubliceerd die van hem één van de belangrijkste zwarte stemmen uit de 20ste eeuw zouden maken. In Parijs werkte hij aan zijn semiautobiografische debuut ‘Go Tell It on the Mountain’ (1953), hij bundelde zijn belangrijkste essays in ‘Notes of a Native Son’ (1955) en publiceerde de door de homo-erotische inhoud controversiële roman ‘Giovanni’s Room’ (1956).

Die boeken werden allemaal eerder al in het Nederlands vertaald, maar uitgeverij De Geus maakt van ’s mans hernieuwde populariteit gebruik om ook het non-fictiewerk ‘Niet door water, maar door vuur’ (1963) en de roman ‘Als Beale Street kon praten’ (1974) in nieuwe vertalingen van Harm Damsma beschikbaar te stellen. Dat een vertaling onvermijdelijk het product van haar tijd is, bewijst de toelichting waarin de vertaler de discussies over het gebruik van de woorden wit, blank, zwart en neger uitgebreid uit de doeken doet. Het zijn geen onbelangrijke aanpassingen, want Baldwins beste bijdragen zijn snoeiharde analyses van het racisme dat lang niet alleen onder witte puntmutsen door Amerika waarde.

In het gepast getitelde ‘Niet door water, maar door vuur’ (s)preekt Baldwin met het vuur van de christelijke voorganger die hij in zijn jonge jaren was. Het zijn de uit zijn eigen ervaringen geboren frustraties die zijn non-fictie haar dwingende directheid geven, en het is zijn redenaarstalent dat de even heldere als ongemakkelijke waarheden over zwart zijn in Amerika – en daarbuiten – er eloquent en genadeloos inhamert. Tegelijkertijd maakt zijn retoriek, die soms nodeloos zijsporen bewandelt, van zijn essays weleens een lyrisch kluwen waarin je de treffendste passages zelf maar tot een coherent geheel aan elkaar moet zien te knopen.

Waar ‘Niet door water, maar door vuur’ soms te lijden heeft onder de onduidelijkheid, heeft ‘Als Beale Street kon praten’ last van het omgekeerde. Daar zit Baldwins overduidelijke aanklacht tegen raciale onrechtvaardigheid het verhaal over een jong koppeltje – hij opgesloten, zij zwanger – geregeld in de weg. De schrijver kent de straten waarin hij zijn romance situeert goed, en hij heeft zelf vaak genoeg het verkeerde einde van een matrak gezien om te weten hoe dagelijkse onderdrukking aanvoelt. Maar waar hij je in zijn non-fictie door zijn eigen ogen laat kijken, weet hij in zijn romans, of althans in ‘Als Beale Street kon praten’, een zekere afstandelijkheid niet te vermijden. Hoe groot zijn empathie ook kan zijn, Baldwin is op zijn best wanneer hij vanuit zijn eigen ervaringen schrijft. De 15-jarige vertelster, een zwanger zwart tienermeisje in het Harlem van de seventies, fungeert dan ook vooral als buikspreekpop voor de activistische, en hier en daar ook ronduit seksistische, ideeën van haar schepper.

Wat ‘The Godfather’-auteur Mario Puzo in 1968 al beweerde, namelijk dat Baldwins reputatie meer wordt gerechtvaardigd door zijn essays dan door zijn fictie, is vandaag nog steeds waar. Als zijn literatuur tijdloos genoemd mag worden, dan vooral omdat de politionele misbruiken die hij erin op de korrel neemt, blijven plaatsvinden.

Dat de essayist James Baldwin opnieuw veel wordt gelezen, is hoopgevend. Dat het vooral komt omdat de racistische realiteit in zijn boeken en artikels volstrekt hedendaags klinkt, is verontrustend.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: