Lucia Berlin - Avond in het paradijs

, door ()

5
Avond in het paradijs

In 2015 bracht uitgeverij Lebowski met ‘Handleiding voor poetsvrouwen’ een bloemlezing uit het werk van Lucia Berlin. De Amerikaanse schrijfster, lerares, verpleegster, telefoniste, schoonmaakster en alcoholiste liet in 2004 te weinig gelezen het leven, maar mocht ruim tien jaar na haar dood plots collega’s als Lydia DavisAnnelies Verbeke en Maartje Wortel tot haar grootste fans rekenen.

In zijn voorwoord bij ‘Avond in het paradijs’, een nieuwe verzameling kortverhalen van Berlins hand, schrijft haar oudste zoon Mark dat zijn moeder ‘ware verhalen’ schreef: ‘Ze zijn niet per se autobiografisch, maar ze zitten er vrij dicht in de buurt.’ Wie ‘Welkom thuis’, de tegelijkertijd gepubliceerde collectie memoires, familiefoto’s en brieven, naast de fictie legt, ziet meteen dat hij niet overdrijft. Daar is het adobehuis met het zinken dak waar ze twee kinderen heeft grootgebracht zonder stromend water, daar is de naar Camel-sigaretten, Bay Rum-aftershave en Jack Daniel’s ruikende opa, en daar zijn ook de alledaagse leugens over de drugsverslaving van haar man. Het vrouwenleven dat zich in verschillende verhalen met verschillende protagonisten aftekent, loopt opmerkelijk gelijk met het leven van de moeder van vier die de verhalen ’s nachts, het glas whisky binnen handbereik, optekende. ‘Onze familieverhalen en herinneringen zijn geleidelijk zozeer omgevormd, verfraaid en bewerkt dat ik niet meer zeker weet hoe alles in die dagen echt is gegaan,’ schrijft Mark. Om eraan toe te voegen dat moederlief dat absoluut niet erg vond: ‘Het gaat om het verhaal.’

Die verhalen zijn in ‘Welkom thuis’ even precies gecomponeerd als in de bundels. Ze maken het onderscheid tussen feit en fictie ook volstrekt irrelevant, want Berlin doet in de autobiografische schetsen van de plekken waar ze als kind en jonge vrouw heeft gewoond, hetzelfde als in haar vertellingen: de werkelijkheid inpakken met hartverscheurend heldere zinnen, en er een strik van tragikomische details en gevatte observaties rond binden. De jeugdherinneringen, anekdotes en plaatsbeschrijvingen uit de eerste helft van ‘Welkom thuis’ behoren tot het mooiste wat Berlin ooit op papier heeft gezet. De beelden uit het familiearchief die erbij geplaatst zijn, doen er afbreuk aan door met hun fotorealistische stelligheid kleurloos in te vullen wat de schrijfster met woorden zo gedetailleerd weet op te roepen. En de selectie brieven die er voor autobiografische factcheckers aan is toegevoegd, maakt het alleen maar erger. De manische stem die tegelijkertijd alles ‘te gek’ vindt én verzuipt in zelftwijfel, mag gretig glurende lezers dan wel een inkijkje bieden in de ziel van de vrouw achter de schrijfster, ze klinkt nergens even geestig, gevat of (wee)moedig als die van de schrijfster achter de vrouw.

Dan liever de verhalen uit ‘Avond in het paradijs’, waarin Berlin ontroert met de stille existentiële wanhoop van een huisvrouw (‘Kersenbloesemtijd’), prikkelt met de dronken dialogen van twee ex-echtgenotes (‘De vrouwen’) of kriebelt met de korte komische impressie van een tooggesprek (‘De Pony Bar in Oakland’). Niet elk verhaal hakt er even hard in, maar telkens als je denkt dat de allerbeste verhalen al verzameld werden in ‘Handleiding voor poetsvrouwen’, snijdt Berlin die gedachte de pas af met een achteloos geformuleerd aforisme, beneemt ze je de adem met een vrolijk bevreemdende vergelijking of zorgt ze er met een onverwachte maar onontkoombare slotzin voor dat je je afvraagt of nu écht de laatste grote, onterecht vergeten schrijver herontdekt is.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: