Stephen Fry - Helden – De grote avonturen uit de Griekse mythologie

, door ()

Deel
Helden – De grote avonturen uit de Griekse mythologie

Als er al negatieve kritiek kwam op Stephen Fry’s hervertelling van de Griekse mythen en sagen, dan was het wel dat de Britse acteur, journalist, dichter, komiek, presentator, filmregisseur en auteur zo weinig heldenverhalen in zijn bundel had opgenomen. ‘Alsof je Shakespeare hervertelt zonder Hamlet, Othello, Lear, Julius Caesar of Romeo en Julia,’ zo liet een verontwaardigde recensente van The Guardian zich ontvallen. Zij kan haar hart ophalen met ‘Helden’, want daar is Herakles die de stallen van Augias uitmest, daar is Orpheus die afdaalt in de onderwereld om er zijn geliefde Eurydice terug te eisen, daar zijn Theseus en de Minotauros en daar zijn ook Jason en zijn Argonauten.

De helden, goden, oerwezens en andere aan de klassieke Griekse fantasie ontsproten creaturen treden met zovelen tegelijk aan in Fry’s vervolg op zijn succesboek, dat de ‘Wie is wie’ achterin ruim veertig pagina’s in beslag neemt. Maar Fry is een uitstekend verteller, en anders herinnert de immer flegmatieke gentleman ons er in een ludiek terzijde wel aan dat het hem zelf ook duizelt wanneer de doorgaans flink incestueuze relaties van de oude Grieken weer eens voor ingewikkelde stambomen zorgen. Die terzijdes tekenen de stijl van Fry. Wie een exhaustief notenapparaat vol geleerde verwijzingen naar obscure studies verwacht, is bij de bekende Brit niet aan het juiste adres. Er zijn wel voetnoten, maar Fry gebruikt ze liever voor persoonlijke anekdotiek en opmerkingen over golden showers, Milky Way-repen en Mick Jagger. Tot spijt van wie zijn Griekse kost het liefst zo klassiek mogelijk geserveerd krijgt, duikt in ‘Helden’ ook al eens een intergalactische levensles van Jedi-filosoof Yoda op naast wijsheden van Homeros, Apollodorus, Ovidius of Sophocles. Fry springt nog vrijer om met zijn bronnenmateriaal dan in ‘Mythos’ en legt, net als de Griekse komedieschrijvers die hem zijn voorafgegaan, goden en gewone stervelingen de heerlijkste dialogen in de mond. De terloopse vermeldingen van Adele, Luciano Pavarotti, Lady Gaga, Kendrick Lamar, Harry Potter en de Hulk zullen misschien enkele gediplomeerde wenkbrauwen doen fronsen, maar met zijn vlotte stijl en tongue-in-cheekhumor rukt Fry de verhalen uit de versteende handen van de classici om ze terug te geven aan het volk.

Noem de man echter niet te gauw een populist. In tijden waarin politici woorden als Onze Cultuur met een hoofdletter plegen uit te spreken, brengt de schrijver de mythen en sagen die mee aan de oorsprong van die cultuur liggen, als verhalen die pleiten voor de inclusie en diversiteit waar verdedigers van Onze Normen en Waarden zo bang voor zijn. Fry zet zijn feilloze gevoel voor de echo’s van de eeuwenoude mythologische materie in om te bewijzen dat ze niets van haar relevantie verloren heeft. Als bezield doorgeefluik van wat simpelweg spannende verhalen zijn, dwingt hij niemand tot een expliciet politieke lezing, maar de LGBTQ-activist in hem vergeet niet om fijntjes te vermelden dat zelfs testosteronbom Herakles, ‘zoals de meeste oude Grieken’, graag van twee walletjes at. Belangrijker is het feit dat Fry erin slaagt om histories die je al in honderd verschillende variaties gezien en gehoord hebt, te presenteren als frisse, grappige, levendige en uiterst leesbare verhalen. Stephen Fry is een held.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: