Louis Boeckmans - De laatste getuige: Hoe ik Breendonk en Buchenwald overleefde

, door ()

11
De laatste getuige: Hoe ik Breendonk en Buchenwald overleefde

De titel van Boeckmans’ kampverhaal is een tikkeltje misleidend. De 95-jarige oud-verzetsstrijder is niet de laatste Belgische kampoverlevende, maar wel ‘de laatste die zijn verhaal nog aan jongeren en andere geïnteresseerden vertelt’. Daar heeft hij lang mee gewacht. ‘Ik wilde er niemand mee lastigvallen,’ klinkt het onthutsend op de eerste pagina. Pas sinds 2004 werkt de oorlogsgetuige mee aan documentaires, laat hij zich interviewen door de pers en brengt hij delen van zijn verhaal in boekvorm. Dat verhaal is ontstellend. Op 11 juli 1944 werd de jongeman uit Tessenderlo gearresteerd door de SS. Het was het begin van een helletocht die hem van het Gestapokantoor in Hasselt naar het fort van Breendonk, en van daaruit naar Buchenwald en de ondergrondse werkkampen van Dora bracht. Daar werd hij volgens het SS-motto ‘vernietiging door arbeid’ aan het werk gezet en mishandeld. Het dieptepunt van Boeckmans’ lijdensweg moest dan nog komen: de dodenmars die hem naar het schip op de Elbe zou brengen. Wanneer Boeckmans kort daarna door het Zweedse Rode Kruis gered wordt, weegt hij nog 38 kilo.

Net geen 75 jaar na zijn arrestatie laat Boeckmans zijn volledige oorlogsgeschiedenis optekenen door historicus Pieter Serrien. Die koos ervoor om de twaalf chronologische hoofdstukken waarin Boeckmans vertelt hoe hij de Tweede Wereldoorlog meemaakte, af te wisselen met evenveel duidende historische delen. Die omschakeling is telkens perfect getimed en waar Boeckmans doet verstommen met persoonlijke details, laat Serrien feiten en cijfers genadeloos spreken. Boeckmans doet naar adem happen in passages zoals die waarin hij beschrijft hoe hij zonder aarzelen een mus opeet, ‘rauw en met de beentjes er nog in’. Bij Serrien zijn het de onvoorstelbare getallen die tot nadenken stemmen in kurkdroge zinnen als ‘Naar schatting 800.000 gevangenen ondergingen deze dodelijke voettochten. Een kwart miljoen kwam daarbij om.’

Waar zijn geheugen hem in de steek laat, vult Boeckmans samen met Serrien de gaten met fragmenten uit getuigenissen van kampgenoten. Mannen als Boeckmans’ broer Joseph, Karel Daems, Albert Van Hoey, Léonard Van Loy, Omer Plaquet, Jozef Reynders, Staf Sannen en Jacob Vanuytvange deelden Boeckmans’ lot en lieten hun ervaringen al eerder op schrift stellen. Hoe erg het ook mag klinken, kampliteratuur is al sinds kort na de oorlog een genre geworden, en binnen dat genre is ‘De laatste getuige’ niet meteen het meest filosofische of meest literaire boek. Die pretentie heeft het ook niet. De kracht van Louis Boeckmans’ getuigenis zit in de confronterende persoonlijke herinneringen. Dat die vastgelegd werden, is hoe dan ook waardevol. Ook al schreven onder anderen Primo Levi, Elie Wiesel, Tadeusz Borowski, M.S. Arnoni, Imre Kertész, Jean Améry en Tobias Schiff stilistisch betere boeken, elke stem die wordt toegevoegd aan de bestaande kampliteratuur werpt welkom licht. Al was het maar om de beulen die geloofden dat de geschiedenis van de concentratiekampen door hen geschreven zou worden, telkens weer ongelijk te geven.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: