Guy T’Sjoen, Joz Motmans & Ilse Degryse - Het transgenderboek

, door ()

15

Dat een endocrinoloog een in hormonen gespecialiseerde arts is, wordt pas halverwege ‘Het transgenderboek’ uitgelegd, en in de verklarende woordenlijst is het beroep van Guy T’Sjoen nergens te bespeuren. Het is een detail, maar niet het enige, en beter begrip begint bij beter begrijpen. Een boek dat wil sensibiliseren, moet ook helder en toegankelijk informeren. De hoofdstukken die daartoe dienen, zijn door het stugge taalgebruik vol vaktermen niet meteen een grote hulp, maar het bijwijlen beschuldigende toontje van de auteurs staat echt begrip nog meer in de weg dan de soms al te ingewikkelde zinnen.

‘Als je niet geraakt wordt door de verhalen in dit boek, moet je wel van steen zijn,’ vangt ‘Het transgenderboek’ aan, en zo blijven zowel de professoren als sommige transgenders hun lezers bejegenen als ongevoelige onwetenden. Alsof het volstrekt onmogelijk is om oprecht mee te voelen en je tegelijkertijd af te vragen of hormonale behandelingen en risicovolle geslachtsoperaties de beste oplossingen zijn voor het psychische en fysieke lijden dat sommigen ervaren.

Maar goed, als we al van steen zijn, dan toch niet van keihard graniet, want het blijkt inderdaad knap lastig om niet getroffen te worden door bijvoorbeeld het verhaal van Liam Van Kerckhoven, de 21-jarige transman die zijn puberteit doorbracht met depressies, zelfmoordgedachten en oneigenlijk gebruik van breekmesjes. Als hij eindelijk medisch geholpen wordt bij zijn transitie, loopt er zoveel fout bij de operaties dat hij nog steeds in therapie is om de trauma’s te verwerken. Toch besluit Liam dat zijn lichaam goed is zoals het nu is: ‘Het zal nooit perfect zijn, maar ik ben tevreden.’ Anders klinkt het bij Yann V., die al jaren sukkelt met zijn erectieprotheses en gelooft ‘dat je nooit helemaal gelukkig kunt zijn als je als transgender geboren wordt’.

Wat vooral opvalt aan de persoonlijke verhalen in ‘Het transgenderboek’, is dat ze níét stuk voor stuk hartverscheurend zijn. De ouders van Nora Monsecour, die model stond voor het tienermeisje in Lukas Dhonts drama ‘Girl’, vertellen open en bloot over hun angsten en twijfels tijdens de transitiejaren van hun kind, jaren die ze zelf als een rouwperiode omschrijven. En Yelle Goosens, de eerste transman in België die zijn eigen kinderen heeft gebaard, is doodeerlijk over de gemengde reacties op zijn zwangerschappen. Als Guy T’Sjoen, Joz Motmans en Ilse Degryse met hun verhalen meer empathie willen kweken, dan slagen ze hier wonderwel in hun opzet. Maar net als sommige getuigen heeft ‘Het transgenderboek’ een fluïde identiteit, en dus volgt op elke ontboezeming ook een hoofdstuk met klinische folderpraat uit de wachtkamer van het ziekenhuis. De spreidstand is vaak iets te groot.

‘Het transgenderboek’ wil tegelijkertijd een steunpunt zijn voor ouders, partners, kinderen en collega’s, een infopunt voor iedereen die zich in de term transgender kan vinden én een eindpunt voor achterhaalde maatschappelijke ideeën en beelden. Het pleidooi voor meer diversiteit in denken en doen is oprecht en belangrijk, maar de uitwerking is soms te droog en de toon soms te belerend.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: