Oek de Jong - Zwarte schuur

, door ()

Deel
a1

‘Zwarte schuur’ is onder andere een kunstenaarsroman. Maris Coppoolse is bekend in binnen- en buitenland: er komen wel achthonderd mensen opdagen voor zijn overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Ook geen toeval dat hij schilder is: Oek de Jong, die kunstgeschiedenis heeft gestudeerd, heeft een stevige band met de schilderkunst – hij schreef boeiende essays over Rembrandt en Caravaggio. Wanneer hij Coppoolse een painter’s block laat overwinnen door de confrontatie met het 16de-eeuwse Isenheimer altaar van Matthias Grünewald, steunt hij op eigen ervaring: dat werk overdonderde hem bij de eerste aanblik in Colmar, haast twintig jaar geleden. Zo heeft De Jong nóg eigen herinneringen in de plot van ‘Zwarte schuur’ verweven: een uitputtende zwemtocht in de zee bij La Gomera bijvoorbeeld, of z’n kennismaking met het Amsterdamse junkmilieu van de jaren 80. Niet dat ‘Zwarte schuur’ daarmee een autobiografisch boek wordt, maar het zegt iets over zijn werkwijze: De Jong is sterk in het ontleden en plaatsen van ervaringen en situaties, om te beginnen de zijne.

‘Zwarte schuur’ is onder andere ook een huwelijksroman. Maris is al vele jaren met Fran. Ze heeft een drukbezochte tent in Amsterdam en twee kinderen uit een eerder huwelijk. Zijn relatie met haar zit op een dood spoor, als je anderhalf jaar zonder seks zo mag samenvatten. Een jong vel zit nu eenmaal strakker, zo ziet Fran dat, en ze ontwaart concurrenten: Laura, assistente van Maris én single, of Albertina, bewonderaarster van Maris’ werk én snel van aanpak – ‘Mag ik je schuur bekijken?’ Hun bitse gesprekken leveren goeie romankopij op, en het vermoeden van een slechte afloop.

Behalve de liefde komt ook de dood aan de orde – Oek de Jong is er de schrijver niet naar om grote thema’s uit de weg te gaan. ‘Zwarte schuur’ is vooral een roman over de onmogelijkheid een jeugdtrauma te verwerken. Of is dat uiteindelijk toch mogelijk? Op z’n 14de maakt Maris in een zwarte schuur iets mee met een vriendinnetje wat op haar dood uitloopt. Even moet hij naar een tuchtschool, maar er zijn ook levenslange gevolgen: schuldgevoelens, depressies – een troebele plas van emoties die een bron is voor zijn kunstenaarschap. Zelfs intimi als zijn stiefkinderen weten er niet van. Tot, naar aanleiding van de overzichtstentoonstelling, een journalist met het verhaal uitpakt met een framing die hem tot moordenaar maakt.

Het dwingt Maris tot een terugblik, en de roman wordt een overzichtsexpositie van zijn leven. We leren het wat eenzelvige Zeeuwse jongetje kennen dat de magie van het tekenen ontdekt en meisjes ver weg houdt; de jonge kunstenaar die doorbreekt en die dan toch een relatie begint met de zoekende ziel Sigi (‘Hij veranderde zijn leven, voor haar’: zo veeleisend is de liefde). We krijgen een glimp van zijn jaren in Amerika, zien hem zijn crisis als schilder overwinnen en rust vinden bij Fran. Zij heeft, zo wordt langzaamaan duidelijk, voor hem gekozen omdat ook zij met schuldgevoelens zit rond de dood van de vader van haar kinderen, een donjuan die Raf heet.

‘Kun je opnieuw beginnen?’ is de vraag die telkens weer opgeroepen wordt. Kan de schilder die vastgelopen is, een nieuw pad vinden? Kan Maris maar beter opstappen uit zijn koude bed? Kan hij de schuldgevoelens om een dood meisje achterlaten? ‘Zwarte schuur’ is het antwoord.

‘Zwarte schuur’ is een klassieke roman die put uit de wereld van vandaag – Google Maps doet ook even mee. Het is een ingenieus bouwwerk van een bekwaam constructeur. Het is een zoektocht vol verrassingen naar wat er speelt in de diepere krochten van de kunstenaar Maris Coppoolse. ‘Een boek missen als je het uit hebt,’ schreef Oek de Jong eens, ‘dat is de mooiste liefdesverklaring aan een roman.’ Ik mis ‘Zwarte schuur’.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: