Bent Van Looy - Yours Truly

, door ()

1
a1

De sympathieke anglofiel groeide als kool en maakte carrière in de popmuziek. En bij de televisie, op de radio, in de mode, in tekenfilms, als schrijver en in het langeafstandswandelen. Terwijl hij eigenlijk schilder van opleiding is. Niemand die de grondlaag zo mooi kan aanbrengen als Bent.

Men kan als de eenvoudige boerenlul die wij allemaal zijn – ja, ook jij daar, smalle – niet anders dan jaloers zijn op die Van Looy. Met zijn gat in een vat vol talent gevallen, rijgt hij schijnbaar moeiteloos al jaren allerlei uiteenlopende successen aan elkaar, onderwijl zijn ook voor statutaire hetero’s begeerlijke fysiek hullend in stijlvolle plusfours en foulards van dure merken. En hij heeft al zijn haar nog! Some guys have all the luck.

Ook zijn muzikale parcours is eclectisch, en leidde hem na de hoogdagen van Das Pop en drummen bij Soulwax tot een solocarrière aan het handje van Jason Falkner, ooit stichtend lid van Jellyfish en van meer markten thuis dan een doorsnee politicus dezer dagen. Zo speelde hij bas op nagenoeg de hele ‘Who Built the Moon’ van Noel Gallagher. Daarnaast werkte hij met Beck, Air en Primal Scream en schreef hij de arrangementen voor ‘Much Against Everyone’s Advice’ voor Soulwax. Mét de drummer met wie hij nu al aan zijn derde plaat zit. Ronder kan een cirkel niet zijn.

Voor de derde keer zit Falkner dus achter de knoppen bij Van Looy: een muzikaal huwelijk, zowaar. De plaat is opgenomen in Los Angeles, maar dat hoor je niet. Van Looy mag opnemen in Verweggistan, hij zal altijd klinken als Van Looy. Dat is een kwaliteit, maar tegelijk een klein probleem. Zijn door ongetwijfeld indrukwekkende sinussen aangejaagde neusstem herken je uit de duizend, maar niet iedereen valt ervoor.

‘The Open Road’ ging de plaat vooraf en is door toetsen gedreven, licht melancholische sierpop, met een refrein dat duidt op rusteloosheid: ‘I fall down and I get up, I know my world is not enough.’ Al snel blijkt dat Bent op deze plaat iets heeft met de ukelele, la guitarette des pauvres. Ze leidt de dans op het beste nummer, ‘Wrong Before’, dat springt en stuitert en een prijswinnend refrein heeft. Had zo op één van de beste platen van The Kinks kunnen staan. Verderop zijn de Engelse referenties dezelfde als altijd: bovengenoemde Kinks, Bowie, Pulp, The Kooks en nog minstens een handvol anderen.

Breed gearrangeerd, vaak aangejaagd door een hevige piano of zoemend orgel. Het is een aangenaam plaatje, maar niet gevaarlijk. De tristesse die je in sommige nummers proeft, is draaglijk, niet dodelijk.

Men luistert, men drinkt een kopje thee, men eet een scone. Tevreden knorrend leunt men achterover. Soms is mooi niet genoeg.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: