Solange - When I Get Home

, door ()

38
solange

When I Get Home is geen A Seat At The Table, hoewel de plaat de dromerige esthetiek van die bejubelde voorganger verder uitdiept. Verwacht geen expliciete maatschappijkritische thema’s of pakkende bespiegelingen over racisme en cultural appropriation zoals op Solanges cultclassic ‘Don’t Touch My Hair’. De nieuwe songs gaan over hoe we als mensen door de jaren veranderen. Over wat we meenemen uit onze jeugd en hoe we vervellen naarmate we ouder worden. Daarvoor keert Solange terug naar Houston, de Amerikaanse stad waar ze opgroeide.

Door de kaart van de nostalgie te trekken, ontworstelt Solange zich gewiekst aan de torenhoge verwachtingen waarmee ze werd opgezadeld als rolmodel voor de door de verrechtste maatschappij verontwaardigde (gekleurde) millennials. A Seat At The Table kon men met wat goede wil beschouwen als een fluwelen, maar daarom niet minder potente tegenhanger van Kendrick Lamars To Pimp A Butterfly: een album dat getuigde van een rijke verbeelding, dat zijn Afro-Amerikaanse wortels tot diep in de geschiedenis liet teruglopen en daaruit emotionele bespiegelingen putte die de ziel van een naar verandering snakkende Generatie Y beroerde.

Therapie

Op When I Get Home zegt Solange Knowles simpelweg: “Ho maar! Ik moet eerst even dubbelchecken waar ik ook weer vandaan kom vooraleer ik weer met jullie op de barricades klim.” Dat betekent geenszins dat het jonge zusje van Beyoncé ons enige black empowerment bespaart. Zie: ‘Almeda’, een samenwerking met The-Dream en Playboi Carti, waarop ze een aantal karakteristieke eigenschappen (en clichés) van en rond mannen en vrouwen met Afrikaanse roots oplijst. “Brown liquor / Brown sugar, brown braids / Black skin / Black Benz, black plays / Black molasses, blackberry the masses”, klinkt het met een kwinkslag. Zo heeft u een reden om nog eens een bezoekje te brengen aan Urbandictionary.com.

Maar het is de liefde voor Houston en haar jeugdjaren die When I Get Home domineren. Solange groeide er op met een vader die een ambitieuze zakenman was en een moeder die een kapsalon uitbaatte. Geldzorgen hadden ze tijdens Solanges prilste kinderjaren niet, tot pa Matthew Knowles besloot zijn job op te geven en Destiny’s Child te managen, de meidengroep van zijn oudste dochter Beyoncé. Daar kwamen financieel onstabielere tijden van, evenals een huwelijkscrisis. De jonge Solange doorwroette die periode in de schaduw van haar alsmaar beroemder wordende zus. Hun conflicten werden met therapie beslecht waarin de meisjes leerden aandachtiger te zijn voor elkaars gevoeligheden. Van hun ouders erfden ze een onwrikbaar geloof in het eigen kunnen.

Wild Wild West

When I Get Home stelt Solanges terugkeer naar weleer bijgevolg voor als een heroïsche, haast mythische queeste. “Ik heb een pelgrimstocht ondernomen naar de pagode van Third Ward Houston om antwoorden te vinden”, schreef ze op Blackplanet.com, naast foto’s van weidse landschappen, van danseressen in cowboy-outfit - tja, we hebben het nu eenmaal over Texas -, acrobatische paaldanseressen en poëtische Wild Wild West-symboliek. “We were wild and entertained”, zingt ze in de jazzy downtempotrack ‘Down With The Clique’. “Goin’ the whole day, bound to come undone, brown and brown.” Een song vol romantische onschuld, zoals ook in het tedere ‘Dreams’: “I grew up a little girl with / Dreams, dreams, dreams / Dreams, dreams, dreams.”

In die twee bovengenoemde liedjes klinkt Solange als een hemelse mix van Janet Jackson en Aaliyah, twee door haar aanbeden supersterren die op deze plaat als nooit voorheen door haar stem schemeren. Ook ‘Way To The Show’ vertimmert zwoele nineties r&b maar stoelt die op klepperende, behoedzaam aan trap refererende ritmes. Typisch voor Southern hiphop: als de beats er een prominente plek opeisen doen ze dat rücksichtslos en overrompelend assertief. In ‘Stay Flo’ menen we zelfs een flardje te ontwaren uit ‘I Got 5 On It’ van Luniz (die bas-synth!) maar dat zal wellicht wishful thinking zijn.

Kneepje in de wang

Toch zijn het de weeë, licht psychedelische synthlandschappen die veel van deze composities domineren. Het duurt bijgevolg even vooraleer deze nummers onder de huid kruipen. Hun zwijmelende klankarchitectuur ligt er in die mate dik op dat de hooks zich pas na verschillende luisterbeurten in je trommelvlies nestelen. Ook al omdat Solanges hese fluisterzang eerder een melodie suggeréért dan dat ze de noten kordaat bij het nekvel grijpt. Geen wonder dat ze voor deze plaat veel naar Joni Mitchell luisterde: nog zo iemand wier stem eerder als sigarettenrook door een song kringelt dan er zich netjes in te nestelen. De fantastische signature sounds van Solanges uitstekende gekozen producers en muzikanten zwengelen de hypnose verder aan. Zowel jazzmannen als Chassol en Steve Lacy van The Internet als popjongens zoals Pharrell en Dev Hynes of de rappers Earl Sweatshirt en Tyler, The Creator wenden hun skills verrassend gedisciplineerd aan, geheel in functie van Solanges floue universum.

When I Grew Up is voor Solange enigszins wat Compton was voor Dr. Dre en wat ‘Good Kid, M.A.A.D. City’ was voor Kendrick Lamar. Het is de verwondering over de gemaakte reis. Een kneep in de eigen wang. Trots en nederigheid verstrengeld in een funky chill out. En nu? Opnieuw de barricades op?

‘When I Grew Up’ is uit op Columbia/Sony

Voorbeluisteren

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: