Raketkanon - RKTKN#3

, door ()

1

De eerste paar keren ga je nog op je gezicht: geschaafd krabbel je recht. Na wat volharding rij je je eerste blokje rond. Na enkele blokjes ben je verslingerd. Zo rij ik al een kleine week rond met ‘RKTKN#3’, en als onze relatie zo blijft evolueren, winnen we straks samen de Tour.

Schrijven over muziek is even zinnig als dansen over architectuur, zei Elvis Costello. Beroepshalve ben ik niet snel geneigd hem gelijk te geven, maar met Raketkanon riskeert een mens al eens zonder tegenargumenten te zitten. Teksten? Zijn er niet. Pieter-Paul Devos zingt nog altijd in een brabbeltaaltje waarvoor je in allerijl naar de dichtstbijzijnde kinderarts zou lopen, mocht je peuter die uitslaan. Soms meen je iets te verstaan in het gekerm, en ga je nog wat aandachtiger luisteren. Vaak vergis je je. Muziek? Er is een drummer die een wiskundesom oplost die alleen hij kan zien, maar die altijd tot na de komma klopt. Er is een gitaar die nu eens streelt en dan weer bijt, die weigert solo’s te spelen en vaak gewoon de mix induikt. Eroverheen: een vuilbekkende, blèrende synthesizer die klinkt alsof ze voor reparatie opgestuurd werd en terugkwam met een briefje: ‘Niet te redden. Stuur alstublieft niet opnieuw op. Gewoon vernietigen. Snél.’ Songtitels dan? Ook die verraden niets. Raketkanon houdt ook op zijn derde plaat de grap vol om alle nummers eigennamen te geven: ‘Harry’, ‘Lou’, ‘Ernest’. Er is deze keer ook een Fons bij.

Bij momenten lijkt ‘RKTKN#3’ op z’n twee voorgangers: openingsnummer ‘Ricky’ zou een neef kunnen zijn van ‘Florent’, die dezelfde plaats innam op ‘RKTKN#2’. ‘Lou’ is een valse trage zoals alleen Raketkanon die maakt, en ook de manier waarop ‘Fons’ en ‘Ernest’ neerzijgen om na defibrillatie weer schreeuwend overeind te springen roept milde herkenning op. De echte evolutie zit net in de extremen, die op ‘RKTKN#3’ nóg een stukje verder komen te liggen: waar hun bestaansreden voorheen vooral in het rood lag, weet Raketkanon nu meer dan ooit munt te slaan uit de luwte. In ‘Mélody’ figureert er zowaar een akoestische gitaar, en niet als brandhout: het resultaat dobbelt mee om de titel van sterkste nummer. Maar net wanneer je vreest dat ze zichzelf serieus beginnen te nemen bij Raketkanon, volgt ‘Hannibal’: een getoonzette migraineaanval, met in de hoofdrol een luchtalarm dat vast is komen te zitten in een hakkelende vleesmolen. Na de eerste keer kun je niet anders dan lachen, maar wie het waagt om nog eens op play te klikken hangt eraan.

‘Al wie geen sluitende argumenten tegen ketelmuziek heeft, is Raketkanon een faire kans verschuldigd. Ze zijn iets op het spoor’: met die conclusie bleven we achter na ‘RKTKN#2’. Vier jaar later hebben ze ‘iets’ gevonden: het bungelt bloedend tussen hun tanden, en ze staan ermee voor uw deur. Doet u open?

 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: