Tool - Fear Inoculum

, door ()

146
vrijbeeld

Knipogen naar het ­Verre Oosten, ook dat hebben ze nog gedaan, via de tabla van drummer ­Danny ­Carey. De elektronica klinkt als een ­Stanley ­Kubrick-film die gaat beginnen. Pas rond minuut vier komt in dat graasland een roofdier piepen. De tekst ‘My own / Mitosis / Growing through / Delusion from mania’ ketst op me af. Zeg nu zelf: ‘Mijn ­eigen kerndeling groeit door…’ Ach, laat maar. De finale is overweldigend, maar te kort.

Samengevat: tijdens de eerste tien beluisteringen bood de song me geen Tool-gangetje dieper down the rabbithole. Maar, en nu komt het, ik mocht onlangs – na mijn schoudertas en gsm te hebben afgegeven, met alleen pen en papier – in de kantoren van de platenfirma één keer naar de nieuwe Tool luisteren. Is de stereo van Sony Music zoveel beter dan de mijne? Had ­iemand iets in mijn koffie gedaan? Geen idee waarom, maar ik voelde me door de opener voor het eerst echt weggetrokken worden, op superprofessionele wijze.

Het bracht me uiteraard nog meer bij volgende vraag: hoeveel procent van de rest van de plaat kan ik absorberen in één luisterbeurt? Het is – zeker bij een groep die alleen groeiplaten maakt – een compleet absurd idee.

Feiten. Geen van de zeven songs klokt af onder de tien minuten. Geen enkele song komt meteen ter zake, terwijl Tools strafste werk (’Sober’, ‘Stinkfist’, ’The Grudge’, ‘Jambi’) je meteen in de houdgreep heeft, om je daarna niet meer te lossen. ‘Descending’ wordt in- en uitgeleid door golven. ‘Culling Voices’ lijkt de eerste minuten op een tokkelballade uit de folkwinkel. ‘Chocolate Chip Trip’ is een gong, tegentonen en elektronica waarmee een funky (maar duidelijk blanke) drummer in de clinch gaat.

Terwijl Tool vroeger zo lang mogelijk op een steeds grotere spiraal surfte en dan alles losliet, ligt de nadruk nu op de haast uit mekaar gemixte instrumenten, en op het volledig stilleggen en gestaag weer opbouwen van songs.

Alles klinkt beredeneerder en minder afgronddiep. Positief: ook het zijdezachtste is geen postrock of shoegaze, het is Tool. Minder goed: het beenhardste is er amper bij. Als u net als ik altijd een beetje bij ‘Aenima’ uit 1996 bent blijven hangen, dan zult u zich moeten troosten met afsluiter ‘­7empest’.

Uiteraard kunnen niet alle zanglijnen, riffs en wendingen even overweldigend zijn, maar ze zijn op het eerste gehoor samen vier sterren waard. Of de vijfde ster aan het flikkeren gaat, dat zien we binnenkort wel.

Lees hier onze vijfsterrenrecensie van Tool op Rock Werchter 2019

Voorbeluisteren

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: