Noordkaap - Feest in de stad

, door ()

Deel
813_catalogue_1985_detail.jpg
De rock heeft een raakpunt met de veehandel: het komt er wel eens op aan het publiek een hengst te verkopen. Als je 'Feest in de stad' van Noordkaap hoort, krijg je er namelijk een, en van de weer­omstuit schiet je één gedachte te binnen: hun element is onmisken­baar live. Niemand zal er Lars Van Bambost ooit van kunnen beschul­digen dat hij ter hoogte van de rock het gitaarspel heeft geïnnoveerd, maar hij kent er wel deksels goed het alfabet van, en de ene doet al wat meer met dat alfabet dan de andere. In wezen is Noordkaap soliede, goedgespeelde harde rock, en een mens weet dat er op aarde nogal wat soliede, goedgespeelde harde rock bestaat. Maar als je daar dan Stijn Meuris aan toe­voegt, ontstaat er iets dat ver­dacht veel op een eigen identiteit begint te lijken. Meuris had, indien hij onder een slecht gesternte ge­boren was, van dat hoge, alle hard rock verziekende hulpgeroep-wegens-te-krappe-jeans kunnen voortbrengen, en in zulke omstan­digheden waren zowel hij als z'n bandje vee! banaler geweest. De zangstijl van Meuris is niet aan knellend kruis te wijten: hij zingt als een doorleefde tragediespeler, terwijl zijn wereld hem insluit in een onheilspellend opera-decor. Kortom: zijn hart gutst omdat het kàn gutsen. 'Kwaad zonder een reden / haal me weg / ik ben nooit tevreden', kermt hij in 'Rücksichtlos', de beste song van de plaat: een aardige samenvatting van de onderliggende motor van alle rock 'n' roll, en dus ook die van Noordkaap. Die stuwende over­gave gekoppeld aan pulserende slagaders en Leidenschaft, om eens een goed Limburgs woord te gebruiken, zit in haast alle songs: zeker in het woest zwoegende 'Stil verdriet', het waarlijk wan­hopige 'De telefoon weent', en de op de snelle vernietiging van merg en been berekende lellen 'Dans met mij' en 'Sta me bij'. Soms wordt er wat trager aan het leven geleden: in de zeer aan­schouwelijk gemaakte malaise 'Feest in de stad' bijvoorbeeld, en ook in het lamento amoroso 'Kippevel'. De meeste songs gaan over liefde, maar dan zonder rozegeur of maneschijn: liefde, onver­getelijke vrienden, is namelijk een oud zeer, en zo hoort ze in goeie songs bezongen te worden.

Het is bekend dat Meuris lang geleden, toen Noordkaap al enigs­zins bestond, geobsedeerd was door de scheepvaart en het zee­mansleven en ook wel door loco­motieven en kaartjesknippers. Het jongensboek 'Drie knapen en een lekke trekschuit' en het naslagwerk 'Spoorboekje' waren hem niet in de kouwe kleren gaan zit­ten. Hij ging daar zelfs conceptu­eel over denken. Van die periode zijn nog sporen (ook toevallig!) te vinden op 'Feest in de stad': 'Muiterij aan boord' is mooi dra­matisch, er zit een accordeon en een schijntje Brel in, en de keyboards van Serge Feys deinen als dreven ze in het ruime sop, maar toch: dit nummer wijkt sterk af van de algemene stijl van de plaat. 'Pacific naar m'n hart' loopt als een trein, maar dat soort boogie vermag mij, een eenvoudig geble­ven forens, niet naar ongekende verrukkingen op te zwepen. 'Pa­ris Texas' evenmin: te veel ar­tistieke sfeerschepperij en bijbeho­rende voordrachtkunst. 'Regen en ruïnes', dat ook een beetje wei­gert in het geheel opgenomen te worden, is dan weer wel zeer mooi: John Cale voor Nederlandstaligen verklaard. En dan is er natuurlijk nog 'Arme Joe', dat u kent en dus ook fantastisch vindt; de plaat opent overigens met een Nino Rota-achtige, verdacht licht­voetige fanfare-versie van deze eens zo belachelijke Tura-klassieker ('Feestfanfare').

Maar eventjes serieus nu: 'Feest in de stad' is geen wereld­plaat, maar het is wel een belovend debuut, en voor Noordkaap zeker een goeie reden om schaam­teloos tussen de Kecks en The Scene in te gaan staan.

Voorbeluisteren

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: