Concertreview: The Cure (Hammersmith Apollo, Londen)

, door ()

319
TheCureVrij

De Hammersmith Apollo is een legendarische concertzaal op mensenmaat – capaciteit: hooguit drieduizend man – waar de klank nagenoeg perfect is en het zicht op het podium ideaal, door de lichtjes afhellende vloer. De sfeer komt er in halve liters, net als de lager.

Dertig jaar geleden speelde The Cure hier ook al, na het verschijnen van 'The Top'. Het album stond ook nu centraal en werd zelfs volledig gebracht. Een kunstje dat The Cure in 2002 al eens opvoerde met de eerste Trilogy-concerten, toen 'Pornography' (1982), 'Disintegration' (1989) en 'Bloodflowers' (2000) integraal en de nummers zelfs in de juiste volgorde werden gespeeld – in Vorst moet het geronnen bloed van de passage van destijds nog altijd van het plafond worden geschraapt.

In 2014 stond een tweede reeks Trilogy-concerten gepland, met deze keer 'The Top' (1984), 'The Head On The Door' (1985) en 'Kiss Me Kiss Me Kiss Me' (1987) in de hoofdrol. Bovendien zou dit jaar ook een nieuw album verschijnen, '4:14 Scream', de langverwachte opvolger van het in 2008 uitgebrachte '4:13 Dream'. Maar een personeelswissel – gitarist Porl Thompson werd vervangen door oude Bowie-getrouwe Reeves Gabrels – besliste er anders over. Smith had plots geen zin meer om een – nochtans volledig gemixt – album uit te brengen van een groep die niet langer bestond.

Maar zelfs zonder nieuwe plaat en met een uitgedunde Trilogy raakten de drie kerstconcerten die The Cure deze week in de Apollo speelde gemakkelijk uitverkocht, wat deed vermoeden dat de zaal gevuld zou zijn met Robert Smith-klonen, uitgerust met Turtelboom-kapsels en meer mascara dan tijdens Aalst carnaval. Dat bleek nogal mee te vallen: anno 2014 trekt de groep een publiek van twintigers tot vijftigers, die vestimentair niet meer per se hoeven te lijken op hun idool. Sterker nog: naast ons stond een bonkige Brit, die het hele concert zijn tienjarige zoon op zijn rug vastgesjord hield. 'Dertig jaar geleden zag ik hier zelf mijn eerste concert – van The Cult. Nu doe ik hetzelfde voor mijn zoontje'. Ook aardig: gothic Britten met een kerstmuts op. Om maar te zeggen: de sfeer zat goed.

Maar wat met de muziek? Ook die zat goed, drie uur lang. In plaats van een nieuwe Trilogy bracht The Cure een riant overzicht uit hun oeuvre – ook goed. Wat in dit geval neerkwam op 41 songs, verdeeld over een setlijst die afgesloten werd middels vier (!) bisrondes. Kijk, met zulke Springsteeniaanse omstandigheden maak je een uitverkochte Apollo blij.

Over die lange setlijst kunnen we vreemd genoeg kort zijn: die benaderde de perfectie. Van veeleer onbekend werk ('The Empty World', 'Bird Mad Girl' of het zelden gespeelde 'Man Inside My Mouth') tot de regelrechte hits. En dat zijn er nogal wat. Hoogtepunten galore: aftrappen met 'Shake Dog Shake' en vervolgens 'A Night Like This', 'The Caterpillar', 'The Walk' en 'In Between Days' vooraan in de set, met in het peloton 'Friday I'm In Love', het woord na woord meegezongen 'Pictures Of You', 'Lullaby', 'Lovesong', 'Just Like Heaven' en het ronduit magistrale 'One Hundred Years', het enige nummer uit 'Pornography' – kiezen is schrappen, zullen we maar zeggen.

Wat tijdens de set opviel was dat The Cure – met Robert Smith in een wel erg chatty mood, inclusief een grapje hier en daar – echt elk nummer op het scherp van de snee speelde. Bij hen geen gedoe, maar telkens de ambitie om ieder nummer te brengen alsof het beter moest zijn dan gisteren. In de hoofdrol duidelijk bassist/spelverdeler Simon Gallup – voorzien van een rood Clash-sjaaltje en de bas als vanouds ergens ter hoogte van de knieschijven hangen – en Reeves Gabrels, die er tegenwoordig uitziet als Jean-Marie Aerts ten tijde van TC Matic met een ontploft Einstein-kapsel. Enfin, slaat u de foto's op Google er maar op na. Die attitude, samen met een haast onberispelijke klankmix, helpt als je een onvergetelijke show wil neerzetten. We noemen dat: vakmanschap.

Na goed twee uur volgden de bissen. Bij de mindere goden hebben we het dan over twee, hooguit drie extra nummers. Niet zo bij The Cure: omdat er nog wat parels te strooien waren, kwam de groep terug voor maar liefst achttien encores, goed voor opnieuw anderhalf uur spelplezier. Een vijfde van de extra's bestond uit een dik kwartier 'Seventeen Seconds', met achtereenvolgens 'Three Imaginary Boys', 'M', een door de volledige zaal mee-gewowoowd 'Play For Today' en uiteraard 'A Forest', waarbij de rillingen in rotten van drie over onze rug trokken.

Halfweg de tweede bisronde – de bas van Gallup bevond zich intussen ergens ter hoogte van zijn enkels – noteerden wij nog een bijzonder fris gespeeld en bloedmooi gezongen 'Charlotte Sometimes': tristesse uit de eighties gebed in de melancholie van vandaag. Hadden wij ballen, we zouden iets schrijven over 'samengeknepen' en 'uit de strot komen'.

Eindigen deed The Cure met nog wat overgebleven hits in de vorm van 'Never Enough' en 'Fascination Street', waarna een hattrick volgde met opvallend uitbundige versies van 'The Lovecats', 'Close To Me' en 'Why Can't I Be You'. Na 'Boys Don't Cry' kregen we nog een toepasselijk 'Hey You' mee als coda, een niemendalletje op 'Kiss Me Kiss Me Kiss Me': 'Hey you / Yes you / You're the one that looks like Christmas / Come over here and kiss me / Kiss me'.

We weten vooralsnog niet wat Eppo en Chokri deze zomer van plan zijn, maar als wij Pukkelpop waren: we zouden eens bellen. De deluxe-versie van The Cure in Kiewit, dat scheelt in de programmering toch snel een groep of twee minder op de mainstage. Just like the old days.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: