Morrissey (Ancienne Belgique)

, door ()

44
morrissey
© Belga Image

Hij begon met een fel ‘Suedehead’. Dan volgden ‘Alma matters’, ‘Speedway’, ‘Ganglord’, ‘Throwing my arms around Paris’, ‘Staircase at the university’, ‘World peace is none of your business’ en ‘Oboe concerto’. Hij speelde lang en veel, maar te vaak te obscure en minder goeie songs. Je kan niet anders dan gefrustreerd raken als hij obscure B-kantjes of covers wel speelt en hele happen uit de somptueuze Smithscatalogus én zijn eigen indrukwekkende arsenaal niet. Godzijdank wel mijn favoriet ‘Now my heart is full’, en als het applaus na afloop een indicatie was, dan zaten meer mensen daar op te wachten.

Ondertussen gaf Morrissey beleefd en galant handjes aan zowat iedereen op de eerste rijen. Hij was niet vies van een monkelende stunt op z’n tijd. Eén keer verwisselden alle muzikanten van instrument: Boz Boorer (vanavond aan het publiek voorgesteld als ‘Brigitte Bardot’) drumde, Morrissey speelde tamboerijn, Gustavo zong. Overigens stelde Morrissey zichzelf voor als ‘I am Small’. Niet waar, hij is eerder groot, ik schat 1.85m.

‘The bullfighter dies’ werd aangekondigd als ‘And now a song about the shame of Spain’. Op het videoscherm werd een schilderij geprojecteerd van de omgekeerde wereld: een stier die de toreador doorspietst in plaats van andersom. Ook mooi was het zelden gespeelde ‘Will never marry’. En zoals de laatte jaren vaak was de afsluiter een nog steeds imposant en meedogenloos ‘Meat is murder’. Niet de beste versie, en ik kon het niet aan die verschrikkelijke beelden in de lange video over slachthuizen en andere dierenleed nogmaals te bekijken, in tegenstelling tot Morrissey, die ‘m al honderd keer moet gezien hebben, maar die niettemin ostentatief met z’n rug naar het publiek ging staan, ogen onafgebroken op het scherm gericht. ’t Was niet de beste versie, net zoals heel het concert een tikkeltje onaf was, maar hij heeft natuurlijk gelijk: ‘Meat is murder… KFC is murder… That turkey you festively slay is murder…’

Ik stond te dicht tegen de boxen, maar er zijn slechtere manieren om doof te worden dan naar Morrissey luisteren. Toch was het soms té luid, en niet perfect gemixt. Eén bis: een mooi ‘Every day is like Sunday’, dat de laatste jaren ‘There is a light that never goes out’ vervangt. Zoals vaker trok hij z’n zwarte hemd uit en wierp het in het publiek – een relikwie waarop iemand binnen honderd jaar een nieuwe godsdienst sticht.

Het concert opende en sloot met Klaus Nomi op de band, eerst het sinistere ‘Wayward Sisters’ en aan het eind ‘Death’, Nomi’s bewerking van Purcells 'Dido & Aeneas', met die verkillende bezwering ‘Remember me but forget my fate’. We zien Morrissey hier de laatste tijd vaak, vier keer op amper een paar jaar tijd, maar na zijn kankeralarm vorig jaar kan elke keer de laatste zijn. Hopelijk niet, want hij is simpelweg onvervangbaar: haast al zijn tijdgenoten zijn minder intelligent, minder charismatisch, minder welbespraakt, minder getalenteerd en minder moedig dan hij.

Ik heb Morrissey al veel beter gezien dan gisteren in de A.B., maar kruimels van zijn tafel zijn nog altijd beter dan parels van een ander. En hij is consequent: in de hal stond een door te veel mensen genegeerde stand van PETA en Gaia, en de souvenirstand verkocht T-shirts met opschrift ‘Be kind to animals or I’ll kill you’. In de zaal waren discreet microfoons opgehangen, wellicht voor de opname van een live cd.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: