Kamasi Washington (AB)

, door ()

74
kamasi washington

Of voluit: 'I was there toen Kamasi Washington en z'n zevenkoppige band The Next Step het eerste van twee uitverkochte concerten in de AB Club speelden.'

Mocht u in deze lichtelijk gepimpte stopfrase uit 'Losing My Edge' van wijlen LCD Soundsystem - het van ironie en zelfspot zinderende lijflied der muzieksnobs - enige schadenfreude detecteren: 't is geheel en al onterecht. We hadden graag gezien dat u wat minder lang getreuzeld had om tickets te bestellen, dat u het nieuws dat de tenorsaxofonist uit Los Angeles deze contreien zou aandoen niét stoemelings gemist had, en vooral, dat u samen met ons al maandenlang van de daken schreeuwde dat z'n driedubbele plaat 'The Epic' een hartverscheurende proeve van duizelingwekkende genialiteit is. Feit is dat dit de eerste én laatste kans was om jazzcat Washington aan het werk te zien in een club van zakformaat; onze kop eraf als z'n volgende concerthalte niet minstens de carrure van Jazz Middelheim zal hebben.

Want face it: het handvol nummers dat onze favoriete veelkleurige kaftandrager in de AB bracht, en waarvoor hij werd bijgestaan door een lightversie van het muzikantenleger dat meewerkte aan 'The Epic', viel slechts met één adjectief te beschrijven - machtig. Of nee, we vergeten 'abondant', 'genereus', 'veelkantig' en 'speels'. Men kon ze allemaal tegelijk bezigen, zowel voor opener 'Change of the Guard' als voor hekkensluiter 'Cherokee', en zelfs voor 'Abraham', een grillige onuitgebrachte funkstamper van contrabassist Miles Mosley, een naar de grote Miles Davis vernoemde topper die eerder het podium deelde met Joni Mitchell, Lauryn Hill en Chris Cornell. Voor dat laatste nummer haalde Washington trouwens een special guest van achter het merchandisingstandje: z'n vader Rickey Washington, in de jaren zeventig nog zanger en fluitist bij een funkgroep, hier strak in het gelid toeterend op de sopraansaxofoon. Er zat ouderwetse swing in, kosmische gekte, ongebreidelde Sturm und Drang, onversneden liefde, maar bovenal: 't was een wild stromende rivier vol groots en meeslepend leven.

Hadden Kamasi en z'n maats een ander setje tracks gekozen; was trompettist Ingmar Thomas meegekomen en trombonist Ryan Porter thuisgebleven; had Ronald Bruner Jr., broer van de geweldige Thundercat en één van de twee aanwezige drumbeesten, moeten afzeggen wegens buikloop of een ingegroeide teennagel; was de piano bemand geweest door de genaamde Cameron Graves in plaats van de zo heerlijk infernaal grimassende Brandon Coleman; had zangeres Patrice Quinn een losse snijtand gehad: u had in alle gevallen een compleet ander concert gezien, maar het was niet minder fabuleus geweest. Omdat deze jazztroepen altijd en overal naar de sterren en beyond reiken, of alleszins naar een plek voorbij tijd en ruimte waar geen spervuur uit Kalasjnikovs weerklinkt, en de enige gangbare strijdkreet 'Make love, not war' luidt.

Of Kamasi Washington ooit zal worden bijgezet op de eretribune van Prez en Diz en Bird en Trane en Monk en Newk valt nog te bezien, maar wij zetten alleszins veel geld op 'm in. Tip: zorg dat u minstens één keer 'I was there' kunt zeggen. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: