The New Wave Of Belgian Jazz (dag 4) (Ancienne Belgique)

, door ()

31
Taxiwars
© Anton Coene

Bij het woordje ‘nieuw’ denken wij ook aan new beat. Als culturele beweging en modeverschijnsel had Belgische jazz internationaal nooit dezelfde impact als de Erotic Dissidents en zo. Maar het is al dertig jaar geleden dat die met hun konten draaiden en het ritme voelden, de Antwerpse Ancienne Belgique overleefde niet als muziektempel en Ronny Harmsen is geen hotte dj meer. Voor AB-sounds te horen moeten we tegenwoordig dus naar Brussel, en de enige overblijvende van die zalenreeks ligt in de buurt waar vroeger in het Alhambra dansorkesten als Waikiki’s en Les Minstrels van jetje gaven, en waar je voor goede muziek ook in de boîte Cosmopolite terecht kon.

Vanavond klinkt de funk dance- jazz van houtblazer Vincent Brijs en zijn luitenanten ook verre van slecht. Wacky keys en slappende baslicks begeleiden de saxofoonuithalen van Brijs. Hoewel de Antwerpenaren zich soms in pschychedelischer vaarwater begeven, speelt fusion het grootste deel van de tijd vrolijk haasje-over met afrojazz. Booty shakin’ time denken we dan, maar aan de ingang heeft iemand blijkbaar een plakkaat gehangen met daarop ‘Swing tanzen verboten’. Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841, bespeelde Adolphe Sax zijn uitvinding vanachter een gordijn, maar Brijs verstopt zich geenszins. Hij is duidelijk de voorman en een getalenteerd muzikant, maar echt vonken geeft BRZZVLL dus niet.

 Dat is jammer, want het zevental heeft goede saxofonisten in huis. Even groot als Sax zullen die wellicht nooit worden, want de Dinantenaar prijkt nog steeds op een briefje van tweehonderd oude Belgische frank. In het Canvas-programma ‘De Grootste Belg’ uit 2005 eindigde hij ook op een zeker niet onverdienstelijke twaalfde plaats. En last but not least; twee jaar geleden publiceerde Google een Doodle ter gelegenheid van zijn 201ste geboortedag.

“De geschiedenis van Belgische jazz begint met de saxofoon”, wordt wel eens gezegd, en daarom is het schrikken als we in de Club de speeltjes van The Mechanics zien. Gitaren? Check. Een bas, drumstel, synth en zotte melodica? Check. Maar nergens een saxofoon. Toch hebben percussionist Eric Thielemans en co. geen schijt aan de verleden tijd, want met hun debuut ‘Are Dancing In Your Head’ bengen ze ode aan de Meester in De Vrije Jazz Ornette Coleman. Net zoals alleskapotmakers James Chance and the Contortions en Mars dat vroeger deden, deconstrueert Thielemans muzikaal werelderfgoed, om daar dan iets nieuws op neer te poten. “This is not a song”, roept Rudy Trouvé. Een Moog gorgelt, plectrums bekrasselen zes snaren, trommels bonken totdat vanonder dat gruis de melodielijn van Colemans ‘Theme from a Symphony’ opkringelt. De vijf blijven jengelen, en geven een lekker feedbackende versie van 'Out of Lovetown' en een wazige van ‘Powercut Blues’ weg. Heel straf, maar niet de hele tijd.

De Beren Gieren zijn dat wél. In 3D en tussen drummer Simon Segers en bassist Lieven Van Pée lijkt de platenhoes van ‘Dug Out Skyscrapers’ te bengelen, en die vat de donkerte en de diepgang van het drietals composities perfect. Songtitels als ‘Koekjes ’s Nachts’ en ‘(De Zachte Jacht op de) Volkswolf’ verwoorden très bien de poëzie in Fulco Ottervangers muzikale verzinsels die als koppelbureau's jazz met klassiek, krautrock, en moderne elektronica matchen. Ottervanger is dezer dagen stadscomponist van de Arteveldestad, en hij mag daar gerust ook stadsdichter worden. Wat de winnaars van Jong Jazztalent 2009 in ‘Weight Of An Image’, 'De belofte treurwals' en ‘Voorlopige Dagen’  tonen is technisch verfijnd, subtiel, ernstig en speels. Afstotend, aantrekkelijk, kil, authentiek. De Gentenaars waren enkele jaren geleden in de Rataplan nog gewoon goed, vanavond zijn ze uitmuntend. Muziek weet niks? Tijdens deze veertig minuten is die net wel alleswetend.

Trommelaar Segers is er bij Black Flower opnieuw bij, en ook door de andere leden heeft de Ethio- jazz band een behoorlijk indrukwekkende bezetting. Contrabassist Filip Vandebril speelde met Lee "Scratch" Perry, koperblazer Jon Birdsong deelt geregeld de bühne met Jan Swerts en Beck, fluitist/ saxofonist en kopman Nathan Daems voert zijn eigen quintet aan, en in het Ragini Trio fantaseert hij samen met bassist Marco Bardoscia en Lander Gyselinck een bundel Indische melodieën bij elkaar. En voor hij met de anderen 'Artifacts' maakte, kwam hij uit Griekenland terug met een heleboel spullen die hem herinnerden aan ‘healing place of the soul’. Wat hij daar exact verzamelde is ons een mysterie, maar het moet wel serious stuff zijn. Ook nu houdt hij de klankbeker fier omhoog, het mondstuk ziet af, en de call and response-truc met Birdsong wérkt. Wouter Haest tovert Oosterse motiefjes uit de toetsen, de bas klinkt massief en tegelijk spacy, stalen vaten klinken repetitief, koper en hout flamboyant. De kosmische, exotische- en soms dubby- jazz klinkt lange tijd ruw, sexy, swingt als een t٭٭t. En toch klapt het combo na een halfuur om onverklaarbare reden plots dicht, en blijft de resterende twintig wat introvert. Spijtig.

Taxiwars biedt geen rot op-ritten; Tom Barman en Robin Verheyen zijn geen difficiele gasten met hermetische muziekskes. Wél is hun jazz nog altijd puntig en tegelijk toegankelijk, en zijn ze samen met snarenplukker Nicolas Thys en slagwerker Antoine Pierre veel en route. Ze komen net van Amsterdam, en als alles goed gaat leidt hun traject hen binnenkort naar een derde langspeler. De stem van Barman heeft zich onderweg wel ergens in een polder vastgereden, want de zangers keelgeluiden hebben wel eens beter geklonken. Maar niets belet hem om er vol voor te gaan; hij schreeuwt, shaket, vapet, en soms keurt hij vanuit de coulissen zijn compagnons de route goed. Die brengen namelijk behoorlijke versies van het trage en rokerige ‘Egyptian Nights’, ‘Let’s Get Killed’ dendert dreigend en nietsontziend voort, ‘Soul Repair’ groovet nog altijd een lekker eind weg. Maar die deuntjes kennen we; vanavond gaat onze aandacht vooral uit naar nummers die op de nieuwe plaat zullen staan. We krijgen slechts een viertal nieuwelingen te horen, maar op basis daarvan durven we hier te schrijven dat de band net als op ‘Fever’ een versnelling lager schakelt. Let wel: vertragen is niet surplacen. De  kersverse ‘Irritated Love’ is een boeiende, donkere ballad, ‘Buckshot’ klinkt als goede jazzpop noir. En dat van dat temporiseren willen we nog snel nuanceren, want ergens in de set pikken we ook knappe, futuristische funk op die elektronischer overkomt dan het oude materiaal.

De festivalnaam The New Wave Of Belgian Jazz verwijst naar de reclameleus die het legendarische Impulse!-label in de jaren zestig op zijn platenhoezen gebruikte. Dat niveau halen de jonge jazzcats die vanavond met z’n allen cojones en passione etaleren misschien nog niet, maar wij blijven in ons hoofd met hen meedansen. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: