Concertreview: The Van Jets in de Ancienne Belgique

, door ()

146
vrijbeeld

Als u in de Brusselse rocktempel de geur van diesel en smeerolie meende op te snuiven, dan lag dat aan Equal Idiots, een snaaks duo uit Hoogstraten dat iedere ochtend zijn boterhammen belegt met garagerock en sixties punk. Zanger-gitarist Thibault Christiaensen en drummer Pieter Bruurs zijn niet de origineelste jongens van de klas, maar zoals ze al bewezen op hun debuut ‘Eagle Castle bbq’, bedenken ze wél gespierde en gebalde liedjes die u spontaan de kreet ‘Gabba Gabba Hey Hey’ ontlokken. Zo geschiedde ook in de AB waar de energie en het speelplezier letterlijk van de muren dropen. ‘Put My Head in the Ground’ en ‘What You Gonna Say’ waren prijsbeesten die schuimbekkend de zaal in stormden en ook die lekker rammelende cover van ‘Ca plane pour moi’ van Plastic Bertrand werd op goedkeurend geknor onthaald. Idioot was dus zo dom nog niet.

Vergeleken bij deze jonge honden, waren The Van Jets natuurlijk al een veteranenclubje. Aan branie en zelfvertrouwen had het viertal, aangevuld met een toetsenspeler, alvast geen gebrek. Voorman Johannes Verschaeve stond regelmatig met gespreide armen op het podium, als was hij de messias zelve, zijn broer Michaël ging al eens op zijn drumstel staan en ook bassist Frederik Tampere gebruikte zijn monitor vooral als uitkijkpost. Bekende trucs, zeker, maar in combinatie met een doordachte set, hielpen ze wél om de toeschouwers in beweging te krijgen.

‘Future Primitives’, de vijfde cd van de groep, is volgens Verschaeve een ‘prequel’ van voorganger ‘Welcome to Strange Paradise’. Als inspiratiebron gebruikten The Van Jets een traktaat van UNA-bomber Ted Kaczynski (‘Industrial Society and Its Future’), maar ze verwijzen net zo goed naar het werk van cultuurpessimisten als William Golding en Anthony Burgess. The Van Jets stellen vast dat de technologische evolutie niet meteen tot een hogere beschavingsgraad heeft geleid. Toch zijn hun sinistere songs niet gespeend van humor.

In muzikaal opzicht blijft hun fusie van potige glamrock en borrelende synthpop intact, al ligt de nadruk

dit keer nog vaker op de groove dan vroeger en hebben The Van Jets extra aandacht besteed aan schijnbaar nietige details. ‘Future Primitives’ is experimenteel maar toegankelijk, wat vooral live prima uitpakt. ‘Who’s making al the big noise?’, informeerde Johannes Verschaeve in opener ‘21st Century Boys’, onderwijl uitgebreid naar Marc Bolan knipogend. Dat de heren fans zijn van David Bowie en Iggy Pop was al even manifest. Wie aandachtig de oren spitste, kon in de AB echter nog meer echo’s uit de popgeschiedenis opvangen. Zo verwezen de gitaren van Verschaeve en Wolfgang Vanwymeersch in ‘Rewild’ naar ‘Highway Chile’ van Jimi Hendrix en verschool zich in het broeierige ‘Fiction vs. Fiction’ een motiefje uit ‘Dirty Back Road’ van The B-52’s. Maar hey, dat was geen reden om de politie te bellen. Jatten mág, zo lang het maar op een slimme manier gebeurt.

‘Day on Clouds’ was doorspekt met weirde elektronische geluidjes, in het stuiterende ‘Boy to Beastie’  etaleerden The Van Jets hun gevoel voor dynamiek en vóór u ‘Olufsen!’ kon roepen, werd de courante publieksfavoriet ‘Bang’ ingezet: allemaal nummers die van voldoende weerhaakjes waren voorzien om zich harpoengewijs in uw geheugen te planten. Tijdens ‘Ready Made Wild Life’ waagde Verschaeve zelfs zijn eerste duik in de massa, terwijl zijn gezellen een geluidsmuurtje optrokken waar Donald Trump jaloers op zou zijn.

Opvallend trouwens hoeveel classics de West-Vlamingen inmiddels al in stelling konden brengen: het door Tonton Tapis bestoven ‘Carpet Man’, de springerige glamnoise van ‘Electric Soldiers’, het akoestisch aangestuurde ‘Pink & Blue’ of het aan Equal Idiots opgedragen ‘Broken Bones’, voor Thibault Christaensen hét alibi voor een rondje crowdsurfen. ‘Shit to Gold’, een lucratieve oefening in alchemie, leek ontsnapt uit een music hall en ‘Two Tides of Ice’ maakte de ontlading compleet. Zelfs in Babylon of op Mars stond niemand meer stil. En toen moesten de bissen nog komen: het bluesy ‘Here Comes the Light’ (de zanger solo, met de rest als koortje), ‘Teevee’ en ‘The Future’, de grootste hit van de groep, die ter plekke de allure van een volkshymne kreeg. 

U begrijpt: The Van Jets gaven euh... van jetje en overklasten moeiteloos de vele over het paard getilde Britse bandjes die hier komen pretenderen dat ze het wiel hebben uitgevonden. Die internationale triomftocht mag nú beginnen.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: