Concertreview: Nils Frahm in de Ancienne Belgique

, door ()

33
Nils Frahm 1200

‘Doorgaans zitten jullie tijdens mijn concerten in rode pluche, maar vandaag sta ik in de charts en moeten jullie staan’, grijnsde Nils Frahm, bij het begin van zijn set. ‘All Melody’, zijn pasverschenen zevende plaat, kwam de afgelopen week inderdaad binnen op de vierde plaats in de Ultratop, wat de Berlijnse artiest tot één van de onwaarschijnlijkste popsterren van dit tijdsgewricht maakt.

Eigenlijk werd zijn zwempartij in de mainstream enkele jaren geleden al ingezet met zijn live-document ‘Spaces’. De exploderende aandacht voor zijn werk zette zijn leven op zijn kop, dus drukte hij bewust op ‘pauze’: hij ging in retraîte om zichzelf terug te vinden –zelf sprak hij van een ‘muzikale vastenperiode’– en bouwde intussen zijn eigen studio in Zaal 3 van Funkhaus Berlin, een gebouw met natuurlijke echokamers waar de Duitse openbare omroep tijdens de fifties zijn hoofdkwartier had.

Met ‘All Melody’ begint Nils Frahm aan een nieuwe fase in zijn carrière. De absolute vrijheid die hij als artiest heeft veroverd, doet zijn creatieve sappen weer stromen. Zijn composities klinken dit keer opvallend georkestreerd: de Duitser brengt niet alleen een koor in stelling, maar introduceert ook gastmuzikanten op cello, trompet, marimba en andere percussietuigen. In totaal nam hij 250 uur muziek op, geïnspireerd door kunstvormen die zoveel trefzekerheid vereisen dat er, zoals bij de ‘David’ van Michelangelo, achteraf geen correcties meer  mogelijk zijn. Frahm noemt het hele proces een ‘les in loslaten’, want door zijn output te reduceren tot een lp van 75 minuten, heeft hij minstens een dozijn potentiële platen in de vuilnisbak gekieperd.

In het verleden verschool Nils Frahm zich graag achter concepten. Bij het schrijven van ‘Felt’ bedekte hij de snaren van zijn piano met een vilten doek om de geluidshinder voor de buren zoveel mogelijk te beperken. Toen hij ‘Screws’ inblikte, had hij een gebroken duim en serveerde hij ‘negen songs voor negen vingers’. Het nieuwe ‘All Melody’ moet het echter zonder achtergrondverhaal stellen. De titel geeft het al aan: dit keer gaat het louter om de muziek zelf.

Wie, na het horen van zijn nieuwe plaat, hoopte dat Frahm met een band op het podium zou verschijnen, kon het wel schudden, want ook nu weer deed de 35-jarige muzikant-producer alles in zijn eentje. Wel omringde hij zich met een imposant aantal akoestisch en elektronisch aangedreven keyboards, samplers en filterbanken, waardoor hij aan het hoofd van een heus klavierorkest leek te staan. Tussendoor draaide hij aan knopjes, trok hij aan schuifjes, goochelde hij met harmoniumdrones of lage, brommende orgeltonen. Zeggen dat Nils Frahm een virtuoos is op de toetsen, is een open deur intrappen. Mocht hij 300 jaar eerder uit de moederschoot zijn geperst, hij was gewis een nieuwe Bach geworden.

Aan variatie was er tijdens het eerste van zijn twee uitverkochte concerten in de AB alvast geen gebrek. Frahm belijdt naar eigen zeggen een ‘maximaal minimalisme’. Hij vat zijn stukken in repetitieve structuren, die zich, ondanks de terugkerende motiefjes, telkens weer anders ontwikkelen dan je verwacht. Met behulp van technologische snufjes stapelde hij diverse geluidslagen op elkaar en combineerde hij geprogrammeerde passages met spel in ‘real time’. Nu eens klonken zijn composities verstild en romantisch, als een étude van Chopin, dan weer liet hij baslijnen of percusiesalvo’s speels tegen je middenrif opbotsen en ontstond er een techno-vibe waarbij stilstaan onmogelijk werd.

De herkomst van de klanken viel niet altijd makkelijk te achterhalen. Soms meende je een klarinet, gamelan of panfluit te horen en soms plukte Nils Frahm stemmen uit een doosje. De man had iets van een jongleur die twintig ballen tegelijk in de lucht moest zien te houden en de kortste weg zocht tussen ritme en melodie, dynamiek en sereniteit, beweging en stilstand. We hoorden afwisselend echo’s uit de ambient-muziek van Jon Hassell en de prille experimenten van Mike Oldfield. Wanneer Nils Frahm de jazzy toer opging noteerden we zelfs Kraftwerk meets Herbie Hancock. Meer dan eens gedroegen Frahms handen zich als een span paarden die elk in een tegengestelde richting galoppeerden.

Tijdens de stille momenten kon je een speld horen vallen, maar maakten sommige toeschouwers er ook een sport van zoveel mogelijk plastic drankbekertjes plat te trappen, wat tot ongewild komische momenten leidde. En toegegeven, soms verloor Nils Frahm zich in langdradigheid, waardoor je gedachten begonnen af te glijden. Tot een melodie verrassend derailleerde of haar spierballen toonde en je weer helemaal ‘in the zone’ terechtkwam. Laat ons dus vooral niet zaniken: dat een artiest als Frahm zich, qua populariteit, vandaag kan meten met Ed Sheeran, K3 en Lil Kleine is sowieso verheugend. Die enkele schoonheidsfoutjes nemen we er dan wel bij.

Het moment

Tijdens het enige bisnummer liet Nils Frahm de toetsen even voor wat ze waren en verraste hij met een percussiesolo op de klankkast van zijn piano.

Het publiek

De toeschouwers bleven tijdens het concert niet altijd even stil, maar reageerden na afloop eensgezind extatisch.

Quote

Meer dan eens gedroegen Frahms handen zich als een span paarden die elk in een tegengestelde richting galoppeerden.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: