Kendrick Lamar (Sportpaleis)

, door ()

1387
kendrick 1200
© Getty

De vorige keer dat Kendrick in het land was, was hij al een superster, maar sindsdien is er nog veel gebeurd. Hij bracht bijvoorbeeld zijn derde meesterwerk op rij ‘DAMN.’ uit – het moet geleden zijn van Leonard Cohens ‘Recent Songs’ dat een titel nog eens zo kurkdroog de lading dekte. ‘DAMN.’ had onlangs de Grammy voor Beste Plaat moeten winnen, maar Funksmurf Bruno Mars stak ‘m de loef af.

Daarover braken bijna nationale protesten uit in Amerika. En dan cureerde hij ook nog de soundtrack van de Marvel-film ‘Black Panther’: nu al hét culturele evenement van het jaar, wat je verder ook van de prent mag vinden. ‘Black Panther’ is de culminatie van jarenlange Afro-Amerikaanse strijd, een zwarte triomf, en het project dat van Kendrick definitief het boegbeeld van een generatie maakte – zoals Bob Dylan in de jaren 60.

Afijn, in het Sportpaleis stond een artiest die een zeldzaam niveau van relevantie bereikt had, een muzikant wiens belang moet worden geduid in nieuwsitems. En hij had ook gewoon een broek vol goesting, een dick zo groot als de Eiffeltoren – hij was klaar om het Sportpaleis anderhalf uur lang tot muzikale en andere orgasmes te stuwen.

Hij vloog ‘r dus maar meteen in: ‘DNA.’ en ‘ELEMENT.’ waren epische beginselen, achteloze intentieverklaringen – Kendrick die zijn vlag plantte en zijn dominantie verzekerde. Hij rees onder hysterisch applaus uit de vloer in een lang wit gewaad, als een soort ninja-Jezus. In zijn ogen lag alleen maar ijzige kalmte te rapen: hij was de eerste in de zaal die wist dat hij al gewonnen had.

Terwijl hij zich van zijn kilste kant liet zien (het ging van ‘ain’t nobody praying for me’ tot ‘I don’t give a fuck’) spatten de vreemdste visuals van het scherm – meer een prachtige kunstinstallatie dan de beelden bij een mainstream popconcert. Het mooiste shot? Een opengesneden oogbol die in een milliseconde versmolt met een openbloeiende bloem: wow! De klank intussen? Potig.

De begeleidingsband? Onzichtbaar in de coulissen, maar wel on fire, met een bassist zo sexy dat-ie Thundercat zou kunnen heten, en een drummer die van soul funk maakte, en van hiphop hippedy-hop. Kenny zat ondertussen vlekkeloos bars te spuwen, een podium in te palmen met charisma alleen: ‘I got power, poison, pain and joy inside my DNA / I got hustle though, ambition, flow, inside my DNA.’ Als kogels uit een Kalashnikov – alles kapot! Toon gezet.

Er zít flow in Kenny’s DNA: hij raasde door zijn set als orkaan Harvey door Texas – of als die andere Harvey door de gemiddelde Hollywood-hotelkamer. Geen rustpunten, geen dipjes, geen ballast en geen overbodig gezeik: alleen puur, ononderbroken momentum. ‘Untitled 07’ werd ‘goosebumps’ (van Travis Scott) werd ‘Collard Greens’ (van Schoolboy Q): wie kan het zich permitteren om zich daarbij te vervelen? Nog pertinente vragen: welke artiest kan het maken om een song van het kaliber van ‘King Kunta’ achteloos te droppen als onbelangrijk derde nummertje? En wie kan zijn beste plaat (‘To Pimp a Butterfly’) bijna in het geheel ongemoeid laten, maar toch alleen hoogtepunten brengen? Dat kan toch alleen maar de beste popster van de planeet zijn?

‘Swimming Pools (Drank)’, ‘Backseat Freestyle’ en ‘Bitch Don’t Kill My Vibe’ waren de grote hits van het verleden, ‘FEEL.’ was een surrealistisch tussendoortje met een danseres. Wie goed zocht, kon tussen het strakke minimalisme en de extatische opwinding van de set zelfs al eens de schaduw van enkele Diepere Gevoelens vinden. In ‘LUST.’ liet Kendrick zo zijn ebbenhouten schild een klein beetje zakken. De regels ‘I need some water / Somethin' came over me’ – met water verwijst K.Dot naar zijn geloof – zóng hij bijna, en wel terwijl hij knielend vastzat in een kooi die opeens in het midden van het Sportpaleis stond.

Tijdens ‘Money Trees’ was hij al triomfantelijk bóven die kooi uitgestegen. ‘XXX.’ had geen U2 nodig, en ‘LOYALTY.’ geen Rihanna. Behalve Kendrick bleef het podium leeg – tenzij je die ene samoerai meetelt die tijdens ‘ELEMENT.’ een potje kwam zwaardvechten. Wat Kendrick wilde meegeven, is de boodschap: ‘Ik ben alleen, en ik kán het alleen.’ ‘Ain’t nobody prayin’ for me,’ verscheen tussendoor op de schermen– de ironie is natuurlijk dat iederéén bidt voor Kendrick.

Kendrick is zich van zijn halfgodenstatus bewust, maar hij is niet te beroerd om er de draak mee te steken. Zo was de rode draad doorheen de show een hilarische reeks B-filmpjes die hij van een oude VHS-cassette leek te hebben geplukt (‘Kung Fu Kenny Practices His Muthafuckin’ Skills!’), over een kungfulegende die op zoek is naar zijn mojo. Of zoiets. Hilarisch gedaan – wat is dat toch met rappers en hun fascinatie voor het mystieke Oosten? – en toch zat ook dáár relevantie in.

Op het moment waarop die geweldige sample ‘Every Nigger Is a Star’ van Boris Gardiner uit de boxen loeide, zag je Kendrick breed glimlachen in het filmpje, om vervolgens een knipoog naar het publiek te gooien – de eerste knipoog die Kendrick ooit heeft geworpen! Dat stond toch weer in het teken van empowerment, van in het reine komen met jezelf, van de black struggle in America. À propos, dat verloren mojo van de kungfukrijger bleek uiteindelijk – je zal het altijd zien – in de gouden foef van een zwarte godin te liggen. (Daar ben ik gisteren zelf nog mijn huissleutels vergeten!)

Maar het indrukwekkendste stuk van de show was toch de aanloop naar het einde. Met ‘PRIDE.’ en ‘LOVE.’ keek K.Dot nog eens zó diep naar binnen dat hij de achterkant van zijn ogen zag: ‘I don't love people enough to put my faith in men / I put my faith in these lyrics, hoping I make amends.’ Hoe kan een man die zo afstandelijk kan zijn toch zoveel mensen samen krijgen? Door nummers te schrijven zoals ‘Alright’ natuurlijk, het vlammend gebrachte, verpletterende Black Lives Matter-anthem – tranen in de ogen! Kippenvel overal! Een onderbroek naar de vaantjes! Kenny in crescendo.

En dan: ‘HUMBLE.’ Ja, ‘HUMBLE.’… Wat was dat? Een molotovcocktail, een deeltjesversneller, een ritje in de Space Mountain van Disneyland. Het meezingmoment van de show ook, al vroeg Kendrick nooit om medewerking. Het was het publiek dat probeerde om in zíjn gunst te geraken, en niet omgekeerd. Twintigduizend kelen zongen ‘I'm so fuckin' sick and tired of the Photoshop / Show me somethin' natural like ass with some stretchmarks’, maar wat ze éígenlijk bedoelden, was: ‘We houden van jou, Kendrick!’

Hij – de stoïcijn – keek er intussen naar zoals Alexander de Grote ooit zijn rijk overschouwde: hij huilde omdat er niks meer te veroveren was. ‘Het is niet omdat ik hier op podium sta dat ik méér waard ben dan jullie,’ zei hij in zijn laatste ‘ik hou van jullie’-statement, dat voor een keer gemeend klonk. Maar hij zal ook wel geweten hebben dat het onzin is. De wereld kan best zonder mij, en misschien ook zonder u, maar Kendrick is belangrijk.

Het zit zo: Amerika heeft geen president, maar wel een messias – hij komt uit Compton. All hail King Kendrick, kniel neer voor Kung Fu Kenny! Hij was iedereen weer ruimschoots voor, want de beste samenvatting van dit optreden had-ie al lang geleden zelf gegeven.

‘Damn.’

Het moment

De terugrit naar huis. Láchen.

Quote

De woorden ‘I’ll be back’ hebben zelfs bij monde van de Oostenrijkse Eik zelve nooit zo zoet geklonken. Tot snel, Kenny!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: