Concertreview: Lee Ranaldo (Vooruit)

, door ()

18
lee1200

Ranaldo wordt wel eens als een ‘geluidswetenschapper’ omschreven. Toch heeft hij meer van een wildebras dan van een academicus. Zijn baanbrekende gitaarverrichtingen steunen minstens evenveel op het werk van The Stooges en Television als op dat van avant-gardisten als Glenn Branca of Rhys Chatham. Tegelijk is de man actief als beeldend kunstenaar, maakt hij installaties, publiceert hij poëzie en wellicht plooit hij, terwijl u even niet kijkt, zelfs papieren vliegertjes. Want Lee Ranaldo, 61 intussen, is vooral ontstellend normaal. Het feit dat hij, samen met zijn Sonic Youth-kompaan Thurston Moore, in 2012 door het Amerikaanse blad Spin werd uitgeroepen tot de behendigste snarengeselaar ter wereld, is hem dus zeker niet naar het hoofd gestegen.

'Lee Ranaldo is nog lang niet aan het eind van zijn latijn, zoveel is duidelijk.'

Met het oog op ‘Electric Trim’ heeft Lee Ranaldo een jaar gependeld tussen New York en Barcelona. In de Catalaanse producer-muzikant Raül ‘Refree’ Fernandez vond hij een nieuwe brother in arms, die hem hielp zijn twaalfde, semi-akoestische soloplaat in de juiste vorm te gieten. Het werkstuk kwam tot stand met de hulp van drummer Steve Shelley, gitarist Nels Cline (Wilco) en zangeres Sharon Van Etten. Voor de teksten werkte Ranaldo dan weer samen met de Amerikaanse romanschrijver Jonathan Lethem. In muzikaal opzicht spiegelde hij zich vooral aan klassieke langspelers, waarop de studio als instrument werd gebruikt, zoals ‘Pet Sounds’ van The Beach Boys, ‘Revolver’ van The Fab Four en ‘Dark Side of the Moon’ van Pink Floyd.

Sinds Sonic Youth in het vriesvak terecht kwam, bediende Lee Ranaldo zich steeds vaker van traditionele songstructuren. Op ‘Last Night On Earth’ outte hij zich al als een fan van The Grateful Dead en op ‘Acoustic Dust’ coverde hij zelfs liedjes van Neil Young, Sandy Denny en The Monkees. Van zijn vroegere gezellen waagt Ranaldo zich dus momenteel het verst buiten zijn comfortzone. Op ‘Electric Trim’ is hij in de weer met drumcomputers en samplers, maar ook met marimba’s, keyboards en blazers. Die rijkere instrumentatie leidt nu eens tot catchy powerpop, dan weer tot herfstige ballads. In beide gevallen bezorgen ze bovengetekende een stel tintelende oorschelpen.

In Vooruit verscheen Lee Ranaldo niet met zijn band The Dust op het podium, maar met een trio, waarin Raül Fernandez zich over een elektrische gitaar en allerlei elektronische snufjes boog, terwijl drummer-percussionist Booker Stardrum de maat aangaf. Zelf beperkte Ranaldo zich tot enkele akoestische gitaren die hij, naar voorbeeld van Joni Mitchell en Crosby, Stills, Nash & Young, afwijkend had gestemd. Tijdens de lange instrumentale intro drukte hij allerlei effectpedaaltjes in, jende hij zijn instrument met een strijkstok en gaf hij aan dat zijn verleden in noise en geïmproviseerde muziek nog niet helemaal is afgesloten.

Met uitzondering van het even gebalde als energieke ‘Off the Wall’ (uit het zes jaar oude ‘Between the Times and the Tides’) stond de hele set in het teken van ‘Electric Trim’. Er werd afgetrapt met ‘Moroccan Mountains’, een op drones en psychedelische tapijten vastgepinde collage waarin de zangpartijen werden afgewisseld met spoken word-passages. De slinkse harmonieën, open akkoorden en geleidelijk opgedreven ritmen riepen beelden op van oriëntaalse slangenbezweerders en tranceverwekkende substanties. Het tweestemmig gezongen ‘Let’s Start Again’ combineerde melodieuze folkrock met industriële geluiden en het kaleidoscopische ‘Circular (Right As Rain)’ was zowaar versierd met duellerende gitaren uit het universum van Eric Clapton en Duane Allman.

Ranaldo liet de spectaculairste solo’s over aan Fernandez, die ‘Electric Trim’ ook volpropte met spacy elektronische stoorzendertjes. Het macabere ‘Uncle Skeleton’ galoppeerde een eind weg en hield het midden tussen een spaghettiwesternsountdrack van Ennio Morricone en iets van The Shadows. Met ‘New Thing’ (over de verslavende aspecten van het internet) en het diptiek ‘Last Looks’, waarin hetzelfde verhaal op twee verschillende manieren werd verteld, gaf Ranaldo aan dat hij best wel catchy melodietjes in de vingers had. De avond werd afgerond met ‘Thrown Over the Wall’, een protestsong tegen de conservatieve golf doe ons dezer dagen overspoelt. Alleen was de tekst net iets te cryptisch en vaag om het ooit tot strijdlied van de anti-Trumpliga te kunnen schoppen. 

Lee Ranaldo is nog niet aan het eind van zijn latijn, zoveel was duidelijk.  Dat hij weigert zichzelf te herhalen, siert hem en, neen, we hebben ons tijdens zijn gevarieerde set seconde verveeld. Maar zijn nieuwe songs klinken voorlopig toch net iets minder dwingend dan het vuurwerk dat hij vroeger afschoot met Sonic Youth.

Het moment

Zowel aan het begin als het einde van het concert stak een noisy storm op, waarmee Ranaldo aangaf dat hij, ook op zijn 61ste, nog steeds met plezier in de leftfield graast.

Het publiek

bestond vrijwel uitsluitend uit oude fans van Sonic Youth, die Lee Ranaldo en zijn maats verwelkomden met veel instemmende 'yeahs', 'wows' en 'oohs'.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: