Liam Gallagher (AB)

, door ()

45
liam1200

'Vaak hadden we de indruk dat Liam Gallagher slechts één maat kende: de middelmaat'

‘I want my people back’. Met dat doel voor ogen pleurde ‘our kid’ in oktober zijn eerste soloplaat in de rekken. Om het Oasispubliek, dat tijdens zijn jaren met Beady Eye massaal had afgehaakt, terug te winnen, liet hij dus niets aan het toeval over. Na een goed georkestreerde promotiecampagne nestelde ‘As You Were’ zich prompt op de hoogste stek van de Britse charts en tijdens die eerste week verkocht ze meer dan alle andere langspelers uit de toptien samen. Van de weeromstuit speelt Liam Gallagher weer in uitverkochte arena’s. Zijn passage in hometown Manchester bracht onlangs een heuse volksverhuizing teweeg: ruim 20.000 toeschouwers van uiteenlopende generaties kochten een kaartje. Missie volbracht dus, de parka monkeys, zoals broer Noel ze noemt, eten weer eensgezind uit Liams hand.

Die spectaculaire come-back valt makkelijk te verklaren. Meer dan de helft van Liam Gallaghers live-set bestaat tegenwoordig uit Oasis-klassiekers: anthems die bedacht zijn om massaal te worden meegebruld, het liefst met een bierbekertje hoog in de rechterhand. Wie de kassa aan het rinkelen wil krijgen, geeft het volk wat het wil. En dat was ook de logica achter ’As You Were’. Acht van de twaalf tracks kwamen tot stand met de hulp van bekende producers en broodschrijvers, onder wie Greg Kurstin (zie Adele en Foo Fighters) en Andrew Wyatt (bekend van zijn werk met Florence + The Machine). Die haalden alle denkbare Oasis-clichés uit de kast, zodat elk nummer na één beluistering al herkenbaar klonk. Nu de dure woorden even zijn afgeprijsd, zou je net zo goed van ‘derivatief maakwerk’ kunnen gewagen. Voor Liam Gallagher is dat echter geen punt. ‘Zodra ik mijn tanden in een song zet, is hij sowieso van mij. In dat opzicht ben ik niet anders dan Elvis’, orakelt hij. U begrijpt: voor de zelfverklaarde redder van de klassieke rock is bescheidenheid iets voor wussies.

In Brussel verscheen de 45-jarige zanger op het podium in een knalgeel regenjasje. Blijkbaar had iemand hem wijsgemaakt dat het plafond van de AB zo lek was als een zeef, en zeg nu zelf, met een paraplu kun je toch moeilijk in de schijnwerpers gaan staan? Liam, bijgestaan door vijf huurlingen die er wonderwel in slaagden als een echte band te klinken, stond meestal stijf achter de microfoon met de handen achter de rug gevouwen. Tenminste, als hij zich niet uitdrukte middels een tamboerijn of een stel sambaballen. Zijn raspende bloke-rockstem was intact en zijn toeschouwers toonden zich behoorlijk devoot. Ze hadden zelfs zijn naam uit het hoofd geleerd en scandeerden zó vaak ‘LIAM! LIAM! LIAM!’ dat we ons veeleer op een voetbalwedstrijd dan op een concert waanden.

Gallagher zette prompt de puntjes op de i met ‘Rock’n’Roll Star’ en ‘Morning Glory’ en outte zich zo als een vat vol tegenstrijdigheden. Want de rivaliteit met zijn oudere broer Noel (‘That cunt!) mag tijdens interviews dan vaak aanleiding geven tot hilarische scheldpartijen (in Q deed Liam het jongste werkstuk van High Flying Birds nog af als ‘designer psychedelia’), ironisch genoeg teert Liam meer dan ooit op de erfenis van Oasis en de songs die zijn bloedverwant meer dan twintig jaar geleden uit zijn pen had geknepen. Bovendien leunden de nummers uit ‘As We Were’ zo nauw aan bij Noels idioom, dat de familievete vermoedelijk nog wel een poosje aan zal slepen.

Goed, met potige rockers als ‘Greedy Soul’, ‘Wall of Glass’ of het naar T. Rex knipogende ‘You Better Run’ was op zich niet echt iets mis. In semi-akoestische liedjes als ‘For What It’s Worth’ of het melancholische ‘Paper Crown’ toonde Gallagher Jr. zich zelfs van zijn kwetsbaarste kant. Het laconieke ‘Universal Gleam’ droeg hij dan weer op aan Albert Einstein. Het klok allemaal best catchy. Alleen waren de teksten, samengeharkte regels uit hits van The Beatles en The Stones (‘Angels, gimme shelter’, ‘All things must pass’, ‘Happiness is still a warm gun’…) zo tenenkrommend dat je, op zoek naar enige diepgang, net zo goed iets van Paul Klee of Joan Míro in een kleurboek kon hopen aan te treffen.

Dat het publiek toch bij de les bleef, was vooral te danken aan een gulle greep uit de Oasis-catalogus: ‘Some Might Say’, ‘Slide Away’, ‘Supersonic’, ‘Cigarettes & Alcohol’, het sober gebrachte, door honderden kelen meegejoelde ‘Wonderwall’, ze konden steevast op euforische reacties rekenen. Allemaal waren het simpele, ongekunstelde rockers, volgens klassieke snit. Afsluiter ‘Live Forever’ was voor ons zelfs hét teken om ons draagbare kampvuur uit te pakken. De fans voelden zich weer even twintig jaar jonger en waren dus tevreden. Zelf hadden we vaak de indruk dat Liam Gallagher slechts één maat kende: de middelmaat. Maar daarover moeten we maar eens op de vuist gaan in één of andere kroeg. Tja, John Lennon wist het lang geleden al: ‘A working class hero is something to be.’

Het moment

Het mocht dan al een voorspelbare afsluiter zijn, het sober gebrachte 'Wonderwall' werd door de hele AB eensgezind meegegalmd.

Het publiek

De fans reageerden vooral euforisch op de Oasis-klassiekers. En dat trof: ze waren goed voor meer dan de helft van de set.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: